Een griezelig universum

Voor het kunstfestival Ruhrtriennale maakte Luk Perceval zijn eigen versie van Shakespeares klassieker.

Macbeth is nu een veteraan achtervolgd door trauma.

Het beeld is wel vaker vertoond, maar in de reusachtige Maschinenhalle Zweckel in Gladbeck is het toch verpletterend in zijn omvang: de gehele speelvloer in de oude elektriciteitscentrale van zeker vijftig meter breed is bezaaid met zwarte schoenen. Legerkisten zijn het en het lot van degenen die ze droegen laat zich raden. Hier heeft een massaslachting plaatsgehad, en aan de handen van soldaat Macbeth kleeft het meeste bloed. Kinderen zingen liedjes over de krijgsheld Macbeth, maar in de versie van Luk Perceval voor de Ruhrtriennale is hij zélf oorlogsslachtoffer: de opkomst van acteur Bruno Cathomas is terneergeslagen, moedeloos. Nauwelijks kan hij praten, hij aarzelt, slikt hoorbaar, smakt met zijn lippen, zijn stem trilt: hier staat een getraumatiseerd man.

Zijn echtgenote Lady Macbeth (Maja Schöne) is een hysterica en een trouweloze flirt. Zij kan alleen maar lachen om zijn verslagen houding, zijn afhangende schouders, zijn machteloze mond. Ze verwijt hem gebrek aan mannelijkheid, impotentie zelfs, en stookt hem op meer mans te zijn.

Maar Macbeth wordt geplaagd door angsten, in de vorm van heksen. Negen zijn dat er bij Perceval: griezelige dunne gestalten wier gezicht en naakte lichaam grotendeels schuilgaan achter hun meterslange haar. Ze houden zich stil in erkers en nissen en roeren zich gaandeweg steeds meer, knakken naargeestig door hun magere benen of steken een klauwende hand uit. Bij Shakespeare voorspellen ze Macbeth dat hij koning van Schotland zal zijn. Perceval laat ze vooral Macbeths eigen wanen symboliseren. De oorlog is niet voorbij, fluisteren ze hem in (of zijn het zijn eigen gedachten?), nooit zal hij veilig zijn. Het is dat besef dat bij Macbeth de behoefte voedt koning te zijn; dan is hij immers onschendbaar en dus veilig. Maar daarvoor moet hij wel de huidige koning Duncan doden.

Het is een duivels dilemma: doodt hij de koning, dan heft hij ook diens onschendbaarheid op en riskeert daarmee uiteindelijk ook weer zijn eigen veiligheid. Hij komt er niet uit, Cathomas weifelt en twijfelt, tot zijn opruiende vrouw in hem een waanzinnige moordlust doet ontwaken.

In de belangrijkste scène van het stuk herinnert zij hem wreed aan hun gestorven kind. Dan breekt Macbeth, verliest zich in verdriet en laat de gekte, de bloeddorst toe. Plots staat er een ander mens voor haar: een paranoïde machtswellusteling, een moordenaar. Cathomas speelt die transformatie groots: moeiteloos schakelt hij van huilen naar lachen, van slachtoffer naar wreedaard. Macbeth en zijn vrouw zijn herenigd in hun wraakzucht. Op de achtergrond kruipen de heksen dichterbij.

Perceval maakte een imposante, monumentale Macbeth, mede dankzij de adembenemende ruimte en de manier waarop het licht door de hoge ramen naar binnen valt. Zo worden alle acteurs klein en alle mensen nietig. Zijn personages ontbreekt het aan psychologie, het zijn eerder symbolen dan mensen. Maar zijn mysterieuze, griezelige universum is niettemin overtuigend, door de ijle, verloren sfeer die de industriële ruimte ademt, en door het minimale decor, met naast de schoenen enkel een torenhoog bouwwerk van wankele tafels, reikend tot aan het plafond.

En door die heksen, symbool van het naderend onheil, zwijgend maar dreigend, met hun magere lichamen in groteske posities: de armen en benen geknakt, de ruggen gekromd. Als Macbeth zelfs zo ver gaat dat hij zijn goede vriend Banquo doodt, schudden, trillen en stuipen zij angstaanjagend, terwijl ogenschijnlijk de ongebruikte machinerie van de hal weer tot leven komt: ondergronds rommelt, beukt en stampt de ruimte. Het is het indrukwekkendste moment van de voorstelling. Daarna duurt het niet lang of ook Macbeths lot is bezegeld: de schoenen worden overeind gezet, daar doemt een nieuw leger op in de verte. Als Macbeth dan ook zijn vrouw aan waanzin verliest, is hij verloren.

Theater

Ruhrtriennale: Macbeth van Shakespeare door het Thalia Theater Hamburg.

Regie: Luk Perceval. T/m 17 september. www.ruhrtriennale.de ****