Homo's meer geaccepteerd - zolang ze maar niet zoenen

Negen op de tien Nederlanders hebben geen moeite met homoseksualiteit. Dat schrijft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vandaag in een studie naar de acceptatie van homoseksuelen in Nederland.

Sinds 2006, toen het SCP hetzelfde onderzoek deed, zijn Nederlanders toleranter geworden tegenover homo’s. Inmiddels vindt een ruime meerderheid van de bevolking (59 procent) het niet aanstootgevend als twee mannen in het openbaar zoenen. Vier jaar geleden lag dat nog op 51 procent. Met zoenende vrouwen heeft slechts een kwart van de bevolking een probleem.

Ook anderszins neemt de acceptatie toe. Zo heeft 85 procent van de mensen er geen problemen mee als hun zoon of dochter zou samenwonen met iemand van hetzelfde geslacht.

„Het klimaat wordt steeds toleranter”, zegt onderzoekster Saskia Keuzenkamp van het SCP. „Steeds meer homo’s durven daarom uit de kast te komen.”

Toch zitten er grenzen aan de tolerantie. In orthodox-religieuze kringen is de weerstand tegen homoseksualiteit onverminderd groot. Onder trouwe kerkgangers staat de helft afwijzend tegen homoliefde. Ook bij niet-westerse allochtonen, PVV-stemmers en 65-plussers is het aandeel dat homoseksualiteit afkeurt relatief groot.

Maar volgens Keuzenkamp zijn ook Nederlanders die ogenschijnlijk geen problemen hebben met homoseksualiteit, soms minder tolerant dan gedacht. „Een groot deel van hen zegt homo’s te accepteren, maar vindt zoenende mannen wel aanstootgevend. Daar is sprake van een dubbele moraal: homoseksualiteit wordt wel geaccepteerd, maar je moet er niet te veel van zien. Het is toegestaan zolang ze zich gedragen zoals hetero’s. Maar een homo zoent nou eenmaal niet met een vrouw, maar met een man.”