De vriendvijand

Ik denk niet dat iemand het argument zal onderschrijven dat je een moordenaar moet laten lopen omdat andere moordenaars soms ook vrijuit gaan, of dat diefstal niet mag worden bestraft zolang niet alle dieven altijd gepakt worden. Je hoort nooit zeggen: dat is in strijd met het beginsel van gelijke behandeling.

Op het gebied van misdaden tegen de rechten van de mens is een dergelijke redenering niettemin tamelijk courant. De vraag is dan: waarom worden wel Mladic en Karadzic vervolgd, waarom vraagt het Internationaal Strafhof om de opsporing en berechting van Gaddafi en van Al-Bashir, de beul van Soedan, maar niet van, bijvoorbeeld, de Syrische dictator Assad, of zelfs die van Dick Cheney? De voormalige Amerikaanse vicepresident erkent in zijn pas verschenen memoires waterboarding te hebben aangemoedigd en staat dus onder verdenking van aanzetten tot martelen.

Waarom de één wel en de ander niet? Dit gaat verder dan selectieve verontwaardiging, het is selectieve rechtstoepassing. Moet men een smeerlap als Gaddafi (gesteld dat hij niet wordt vermoord) dan maar liever laten lopen?

De luchtacties van de NAVO in Libië waren door de Veiligheidsraad gewettigd ter bescherming van de bevolking die in opstand was gekomen tegen de dictatuur. Was de regime change een onbedoeld bijeffect? Wie garandeert, nu de dictator is gevallen, de mensenrechten van bijvoorbeeld zwarte gastarbeiders in Libië? Dat zijn legitieme vragen, maar geen argumenten om af te zien van internationale inmenging in situaties waarin op grote schaal mensenrechten worden geschonden – als de mogelijkheid zich voordoet.

Natuurlijk zijn er ook andere dan humanitaire motieven in het geding, oliebelangen, strategische belangen. Is dat hypocriet? Ja, ik zie alleen niet in dat dit een argument is tegen de omverwerping van een dictator of de vervolging van plegers van genocide.

De internationale responsibility to protect staat op gespannen voet met het beginsel van soevereiniteit en de verfoeilijke gedachte dat een staat alleen kan bestaan in de strijd met andere staten. Hoe dan ook, iedereen begrijpt dat humanitaire interventies in Tsjetsjenië of Tibet alleen in het hoofd van gevaarlijke krankzinnigen kunnen opkomen.

Is het internationaal recht dus niets meer dan een schaamlap? Geert-Jan Knoops, hoogleraar internationaal strafrecht en internationaal strafrechtadvocaat, hekelt met enige regelmaat de dubbele standaard en de willekeur in de wereld van het internationaal recht. „Hoe kunnen we ooit vertrouwen op een systeem dat zo duister en ongrijpbaar is?” (NRC Handelsblad 19 juli). „Internationaal recht is recht van de sterkste”. Maar dan zou het helemaal geen recht zijn. Knoops leidt uit de feiten een norm af, dat kan niet. Mij lijkt het belang van internationaal recht nu juist dat het normen stelt.

Het is toch geweldig dat de ergste beulen die verantwoordelijk zijn voor de tienduizenden doden in voormalig Joegoslavië stuk voor stuk zijn opgepakt? Daar geloofde vrijwel niemand in toen in 1997 het Joegoslavië Tribunaal werd opgericht. De voormalige Nederlandse voorzitter van de VN-commissie die de schendingen van het oorlogsrecht in de Balkan onderzocht, prof.dr. F. Kalshoven, betwijfelde de effectiviteit van het tribunaal: er zouden hooguit een paar toevallige soldaten gegrepen worden, maar de grote boeven achter de etnische zuiveringen waren niet aan te pakken. Wel, de 161 door het tribunaal uitgeschreven arrestatiebevelen, inclusief die tegen Milosevic, Karadzic en Mladic, hebben tot 161 arrestaties geleid – 100 procent.

Enig optimisme over de mogelijkheden van het internationale strafrecht is dus wel gerechtvaardigd. Men kan wel zwartgallig betogen dat iedere stap vooruit betekent dat andere stappen nog niet worden gezet, maar dat komt neer op een oproep tot passiviteit en is niet minder cynisch dan het machtspolitieke cynisme dat op de achtergrond van humanitaire interventies wel degelijk ook een grote rol speelt.

Inmiddels is uitgekomen dat de Amerikaanse en Britse geheime diensten uitstekende betrekkingen met Gaddafi en zijn entourage onderhielden. Eerst vijand, toen vriend, dan weer vijand, of, zoals de vergeten dichter Peter van Steen (1904-1971) het uitdrukte:

het gaat om de belangen de vijand van gisteren is vandaag de vriend wat hij morgen zal doen doet niet terzake nu vandaag is hij de vijandvriendin de ophanden zijnde strijd tegen de vriend van gisteren die nu vijand is de vriendvijand

Het feit dat oorlogsmisdadigers en misdadigers tegen de menselijkheid ooit door het Westen als bondgenoten in het zadel werden geholpen of gehouden, betekent niet dat zij onschendbaar zijn onder het internationale recht. Al-Qaeda en de Talibaan zijn door de VS in Afghanistan ingezet tegen de toenmalige Sovjetunie, maar dat maakt de aanslagen van 9/11 niet minder verschrikkelijk. Het steunen van dictators, uit vrees voor het islamitische fundamentalisme, zal op den duur even contraproductief zijn als het steunen van fundamentalisten tegen dictators. Het recht kán, ook in het Midden-Oosten, zegevieren. Verwerpelijk is het idee dat de bevolking in de islamitische wereld geen andere keuze zou hebben dan die tussen een fundamentalistische of een seculiere dictatuur.