Zonder leider en visie geen toekomst

IAAF-voorzitter Diack moet vertrekken, zegt Jos Hermens.

De atletiekfederatie heeft geen visie. „90 procent heeft geen idee over vernieuwing.”

Als Boeddha legt Jos Hermens de handpalmen tegen elkaar en smeekt, de blik omhoog gericht, Lamine Diack terug te treden als voorzitter van de internationale atletiekfederatie IAAF. „Laat er alsjeblieft een ander komen. Als het Sebastian Coe niet is, dan maar Sergei Boebka. Liefst Coe zodra zijn werk voor de Spelen in Londen erop zit, want Boebka is een Oekraïense straatvechter met weinig visie. De IAAF moet hoe dan ook uit het moeras getrokken worden.”

De 78-jarige Sengalees Diack is voor Hermens de personificatie van het conservatisme binnen de IAAF. De federatie heeft volgens de Nederlandse atletenmanager en wedstrijdorganisator te weinig oog voor de noden van atletiek. Zijn belangrijkste klachten: de sport vergrijst, geen innovatie, veel incapabele trainers, te veel amateurisme, te veel managers, weinig aandacht van televisie en slechte marketing. „Geen leiding, geen visie, geen toekomst”, verzucht Hermens, die al zo’n dertig jaar zijn brood verdient in de sport waarin hij als langeafstandsloper redelijk succesvol was. Bij de WK in Daegu was hij de succesvolste manager. Met zijn atleten won hij drie keer goud, drie keer zilver en drie keer brons.

Eigenlijk wil Hermens de sport niet afbranden, omdat hij een liefhebber. Maar hij kan zijn mond niet houden. Er gaat volgens hem zoveel fout dat zwijgen onverantwoord is. „Atletiek vergrijst. Kijk naar de tribunes, die vooral bezet worden door veertig- en vijftigplussers. Die zijn nog bereid vier uur toe te kijken. Maar dat geldt niet voor de nieuwe generatie. Die zapt weg. Atletiek is een geduld- en begrijpsport. Dat is in ons nadeel. Jongeren willen snelheid. En als de televisie van wedstrijden alleen de race van Usain Bolt uitzendt, wordt atletiek vrijwel onzichtbaar. Zo trek je geen nieuw publiek.”

Nieuwe atleten komen er wel, dat is volgens Hermens niet het probleem. Wel de coaches. Anders dan in het voetbal zie je in de atletiek weinig jonge trainers. „Omdat er geen droog brood in te verdienen is. Het is toch een schande dat Vince de Lange (trainer tienkamper Eelco Sintnicolaas, red.) jarenlang op een houtje heeft moeten bijten. Of dat Ruben Jongkind bij Ajax moet werken om Bram Som te kunnen trainen. Zo blijft het amateuristisch. Neem Peter Winkel, de trainer van Yvonne Hak. Die gaat als clubtrainer gewoon naar de WK en straks misschien naar de Olympische Spelen. Met alle respect voor Winkel, maar dat kan toch niet. Als mijn zoon van de voetbalclub in mijn woonplaats naar NEC zou gaan, gaat zijn trainer echt niet mee. In de atletiek gebeurt dat wel. Hak is een talent. Ze kan een medaille op de WK winnen, maar dan moet er wel een professionele omgeving gecreëerd worden. Dit jaar was ze er van januari tot april uit, omdat ze als student geneeskunde coschappen moest lopen. Hoe kun je dan prestaties verlangen?”

Hermens erkent dat hij zelf ook niet de oplossingen heeft, maar hij vindt dat de passiviteit bij de IAAF doorbroken moet worden. „In vergaderingen van de Diamond League zoeken we naar nieuwe ideeën. We willen meer duels tussen de helden. Op de 100 meter tussen Bolt en Asafa Powell. Maar die twee ontlopen elkaar bij voorkeur. En sinds de sport schoon is kunnen de atleten ook minder wedstrijden lopen. Ze hebben hersteltijd nodig. Dat is geen pleidooi voor doping, maar het is wel de realiteit. Vroeger liepen atleten vijftien wedstrijden per seizoen en ontstond herkenning. Zoals bij voetballers, wier namen in één wedstrijd vaker genoemd worden dan van een atleet in één jaar. Ik ben tegen doping, maar nu bijna iedereen clean is zie je meer zwakke momenten en minder prolongatie van titels. In het dopingtijdperk bleven atleten langer gezond en hadden minder blessures.”

De veranderingen merkt Hermens in zijn werk. De belangstelling verschuift van de baan naar de weg. Zijn inkomsten uit de baanatletiek zijn gehalveerd, die uit de wegatletiek verdubbeld. Mede daarom richt hij zich meer op marathons. En verder verlegt Hermens zijn aandacht naar nieuwe markten. Hij heeft al contracten in China en oriënteert zich in Vietnam, Singapore, India en Oeganda. Dat kan gaan om begeleiding van atleten, inrichten van trainingscentra of de organisatie van wedstrijden.

Hermens merkt in zijn contacten de verbazing en verwondering over Diack en de IAAF. Vooral het laten voortbestaan van de bestaande situatie. „Wat wil je, die mensen zijn niet bezig de sport te verkopen. Negentig procent heeft geen idee over vernieuwingen. Onze sport stamt uit de tijd van de Grieken, die twee weken uittrokken voor een toernooi. Voor de val van de Muur had het Oostblok met staatsamateurs geen belang bij professionalisme. En in de Verenigde Staten kwamen de goede atleten van de colleges. Dat hield elkaar in evenwicht. Pas na de 1989 is atletiek een beetje geprofessionaliseerd. Veel andere sporten liggen lichtjaren voor.”

Waarom wordt Diack, vorige week begonnen aan zijn derde termijn als voorzitter, dan gedoogd? „Diack profiteert van de ontwikkelingsprojecten van de IAAF. Een nieuwe hoogspringmat, een nieuwe baan en de 52 stemmen uit Afrika zijn binnen. Maar innoveren, ho maar. Om over marketing niet te spreken. Diack is best aardig, maar met een man in djellaba kun je toch niet bij sponsors aankomen? Bovendien is hij amper te verstaan. Nee, dan Coe, dan komt er echt iemand binnen.”