Leuk al die Duitsers, maar het wordt wel duur

Universiteiten zijn blij met de toestroom van buitenlandse studenten.

Maar politici maken zich zorgen. Voor iedere student uit de EU moet betaald worden.

Nederland, Wageningen, 28-09-10 Studenten wonen tijdelijk in een zijaanbouw van een hotel. Dit is de keuken voor 120 man. De WiFi doet het hier wel. © Foto Merlin Daleman
Nederland, Wageningen, 28-09-10 Studenten wonen tijdelijk in een zijaanbouw van een hotel. Dit is de keuken voor 120 man. De WiFi doet het hier wel. © Foto Merlin Daleman

De Duitsers komen. En ieder jaar zijn ze met meer. Het Nederlandse hoger onderwijs is in trek bij buitenlandse studenten, bleek onlangs uit vooraanmeldingscijfers. De universiteiten noteren 38 procent meer nieuwe inschrijvingen ten opzichte van vorig jaar, de hogescholen 9 procent. In 2010 kregen hier 52.000 buitenlandse studenten hoger onderwijs. Het overgrote deel van die import, 24.000 studenten, kwam uit Duitsland.

De universiteiten en hogescholen in de grensstreek spinnen garen bij deze Duitse invasie. De Nederlandse overheid draagt jaarlijks 6.000 euro bij aan de opleiding van iedere student, ook aan die van buitenlandse studenten, mits ze uit de EU komen. In politiek Den Haag wordt de groei dan ook met argusogen gevolgd. Leuk dat we zo populair zijn over de grens – goed voor de internationalisering ook! – maar het moet allemaal niet te duur worden.

De Europese studentenmobiliteit kost de Nederlandse overheid geld. Er komen veel meer buitenlandse studenten naar Nederland dan dat er Nederlandse jongeren voor een opleiding naar het buitenland gaan. De meest recente cijfers die voor beide groepen beschikbaar zijn, komen uit 2008. In dat jaar studeerden er ongeveer 41.000 buitenlandse studenten in Nederland, van wie er 27.000 uit de EU kwamen. Ongeveer 16.000 Nederlanders studeerden in het buitenland, van wie 13.000 in de EU.

Er was in 2008 dus sprake van een migratieoverschot van 14.000 studenten ten opzichte van de rest van de EU. Dit overschot kostte de Nederlandse overheid 6.000 euro per student: 84 miljoen euro dus. Met het groeiend aantal inschrijvingen zal dat negatief saldo inmiddels zijn opgelopen tot meer dan 100 miljoen euro.

De in- en uitstroom van studenten wordt al jarenlang bestudeerd door het Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs. Sjoerd Roodenburg van het Nuffic zegt dat Nederlandse studenten „opvallend honkvast” zijn. „Dat komt misschien omdat het Nederlandse hoger onderwijs gewoon goed is. Studenten kunnen hun studiefinanciering meenemen naar het buitenland en er zijn ook beurzen beschikbaar, maar kennelijk is het onderwijsaanbod hier zo aantrekkelijk, dat relatief weinig jongeren weg willen.”

De populariteit van Nederlandse universiteiten en hogescholen bij buitenlandse studenten heeft diverse oorzaken, zegt Roodenburg. „Het Duitse hoger onderwijssysteem is iets selectiever dan het onze. Het is voor studenten uit de grensstreek die niet in Duitsland terecht kunnen aantrekkelijk dat er in Nederland goede opleidingen zijn waar ze wél worden toegelaten. En de Engelsen die zich dit jaar met een recordaantal hebben aangemeld, vertrekken uit hun eigen land omdat daar de meeste universiteiten vanaf dit collegejaar 9.000 pond collegegeld mogen vragen.”

De Nederlandse universiteiten zijn goed op de hoogte van deze pushfactoren en adverteren gericht in Duitse en Engelse media. Dat zit een aantal politieke partijen niet lekker. Zowel de VVD als de SP heeft hierover Kamervragen gesteld aan staatssecretaris Zijlstra (Onderwijs, VVD). Tweede Kamerlid Jasper Van Dijk van de SP wil dat Nederlandse universiteiten geen geld uitgeven aan reclamecampagnes in het buitenland. „Het gaat verkeerd op het moment dat universiteiten meer bezig zijn met het aantrekken van buitenlandse studenten, dan zich te richten op het onderwijs.”

Anne-Wil Lucas, Tweede Kamerlid van de VVD, vindt het mooi dat het Nederlands hoger onderwijs in het buitenland zo in trek is, maar vraagt zich wel af hoe moet worden voorkomen dat de kosten van de groei „uit de klauwen lopen”. Ze wil „natuurlijk niet de deur dichtgooien” voor studenten uit andere EU-landen, zegt ze. „Maar we moeten Nederlandse studenten meer stimuleren om naar het buitenland te gaan, zodat er een evenwicht ontstaat tussen de in- en uitstroom van studenten.”

Na Duitsland is China het land van waaruit de meeste studenten naar Nederland komen. De Chinese student is eigenlijk de ideale buitenlandse student. Hij komt niet uit de EU, dus de overheid hoeft niet aan zijn opleidingskosten bij te dragen. En universiteiten mogen meer collegegeld vragen aan studenten van buiten Europa, dat bedrag kan oplopen tot tien keer het reguliere collegegeld.

In de jaren negentig, toen Chinese studenten voor het eerst hun heil in het buitenland gingen zoeken, werden er om die reden door hebberige universiteiten nog weleens studenten toegelaten die het niveau eigenlijk niet aankonden. Roodenburg van het Nuffic zegt dat dit nu niet meer gebeurt. „De tijd dat iedere Chinees hier welkom was, ligt tien jaar achter ons. Universiteiten zien dat het niet goed is voor het niveau van hun onderwijs om de poorten wagenwijd open te zetten.”

Dat wil niet zeggen dat Nederlandse universiteiten niet actief werven in China, want dat doen ze wel, zegt Roodenburg. „Net zoals zo veel westerse landen, want China is natuurlijk dé groeimarkt op het gebied van hoger onderwijs. Nu al is wereldwijd 16 procent van alle studenten die buiten hun eigen land studeren afkomstig uit China.”

Volgens Roodenburg zal de instroom van buitenlandse studenten de komende tijd doorgroeien. Niet alleen vanuit het Verre Oosten, maar ook vanuit Duitsland.

Rob Admiraal is directeur externe betrekkingen van de Saxion Hogeschool. Hij denkt ook dat zijn school, met vestigingen in Deventer, Apeldoorn en Enschede, de komende jaren meer Duitse studenten zal inschrijven. „Door een hervorming in het onderwijssysteem in Nordrhein-Westfalen komen daar straks meer scholieren van het gymnasium af dan de universiteiten aankunnen.”

Admiraal begrijpt dat er zorgen bestaan over de groei van het aantal buitenlandse studenten. Vertrekken die niet na het behalen van hun bul, met medeneming van hun door de Nederlandse belastingbetaler gefinancierde kennis? „Nu hogescholen intakegesprekken mogen houden met eerstejaars, gaan we het daar met onze Duitse studenten over hebben”, zegt hij.

Saxion wil straks van de Duitsers weten of ze van plan zijn om na hun studie meteen terug naar huis te gaan, zegt Admiraal. „Als dat het geval is, moeten ze nog maar eens goed nadenken of ze bij ons wel op de juiste plaats zijn. We gaan ook nog meer ons best doen om plaatselijke werkgevers aan onze Duitse afgestudeerden te koppelen.” Buitenlandse studenten de toegang ontzeggen, zal Saxion nooit doen. „Als ze voldoen aan de toelatingseisen mogen en willen we ze niet weigeren.”

Martin Paul, de onlangs aangetreden Duitse voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Maastricht, vindt dat politici zich niet blind moeten staren op de kosten van de komst van buitenlandse studenten. Aan zijn universiteit studeren veel Duitsers. „En die dragen veel bij aan de lokale economie.”

Paul wijst op een onderzoek van TNO uit 2009. Daaruit kwam naar voren dat iedere student een positief „economisch effect” van 25.000 euro per jaar heeft. „Dat bestaat uit het geld dat die student zelf uitgeeft aan zaken als collegegeld en levensonderhoud, maar bijvoorbeeld ook uit de werkgelegenheid op de universiteit die elke extra student oplevert. Al die docenten wonen ook in de stad en geven er hun geld uit.”

Europese cijfers over studentenmobiliteit laten zien dat Nederland minder buitenlandse studenten ontvangt dan het EU-gemiddelde, zegt Paul. Nederland had in 2008 6,8 procent internationale studenten, Duitsland 10,9 procent en het EU-gemiddelde lag op 8,1 procent. „Om op het EU-gemiddelde te komen, zou de instroom in Nederland dus nog moeten groeien. En dat lijkt mij een goede ontwikkeling.”

En wat vindt de verantwoordelijke staatssecretaris Halbe Zijlstra ervan? Via een woordvoerder laat hij weten dat hij een voorstander is van internationalisering. Buitenlandse studenten zijn van harte welkom. Maar hij spreekt ook waarschuwende woorden aan het adres van het hoger onderwijs: „Universiteiten en hogescholen moeten zich bij de werving van studenten laten leiden door de kwaliteit van de studenten en niet door financiële motieven – of het nu over Nederlandse studenten gaat of studenten uit andere EU-landen.”