David Hein (33), advocaat: 'Deelnemen aan het juridisch proces is boeiend'

David
David

„Eén ding wist ik zeker: ik word geen advocaat. Een typisch keurslijfvak vond ik dat. Ik zou de diplomatieke dienst ingaan omdat ik naar het buitenland wilde. Op mijn achttiende schreef ik dat ook op in het jaarboek van mijn middelbare school: diplomaat. Of persvoorlichter van Ajax. Ik dacht er in die tijd ook nog weleens aan om het leger in te gaan, maar dat werd zo bespot door mijn omgeving dat ik dat heb losgelaten. Ik begreep bovendien zelf ook wel dat wanneer ik ‘iets goeds’ wilde doen in een ver buitenland, ik dat beter met mijn mond dan met een geweer kon doen.

Het plan was: rechten en dan het diplomatenklasje. Mijn studie begon slecht, ik had geen idee hoe ik moest studeren en weigerde om simpelweg oude tentamens te oefenen. Voor het diplomatenklasje viel ik in de een na laatste ronde af. Ze vermoedden dat ik mijn eigen mening niet ondergeschikt zou kunnen maken aan het algemene belang. Klopt misschien ook wel. Tijdens mijn stage bij de VN in New York vond ik het soms moeilijk dat het vooral om het grote plaatje gaat, in plaats van om individuele, concrete gevallen.

Na mijn afstuderen ben ik gevraagd om het oorlogstribunaal in Bosnië mee te helpen opbouwen. Dat was geen kijkje in de keuken, we wáren de keuken. Diplomatiek werk, management. En meewerken aan strafzaken, als gerechtssecretaris. Na die drie jaar wist ik hoe boeiend het was om deel te nemen aan het juridisch proces en besloot ik advocaat te worden. Ik volgde een postdoctorale opleiding in Genève en kon daarna aan de slag bij Korvinus Van Roy & Zandt advocaten.

Ik ben absoluut tevreden met de dingen die ik gedaan heb, ook met het boek dat ik schreef over mijn werk in Bosnië. En ik vind het ontzettend leuk om advocaat te zijn. Wat die buitenlanddroom betreft: ik heb een vriendin en neem dat soort beslissingen niet meer alleen. Daarbij weet ik na viereneenhalf jaar buitenland hoe ontzettend eenzaam het kan zijn. Het is niet alleen maar cool.”