Liever geen plutocratenheffing

De gedachte is meer dan verleidelijk. Waarom de ‘rijken’ niet extra belasten om het begrotingstekort sneller te verkleinen? De gedachte appelleert aan een Robin Hood gevoel en aan uitspraken als ‘De rijken zijn anders. Ze hebben meer geld.’ Een ‘plutocratenheffing’ komt, in theorie, ook tegemoet aan sociaal-democratische én populistische sentimenten: laat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen.

Vanuit onverwachte hoek, die van miljardairs zelf, klonk de afgelopen weken dezelfde roep. De Amerikaanse superbelegger Warren Buffet beschreef in een artikel op de opiniepagina van The New York Times hoe weinig belasting hij betaalt ten opzichte van zijn medewerkers. Hij wil best meer betalen. Buffett is 81, nog steeds actief en ook een van de initiatiefnemers van een succesvolle oproep dat miljardairs meer dan de helft van hun vermogen aan goede doelen geven.

In Frankrijk vond Buffett weerklank bij zestien vermogenden en topmanagers in het bedrijfsleven. De Franse regering verhoogde subiet de belastingen op inkomens boven 500.000 euro met 3 procentpunt.

Italië en Spanje flirtten met het idee van een rijkeluisheffing, maar zagen daar vanaf. In Nederland zei minister-president Mark Rutte (VVD) op zijn wekelijks persconferentie er niet voor te voelen. De belastingtarieven zijn al hoog genoeg en moeten eerder omlaag dan omhoog.

De Amerikaanse en Europese belastingtarieven lopen duidelijk uiteen. In de VS geldt belastingverlaging voor hogere inkomens als instrument voor economische groei. Dat heeft niet gewerkt, maar wel bijgedragen aan een groter begrotingstekort. In Europa liggen de belastingen grosso modo hoger. Dat heeft politici in Zuid-Europese landen niet gestimuleerd tot effectiever begrotingsbeleid.

Buffett heeft een punt in zijn verbazing over zijn relatief lage belastingen. De afgelopen decennia hebben de westerse economieën een opmerkelijke transformatie doorgemaakt. Financieel vermogen (beleggingen, huizen) en verwante werkgelegenheid (inclusief betaling van bonussen) speelt een steeds grotere rol. Maar het belastingstelsel is traditioneel afgestemd op arbeid (inkomstenbelasting) en consumptie (btw).

Rutte heeft gelijk met zijn observatie over de belastingtarieven. Nederland en Europa staan voor een tweevoudige opgave: schulden limiteren en groei bevorderen. Belastingverhoging voor de ‘rijken’ levert, afhankelijk van de inkomens- of vermogensgrens, symbolische inkomsten op. Eenvoudigweg belastingverhoging opleggen aan een kleine groep ontmoedigt effectieve beperking van de staatsuitgaven. Het geeft andere burgers ook het ongemakkelijke gevoel dat zij de volgende zijn.