De Kamervraag is vooral een vraag om aandacht

Het ‘vragenrecht’ of het ‘recht op inlichtingen’ behoort tot de belangrijkste instrumenten waarover een parlementariër beschikt. De gelegenheid om de regering vragen te stellen is een recht dat de Grondwet alle Tweede en Eerste Kamerleden geeft. De ministers en staatssecretarissen zijn verplicht de gevraagde inlichtingen te verstrekken, tenzij dat in strijd is „met het belang van de staat”.

Kamerleden zijn medewetgevers, maar ook controleurs van de regering. Zij zijn volksvertegenwoordigers en stellen hun vragen dus mede namens de kiezers. In een democratie is het essentieel dat de regering het parlement juist en zo volledig mogelijk informeert. Daarom valt de term ‘doodzonde’ al gauw als blijkt dat een bewindspersoon het parlement verkeerd heeft geïnformeerd.

Er zijn vele manieren om vragen te stellen. De schriftelijke vraag is de meest bekende – en dikwijls ook effectieve – manier als het de parlementariër ook of uitsluitend om publicitaire aandacht te doen is. Voor dat laatste is zeker ook de mondelinge vraag geschikt, vooral als hij tijdens het vragenuurtje op dinsdagmiddag in de Tweede Kamer wordt gesteld. Rechtstreeks op televisie te zien.

Het mondelinge vragenuur werd overigens al in 1906 in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer opgenomen; in 1918 werd het ook aan de Eerste Kamer toegekend.

Ook de wat in onbruik geraakte interpellatie en het veelgebruikte middel van het ‘spoeddebat’ zijn zeer geschikt om een bewindspersoon te dwingen publiekelijk te reageren op vragen van Kamerleden over een gewoonlijk actuele kwestie.

Maar eigenlijk bestaan alle debatten die Tweede en Eerste Kamer met leden van het kabinet of met elkaar voeren mede uit talloze vragen, of het nu gaat om de Algemene en Politieke Beschouwingen, een wetsvoorstel of iets anders.

Dikwijls is de vraag niet alleen een aanloop naar een vraagteken, maar ook een middel voor de vragensteller om impliciet zijn of haar mening te geven. Want de vraag is niet alleen een essentieel grondrecht voor de parlementariër. Hij is ook een manier om een minister of staatssecretaris in verlegenheid te brengen. Niet zelden vraagt een Kamerlid naar de bekende weg en kan hij het antwoord dus voorspellen. Maar dat laat zijn recht om die vragen te stellen onverlet.

John Kroon

John Kroon is commentator voor nrc.next en NRC Handelsblad.