Filmfestival van Venetië wacht nog steeds op die echt goede film

Glamour is er genoeg in Venetië. Clooney, Pacino, Madonna. Goede films nog wat weinig. Steve McQueens Shame groeit naarmate hij langer door je hoofd spookt.

Michael Fassbender lijdt in 'Shame' onder oppervlakkige seks. Scene uit de film Shame (2011) Foto: Film Festival Venetië
Michael Fassbender lijdt in 'Shame' onder oppervlakkige seks. Scene uit de film Shame (2011) Foto: Film Festival Venetië

De prijs voor de beste oneliner gaat vooralsnog naar Tinker, Tailor, Soldier, Spy van de Zweedse regisseur Tomas Alfredson (en de Nederlandse cameraman Hoyte van Hoytema), gebaseerd op de spionageroman van John le Carré. Gary Oldman, eindelijk weer eens in een hoofdrol, speelt de melancholieke George Smiley die een Russische infiltrant in de eigen gelederen van de Britse geheime dienst moet opsporen. Als de eenzelvige Smiley op bezoek gaat bij een oude collega (Cathy Burke) die net als hij betere dagen heeft gekend, haalt ze hem uit zijn mistroostigheid met de rake opmerking: „I don’t know about you, George, but I feel seriously underfucked.”

Tinker, Tailor, Soldier, Spy is visueel sterk, helemaal gemaakt in herfstig beige en bruin, heeft een topcast en een strak, slim scenario. Alleen sijpelt de spanning soms ver weg. Door een tamelijk grote fout in de keuze van de acteurs, is de film ook als whodunit minder raadselachtig dan eigenlijk zou moeten. Meer zeggen zou te veel van de plot verraden.

Venetië heeft dit jaar aan glamour geen gebrek. George Clooney was nog niet weg, of Madonna stond op de rode loper met het door haar geregisseerde koningsdrama W.E.: over Edward VIII die zijn troon opgaf om met Wallis Simpson te kunnen trouwen; een historisch voorval dat al een rolletje speelde in The King’s Speech.

Kate Winslet is met zoveel nieuw werk vertegenwoordigd in Venetië („Anderhalf jaar van mijn leven komt in drie dagen voorbij”) dat haar persconferenties nog maar half gevulde zalen trekken. Al Pacino, die van het festival een oeuvreprijs krijgt uitgereikt en een hobbyproject rond zijn enscenering van Oscar Wildes Salomé laat zien, komt staand in een open boot langs het festivalpaleis, koninklijk wuivend naar zijn fans.

Alleen de films houden niet altijd over. Festivaldirecteur Marco Müller is er weleens van beticht dat hij al zijn goede films aan het begin van het festival projecteert, omdat de helft van de professionals halverwege de tweede week afreist naar het festival van Toronto. Dat verwijt zal hem dit jaar niet treffen.

Winslet is te zien in de Amerikaanse televisieserie Mildred Pierce, van Todd Haynes, die toch aanwezig moest zijn als lid van de jury. Ze speelt ook in de nieuwe film van Roman Polanski, Carnage, als de wederhelft van Christoper Waltz die met een ander stel (Jodie Foster en John C.Reilly) beschaafd moet overleggen nadat hun zonen elkaar de hersens hebben in geslagen. Het laagje beschavingvernis wordt in rap tempo afgepeld; een vertrouwd thema van Polanski. Carnage is snel en geestig, en heeft met Waltz een komische acteur van klasse in huis, maar had geestiger kunnen zijn als Polanski’s aanpak wat subtieler was geweest. Veel om het lijf heeft de film niet.

Winslet is wederom present met een heel blik sterren onder wie Matt Damon, Jude Law, Marion Cotillard en Gwyneth Paltrow in de gortdroge, wonderlijk kalme rampenfilm Contagion, waarin een mysterieus virus een flink deel van de wereldbevolking dodelijk treft. Regisseur Steven Soderbergh heeft kennelijk een enorm vertrouwen in de medische en andere autoriteiten, die in de film een ramp van mondiale proporties gedecideerd en stap voor stap het hoofd bieden. Soderbergh maakt echter geen moment de paniek invoelbaar die daarbij hoort, al is het een aardig idee om de hele wereld in zijn doemscenario te betrekken, van Hongkong tot Chicago.

Nogal aan de droge kant is ook de nieuwe film van David Cronenberg. A Dangerous Method gaat over de moeizame relatie tussen de aartsvaders van de psychiatrie Freud (met prettige ironie gespeeld door Viggo Mortensen) en Jung (Michael Fassbender), toegespitst op hun gevoelens voor hun patiënt en latere collega Sabina Spielrein (Keira Knightley). Interessante historische stof, leerzaam ook, maar waar is het drama? Keira Knightley houdt zich als Spielrein in haar geestelijk gestoorde periode, al spastisch schokkend en worstelend met spraakgebreken, bepaald niet in. Fassbender had juist wel wat meer mogen geven om Jung (de mysticus tegenover de streng-rationele Freud) tot leven te wekken.

Fassbender haalt wel alles uit de kast voor regisseur en beeldend kunstenaar Steve McQueen, met wie hij eerder het bejubelde gevangenisdrama Hunger maakte. In Shame – een film die overigens ook Disgust had kunnen heten – speelt hij de succesvolle New Yorker Brandon, die steeds verder wegzakt in een draaikolk van oppervlakkige seks, online en in vluchtige contacten. Volgens McQueen is emotionele afstomping door de alom aanwezige pornografie de hedendaagse „elephant in the room”: iedereen weet dat het zo is, maar niemand praat erover. Hij gebruikt veel muziek, wellicht om te voorkomen dat zijn film net zo afstompend is als de wereld die hij in de tang neemt. Shame is iets minder dwingend dan zijn prachtdebuut Hunger, maar nog altijd een uiterst moedige, spannende film, de beste van de competitie tot nu toe. Een film ook die groeit naarmate hij langer door je hoofd spookt. Met Carey Mulligan die als nachtclubzangeres en het zusje van Brandon een intens droevige, langzame versie zingt van New York, New York, bevat Shame in ieder geval een moment van pure magie, of beter: magische puurheid.