Crisis bederft de 'rentrée' in Brussel

Geleidelijk de draad weer op- nemen, is er in Brussel na de zomervakantie niet bij. Daar- voor wordt door de financiële markten te hard ingebeukt op de euro. Dit jaar is het meteen alle hens aan dek.

Normaal komt het leven in de Europese hoofdstad in september traag op gang. Na de vakantie komen Europese ambtenaren bruinverbrand in Brussel terug. Deze rentrée duurt een of twee weken. Mensen helpen hun kinderen naar school, nemen de tijd elkaar weer te begroeten en werken zich langzaam in.

Dit jaar is alles anders. Het enige dat normaal is aan de ‘rentrée’, is de terugkeer van ellenlange files. Voor de rest hebben de financiële markten ook in augustus zó op de euro ingebeukt, dat er van geleidelijke terugkeer naar het normale Europese politieke ritme geen sprake is.

Het crisismanagement voor de euro ging de hele zomer door en is op volle sterkte. Griekenland kreeg net tien dagen van de trojka – Europese Commissie, Europese Centrale Bank en Internationaal Monetair Fonds – om de beloofde hervormingen alsnog door te voeren en het begrotingstekort niet weer te laten oplopen – anders krijgt het eind september de zesde portie leningen van andere eurolanden niet.

De VS lijken Europa mee te slepen in nieuwe recessie. Aandelen van grote Europese banken kregen gisteren een geweldige oplawaai: sommige aandelen verloren 10 procent. De rentes die Italië en Spanje voor staatsleningen betalen, lopen ondanks massale aankopen door de ECB vorige week (13,3 miljard, een verdubbeling van de week ervoor) weer op. Die van Duitsland zijn lager dan ooit, waarmee Duitse staatsobligaties en goud nu ongeveer de veiligste beleggingen ter wereld zijn.

Zelfs Duits-Franse plannen voor nog meer integratie in de eurozone, die gisteren uitlekten in het Duitse weekblad Der Spiegel, lijken de turbulentie niet te kunnen temperen. „We krijgen een zware herfst”, zegt een Europees diplomaat.

Als er een duidelijke oplossing in het verschiet lag, zouden Europese politici hier makkelijker doorheen kunnen navigeren. Maar nu lijkt het vooruitzicht op genoeg economische groei voorlopig in veel westerse landen verkeken, worden kernlanden uit de eurozone ondanks hevig bezuinigen fragieler en dreigt er een nieuwe bankencrisis dreigt. In zo’n moeras is het zo simpel niet.

Juist nu trekken regeringen van de zeventien eurolanden verschillende kanten op, om hun eigen economieën overeind en nationale achterbannen tevreden te houden. Geen wonder dus dat er vandaag in Berlijn crisisoverleg is tussen ministers van Finland, Duitsland en Nederland over het onderpand dat Finland van Griekenland eist in ruil voor steun. Zelfs Europees president Herman Van Rompuy was gisteren in Helsinki om dit probleem, dat het hele euronoodfonds EFSF kan lamleggen, weg te masseren.

Mario Draghi, die in oktober Jean-Claude Trichet opvolgt als president van de ECB, zei gisteren dat eurolanden een „kwantumsprong” moeten maken naar meer integratie. Vandaag schrijft de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble in de Financial Times dat er maar één antwoord is op de malaise: alle eurolanden moeten de broekriem blijven aanhalen en intussen stap voor stap doorgaan met verdere integratie van de eurozone. „Dat zal niet van vandaag op morgen gebeuren”, waarschuwt hij. „Het kan ingrijpende verdragswijzigingen vereisen.”

De Franse president Nicolas Sarkozy en de Duitse bondskanselier Angela Merkel willen een sterker bestuur voor de eurozone. Van Rompuy zou officieel eurotoppen gaan voorzitten, wat hij afgelopen anderhalf jaar al meermalen heeft gedaan. Hij zou hiervoor meer personeel moeten krijgen. Bij het noodfonds EFSF zou een onderzoeksafdeling moeten komen die moet zorgen voor solide berekeningen en analyses, waar het nu volgens Berlijn aan schort.

De Luxemburgse premier en minister van Begroting, Jean-Claude Juncker, nu voorzitter van de euroministers, heeft het bij Merkel en Sarkozy verbruid. Zij willen, schrijft Der Spiegel, dat hij plaatsmaakt voor „een voormalig eurominister van Financiën” die dit werk fulltime doet.

Zo zou een Europa van twee snelheden ontstaan. Merkel was daar altijd tegen, maar nood breekt wet. Er rijst nu al verzet tegen deze plannen. Bij de Europese Commissie, die specialisten heeft die dit werk al doen en zich gepasseerd voelt. Bij kleine landen, die vrezen dat zij onder de voet worden gelopen door de grote. Bij de Britten, omdat zij er dan niet bij zijn, zelfs niet als waarnemers – terwijl hun cruciale handelspartners in de eurozone zitten.

Diplomaten en ambtenaren proberen koortsachtig uit te vinden wie welke standpunten inneemt en waar die op uit kunnen lopen. Moeilijker nog: haast is geboden. Maar nu het heilige huisje van de ‘rentrée’ is gesneuveld, kan dat er ook nog wel bij.