Meisjes willen weer zuster worden

De ouderenzorg krijgt geld om duizenden mensen extra aan te trekken. Maar de nieuwe lichting verpleegkundestudenten staat niet te trappelen.

nijmegen zustertjes foto nrc rien zilvold
nijmegen zustertjes foto nrc rien zilvold

Anamnese, inspectie, percussie, palpatie, auscultatie.

Docent geneeskunde Leo Stunnenberg, een man van middelbare leeftijd met baardje en bril, confronteert 160 muisstille eerstejaars verpleegkunde aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen met hun eerste medische termen. Niet alleen artsen moeten weten dat „een plankharde buik” kan wijzen op een blindedarmontsteking. In een tijd dat steeds meer dokterstaken verschuiven naar verpleegkundigen, moeten zij dat ook leren.

„Onze studenten zijn vaak wat subassertief”, zegt Stunnenberg. „Terwijl ze toch moeten opkomen voor de patiënt.” Vandaar in dit introductiecollege ook al meteen de aansporing: „Toon lef. Laat zien wat je kan. Dan word je veel serieuzer genomen.”

De halfronde collegezaal is nagenoeg vol. Ook dit jaar trekt de hbo-opleiding verpleegkunde landelijk weer meer studenten. In Nijmegen is het aantal nieuwelingen 334, tegen 299 vorig jaar. Ook in het middelbaar beroepsonderwijs stijgen de zorgopleidingen al jaren in populariteit. In het schooljaar 2008-2009 slaagden daar voor het eerst meer dan twintigduizend mensen, berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek. Van de afgestudeerde studenten is 90 tot 95 procent vrouw. Kennelijk is een baan in de gezondheidszorg weer aantrekkelijk voor jonge vrouwen.

Leo Stunnenberg, met bijna drie decennia ervaring als hbo-docent, noemt de stand van de economie als verklaring. „Bij een dalende conjunctuur zie je het aantal studenten toenemen. In de zorg is altijd werk.” Vooral de ouderenzorg zal de komende jaren een banenmotor zijn, nu staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten (Volksgezondheid, CDA) met werkgevers en werknemers afspraken heeft gemaakt voor 12.000 extra paar handen aan het bed.

Alleen: weinig jongeren staan te trappelen om voor oude mensen te gaan zorgen, zo blijkt ook in de Nijmeegse collegezaal. Vier van de 160 studenten steken hun hand op als docent Stunnenberg de zaal vraagt wie van hen in de ouderengeneeskunde wil gaan werken. „Dat is dan vier meer dan vorig jaar”, zegt hij droog. De overgrote meerderheid droomt van een baan in het ziekenhuis.

„De focus van eerstejaars ligt voor jongens vaak op de ambulance of de traumaheli, voor meisjes op de kinderafdeling”, zegt Caroline van Mierlo, directeur van het Instituut voor Verpleegkundige Studies. „Aan ons om dat in vier jaar bij te stellen, zodat ze in alle sectoren gaan werken.”

In de tweejarige basisopleiding lopen de studenten stage in alle werkvelden. Pas voor de laatste twee studiejaren moeten ze kiezen tussen ziekenhuis, psychiatrie en thuiszorg.

Ook Van Mierlo denkt dat voor jongeren „baanzekerheid” een grote rol speelt in de keuze voor verpleegkunde. Maar ze signaleert daarnaast een toename van vwo-scholieren die kiezen voor het speciale honoursprogramma gericht op clinical leadership – geen managementbaan maar „een voortrekkersrol op de werkvloer” door bijvoorbeeld het toepassen van vernieuwingen, evidence based werken of praktijkgericht onderzoek. Zo’n 60 van de 334 nieuwe eerstejaars meldden zich daarvoor aan.

Bij de hbo-opleiding tot manager, voor mensen die al een paar jaar werken in de zorg, daalt de animo juist. Nijmegen heeft een kwart minder eerstejaars dan vorig jaar (75 in plaats van 100). „Meestal betalen werkgevers deze opleiding en in crisistijd hebben ze het geld er niet voor over. Dan vinden ze een kleine managementcursus wel genoeg”, zegt Thijs Lemmen, opleidingsmanager bachelors voor professionals. Spijtig, vindt hij. „Veel problemen in de zorg hebben te maken met slecht management. Als managers leren effectief om te gaan met mensen en middelen, scheelt dat flink.”

De eerstejaars zelf reppen niet over werkgelegenheid of leidersambities. Zij zeggen dat het beroep in de familie zit of beginnen over eigen ervaringen als patiënt. Ze wéten wel dat er veel banen zijn in de zorg, van horen zeggen. Maar als dat niet zo zou zijn, hadden ze waarschijnlijk dezelfde keuze gemaakt. En werken in de ouderenzorg? Eh... nee. Dat is „niet afwisselend” genoeg.