Een verkeerd antwoord? Gewoon nog eens vragen

Niemand stelt meer Kamervragen dan Sharon Gesthuizen (SP): 114 per jaar.

De minister neemt haar vragen niet altijd serieus. Maar ach, ze komt in de krant.

Eerst leest ze de krant, ziet ze iets op internet of wordt ze gebeld. Door een asieladvocaat „met een zielig geval”. Door een burger „met een privéprobleem”. Door iemand die een bedrijf is begonnen, zich inschreef bij de Kamer van Koophandel „en al zijn persoonlijke shit zoals zijn adres opeens online zag staan”.

En dan? Dan stelt Sharon Gesthuizen (SP) Kamervragen. Eerst mondeling, voor het vragenuurtje. Maar iedereen wil wel live op tv uitgezonden een vraag kunnen stellen, dus de meeste worden niet geselecteerd. Dan dus maar schriftelijk: 114 in een jaar.

Haar „mooiste manier” om een vraag te stellen is in samenspraak met een journalist. „Als ik ergens achter kom ga ik dan eerst naar een journalist, of komt een journalist naar mij.” Die schrijft dan ergens over, voert Gesthuizen in een artikel op, waarna zij er weer een vraag over stelt. „Want je hebt toch de pers nodig om onderwerpen op de agenda te krijgen. Daarin zit een deel van de legitimiteit van mij als Kamerlid.” Of anders gezegd: „Als niemand wakker ligt van een misstand is dat heel erg, maar dan is de druk op de minister minder.”

Gesthuizen gaat binnen haar fractie over Justitie. En dus stelt ze dit soort vragen aan minister Ivo Opstelten: „Wat is uw reactie op het bericht dat een Nederlandse man die werd overgeleverd aan Polen gedurende zijn anderhalve dag durende transport naar de Poolse gevangenis geen eten en geen drinken heeft gehad?” De man had volgens de reactie zelf eten bij zich gehad, daarnaast avondeten gekregen en de volgende ochtend weer ontbijt.

Of Gesthuizen stelt vragen over een andere krantenbericht. „Wat is uw reactie op het bericht dat organen van mogelijk vermoorde baby’s zouden zijn weggegooid bij het Nederlands Forensisch Instituut?” Het antwoord: „Dit bericht is onjuist.”

Vreest ze niet voor vraaginflatie? Hoe meer ze vraagt, hoe minder krachtig. „Nee hoor. Hoe meer vragen, des te mooier. Kamervragen zijn de bloem van onze democratie.” Prachtige woorden, maar ook Gesthuizen is niet vies van strategisch gebruik. „Soms vraag ik iets waarvan ik toch wel weet hoe het zit.”

Als het ministerie haar vragen wat serieuzer nam, zou dat schelen, denkt ze. In 90 procent van de gevallen is het antwoord nietszeggend. Maar goed, zo haalt ze haar schouders op. „De minister gaat over zíjn antwoorden, ik over míjn vragen. En als hij mij niet serieus neemt? Ach, dan vraag ik het toch gewoon nog een keer?”