Geen enkel ministerie stuurt antwoord op tijd

„Bent u bekend met het feit dat”, „bent u op de hoogte van”, „deelt u de mening dat”. Zo begint het merendeel van de Kamervragen. Maar één vraag is geen vraag. Het openingsschot wordt namelijk bijna altijd gevolgd door een aantal subvragen, vorig seizoen gemiddeld zes. Een Kamerlid heeft nooit genoeg details, is de indruk die wordt gewekt.

Renske Leijten (SP) wist bijvoorbeeld een vraag met 24 subvragen te stellen over zorginstelling Osira.

Kamerleden hebben zo hun voorkeuren. De populairste vraagministeries zijn Volksgezondheid, Veiligheid & Justitie en Buitenlandse Zaken. Kamerleden vinden de informatie die van Ontwikkelingssamenwerking komt dan blijkbaar weer wel voldoende. Uit de analyse blijkt waarmee fracties willen scoren: PvdA’ers stellen opvallend veel vragen aan Justitie, PVV’ers aan Buitenlandse Zaken, D66’ers vooral aan Onderwijs.

Een Kamervraag wordt geacht binnen drie weken te zijn beantwoord, anders moet er een uitleg komen. Geen enkel ministerie haalt deze termijn echter, zo blijkt nu. Gemiddeld wachtte een Kamerlid vorig seizoen 34 dagen op antwoord. SGP-Kamerlid Elbert Dijkgraaf moest het langst wachten: drie maanden.

De verklaring: er zijn niet genoeg ambtenaren beschikbaar om de antwoorden te schrijven. Dat is de afgelopen jaren niet verbeterd. Vijf jaar geleden duurde het ook 34 dagen om een Kamervraag te beantwoorden.