Beroepstrots in ouderenzorg

Het kabinet-Rutte trekt 852 miljoen euro uit voor 12.000 nieuwe banen in de gezondheidszorg. Dit geld moet vooral ten goede komen aan de ouderenzorg. Het bedrag komt globaal overeen met de circa 900 miljoen euro die het kabinet denkt te besparen op het persoonsgebonden budget (pgb) voor met name chronisch zieken.

Die correlatie tussen het bezuinigingsbedrag en de investeringssom kan bijna geen toeval zijn. Ze illustreert in ieder geval dat het kabinet kiest: voor professionele, controleerbare ‘handen aan het bed’ en tegen het individualistische pgb, dat weliswaar een liberale verworvenheid is maar ook fraudegevoelig bleek te zijn.

Die belofte van 12.000 extra banen is een politiek succes voor gedoogpartner PVV, die hierop heeft getamboereerd in de onderhandelingen over het regeer- en gedoogakkoord met VVD en CDA. Maar ook zonder de PVV zou welk kabinet dan ook dit soort investeringen hebben moeten doen. De zorg is de onverbiddelijke groeisector in bijna elke postindustriële 21ste-eeuwse maatschappij. Door de combinatie van voortdurende technologische vooruitgang en vergrijzing zijn er nauwelijks grenzen aan ‘cure’ (genezing) en ‘care’ (verzorging).

Volgens schattingen zou de gezondheidszorg komend decennium alle nieuwe arbeidskracht absorberen die in Nederland op de markt komt. Dat zal niet gebeuren – en het zou ook een ramp zijn voor vitale overheidssectoren als het onderwijs en de politie – maar het verklaart wel waarom jongeren weer in groten getale kiezen voor een (para)medische opleiding. Deze aanwas wordt overigens ook veroorzaakt door de statusdaling van de ooit flitsende financiële sector. Maar het is verheugend dat dienstbare beroepen weer ‘in’ zijn.

Daarmee is de dreigende schaarste echter niet opgelost. Want binnen de branche is ‘cure’ aanzienlijk populairder dan ‘care’. Jonge mensen kiezen, bij wijze van spreken, liever voor de operatiekamer dan voor het verzorgingshuis. Snijden is kennelijk boeiender dan verschonen. Het kabinet en de ‘veldpartijen’, die het banenconvenant gisteren tekenden moeten het beschikbare geld gebruiken om deze scheefgroei tegen te gaan. Het prestige van de ‘care’ moet verbeterd. De ouderenzorg moet een volwaardig beroep blijven en dus niet verder afglijden, zoals met bijvoorbeeld de postbode is gebeurd. Dat kan met materiële prikkels, maar ook door immateriële arbeidsvoorwaarden die statusverhogend werken. Zij-instroom van oudere zorgwerkers, zoals in het onderwijs, kan eveneens helpen om de beroepseer van het vak te versterken en zo minder kwetsbaar te maken voor het geval de financiële dienstverlening voor de jeugd weer een opwindender arbeidsperspectief wordt. Geld is belangrijk. Maar een creatief gebruik is net zo belangrijk.