De verwende parochie

Er is behoefte aan duiding. Zoveel is zeker. Daarom was de oecumenische kerk De Duif aan de Prinsengracht in Amsterdam afgelopen zondag zo vol. Dit monumentale pand, met zijn ietwat zwaar uigevallen barokke gevel, is tijdelijk de uitvalsbasis van De Kleine Komedie. Dit theater is aan het verbouwen.

Speciaal voor deze locatie is een cultureel programma verzonnen, onder de titel ‘Preken voor eigen parochie’.

Een goede preek is wel aan mij besteed, maar ik had vooral belangstelling voor de parochie. Wie zijn de mensen in die ‘eigen parochie’? Vijftigplussers, zo blijkt. Ze zijn informeel gekleed en spreken met een deftige tongval over het onderhoud aan hun vakantiehuis in Zuid-Frankrijk – en ze zijn blank, uiteraard.

Het programma is samengesteld door cabaretier Jan Jaap van der Wal. Cabaret wint snel aan status in Nederland, valt me op. Vroeger vermaakten kleinkunstenaars ons met mopjes, liedjes en een tapdansje zo nu en dan. Nu zijn cabaretiers heuse commentatoren. Ze geven hun visie op de wereld. Ik weet niet of dat winst is. Het lukte Jan Jaap van der Wal in elk geval niet om zijn cabareteske toon te matigen bij zijn inleidingen. Hierdoor kreeg het geheel iets lacherigs, hoewel de inzet toch serieus was bedoeld – de staat van ons land.

Scenarioschrijfster Maria Goos opende de avond met herinneringen aan haar jeugd in de jaren zeventig. Toen was het in om ‘anti’ te zijn – antikerk, antiburgerlijk, antiautoriteit. De welvaart van de babyboomers, zei Goos, was ongekend. Geen enkele generatie zal deze welvaart ooit nog meemaken, maar we gaan er moreel gezien achteloos mee om. We schrijven onze thuiswonende kinderen nog steeds in op een ander adres voor de studiefinanciering. De Marokkaanse schoonmaakster betalen we zwart.

Ik wens te betwijfelen of deze kleine knoeierijen werkelijk de kern vormen van de staat van het land.

Vervolgens kwam cabaretier Peter Heerschop aan het woord, bekend van het spelletjesprogramma Ik Hou van Holland met Linda de Mol. Hij presenteerde dertien manieren om ongelukkig te worden. Nooit twijfelen aan je eigen mening, geen aandacht schenken aan je medemens, het verheerlijken van het verleden, niet houden van jezelf – de verzameling tegeltjeswijsheden leverde hem lachsalvo’s op. Misschien was dit wel tekenend voor de staat van Nederland.

Gelukkig was daar Paul Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Hij legde uit dat het eigenlijk goed gaat met Nederland. We zijn op Luxemburg na de rijksten in de Europese Unie, hebben een lage werkloosheid, een hoge levensverwachting en een verwaarloosbare immigratie van een paar honderd mensen uit Marokko en Turkije. Zelfs onze bejaarden zijn niet arm, als je ze vergelijkt met de buurlanden. Als je dat tegen Nederlanders zegt, zeggen ze: „Dat is uw mening.”

De afsluiting van de avond werd verzorgd door Paul van Vliet. Hij was door de opkomst van het feminisme gaan twijfelen aan zijn mannelijkheid, omdat hij nu zijn eigen kleren moet wassen.

De predikers waren, kortom, niet verrassend. Wat mij vooral verbaasde, was de parochie. Is dat wat de mensen die zo hard in hun handen klapten, deze elite van cultuurliefhebbers – babyboomers, eigen huis, twee auto’s, drie vakanties, leuk werk, goed pensioen – wilden horen over de staat van het land? Waarom gaat het bij babyboomers altijd over hun eigen, persoonlijke geluk? Ik wil hen niet uitmaken voor harteloze profiteurs, maar als één generatie zich iets mag aantrekken van de staat van het land, van de eurocrisis, van de mislukkende integratie en van het oprukkende populisme, is deze het wel. Iemand zou deze tot op het bot verwende parochie eens streng moeten toespreken.

Ja, meneer Jan Jaap van der Wal. Dit is een open sollicitatie.