We werken hard, maar zien er niets van terug

De nieuwe protestbeweging wil zich niet in een politiek kamp laten trekken.

„De dreiging van buitenaf was lang het excuus om sociale kwesties te negeren.”

In this photo taken on Thursday, Aug. 4, 2011, Israeli protesters play music in a protest tent encampment against the costs of living in Israel, in Tel Aviv, Israel. Israel on Sunday, Aug. 7, 2011, formed a panel of government ministers and some of the country's leading economic experts to draw up a plan to reduce the soaring cost of living, marking a new effort to defuse demonstrations over prices that drew over a quarter-million people onto the streets the night before. (AP Photo/Oded Balilty)
In this photo taken on Thursday, Aug. 4, 2011, Israeli protesters play music in a protest tent encampment against the costs of living in Israel, in Tel Aviv, Israel. Israel on Sunday, Aug. 7, 2011, formed a panel of government ministers and some of the country's leading economic experts to draw up a plan to reduce the soaring cost of living, marking a new effort to defuse demonstrations over prices that drew over a quarter-million people onto the streets the night before. (AP Photo/Oded Balilty) AP

Als hij in een bar een biertje bestelt, voelt het alsof hij een nier moet afstaan. Itamar Harel (29) is geschiedenisleraar op een middelbare school en komt niet rond. Terwijl hij op amper 40 vierkante meter woont in een haveloze wijk in Tel Aviv en sober leeft. Zelfs als hij van barbezoek afziet, moet hij zich in de schulden steken. Harel rekent voor. Huur: omgerekend 700 euro. Boodschappen: 500 euro per maand. Netto salaris: 1.100 euro. Daarom demonstreerde hij afgelopen zaterdagavond. Alweer.

Wat in juli begon met zes tentjes op de Rothschild Boulevard in Tel Aviv als protest tegen de hoge huren, groeide deze zomer uit tot een ongekend groot en breed verzet. In steden en dorpen over het hele land zijn tentenkampen opgezet. Zeven zaterdagen achtereen gingen Israëliërs de straat op. In Tel Aviv en Jeruzalem zijn het vooral twintigers en dertigers. In middelgrote steden als Modi’in families, compleet met grootouders en kinderen. De leuze is gelijk: het volk eist sociale gerechtigheid.

Het volk, dat is de Israëlische middenklasse. Sociale gerechtheid laat zich lastiger definiëren. De organisatoren hebben een document met 65 specifieke eisen, zoals wetgeving om de huizenprijzen te beteugelen, lagere btw en belastingverhoging voor topinkomens. Maar wat de activisten beogen is een ware systeemverandering. Weg van het neoliberalisme. Een einde aan privatisering. Een welvaartstaat naar Scandinavisch model.

Naar het radicale socialisme uit de beginjaren van de staat Israël wil hij heus niet terug, zegt Itamar Harel, die zaterdag met vrienden aan de protestmars deelnam. „Ik geloof in kapitalisme en liberalisme. Maar de staat heeft de verantwoordelijkheid om zijn burgers basisvoorzieningen en sociale zekerheid te bieden. De regering heeft die kerntaken deels uit handen gegeven en deels verwaarloosd. Het onderwijs, de zorg- en de transportsector: er is niets van over. Nutsvoorzieningen zijn duur en slecht. We werken hard, maar krijgen er niets voor terug.”

En dat is mede de schuld van de Israëlische bevolking, vindt Harel. Die roerde zich niet. „Wij waren eerst te bang dat we weer een oorlog zouden verliezen als we protesteerden. En later verloren we interesse in de politiek en vertrouwen in politici. Sinds de moord op premier Rabin [in 1995] hebben we geen natuurlijke leider meer. En ook geen kandidaten. Onze huidige politici zijn arrogant, corrupt en dansen naar de pijpen van magnaten die de markt domineren.”

De protestbeweging noemt zich apolitiek. Partijen die bondgenoten roken en op de Rothschild Boulevard kwamen buurten, zijn weggestuurd. De activisten willen zich niet in een politiek kamp laten trekken. Er is geen enkele partij meer die de middenklasse vertegenwoordigt, meent Harel. „De ene partij is voor de stichting van een Palestijnse staat, de andere is tegen. Dat is onze keus. De dreiging van buitenaf was decennialang het excuus van alle politici om interne sociale kwesties te negeren.”

Daarom scanderen de betogers: ‘Bibi, wordt wakker’ en niet: ‘Bibi, vertrek’. Al denken ze dat Bibi, zoals premier Benjamin Netanyahu wordt genoemd, toch niet luistert. Hij is een neoliberaal in hart en nieren, weten de betogers nog van zijn jaren als minister van Financiën. En een machtspoliticus. „Die wordt pas wakker als er aan zijn stoelpoten wordt gezaagd”, meent Harel.

De protesten hebben Netanyahu niet eens doen wankelen. De premier heeft beterschap beloofd, de bouw van duizenden appartementen aangekondigd en een commissie ingesteld die verbeteringen moet aandragen. En dat was dat, wat de premier betreft. Van opponenten in het parlement heeft hij weinig te duchten.

Hoe fragiel het sociale protest is, bleek toen bij een aanslag bij Eilat drie weken geleden acht Israëliërs om het leven kwamen. De meest dodelijke aanslag in jaren drukte de protesten meteen naar achteren in de kranten. De zaterdagen daarna kwamen er maximaal 20.000 mensen op de been. Een fractie van de 300.000 man die voor de aanval de straat op togen.

Om het momentum te herwinnen wilde de organisatie zaterdag 1 miljoen mensen trekken. Het werden er zo’n 450.000 – hetgeen fors is, met een bevolking van ruim 7 miljoen. Het lijkt voorlopig in elk geval het hoogst haalbare. Want nu september is aangebroken kampt Israël met een nijpender probleem: de geplande uitroeping van de Palestijnse staat bij de Verenigde Naties, eind deze maand. Het Israëlische leger bereidt zich voor op massale straatprotesten.

Dit is ons Tahrir-plein, zuchtte een moeder van twee kinderen bij een betoging op een grasveld in de stad Modi’in. „Het is zo romantisch, we zijn allemaal samen. Zelfs de Arabieren doen mee.” En inderdaad hebben elders in het land ook Arabische Israëliërs zich bij de protesten aangesloten. Maar over sociale gerechtigheid in de door Israël bezette Palestijnse gebieden – ook een aanzienlijke kostenpost – hoor je de betogers niet.

Dat is een bewuste keuze van de organisatie, weet Harel. „De Palestijnse kwestie ligt nog veel te gevoelig. Als we dat in dit protest opnemen, verliezen we hoe dan ook de steun van een flink deel van de bevolking die meent dat de bezetting volstrekt legitiem is.” De Palestijnse kwestie heeft hier gewoon niets mee te maken, vindt de moeder in Modi’in. „Dit gaat om ons, doorsnee Israëliërs. Het gaat altijd al over de Palestijnen. Mogen we het nu eens een keer over onszelf hebben?”

Dit is de eerste bijdrage van Leonie van Nierop als correspondent in Israël en de Palestijnse gebieden