We gaan de melk uit de koffie halen

Het was een gloeiend hete zomermiddag, zo’n middag waarop je de zon in je botten voelt branden en je ziel een beetje ronddobbert in de omstandigheden. Volgens de schrijver Don DeLillo herover je tijdens zo’n submicroscopisch moment van dromerig zelfbewustzijn je lichaam op de diepe walging die voortkomt uit Nieuws en Sport, Weer en Verkeer. Terwijl ik van de actualiteit wegdreef, mompelde een geleerde naast me dat natuurkundigen bezig zijn een techniek te ontwikkelen waardoor je de tijd kunt terugdraaien en je de melk gewoon weer uit de koffie vist.

De mededeling trof doel. Was dit niet het belangrijkste nieuws dat ik in jaren had gehoord? Meestal zeggen geleerden immers dat het mengen van vloeistoffen een onomkeerbaar proces is. De pijl van de tijd, zeggen ze, gaat slechts één richting op. Als je de melk eenmaal flink door de koffie hebt geroerd, krijg je haar er nooit meer uit. De koffie zelf koelt af naar de toekomst en wordt heter naar het verleden.

Deze onomkeerbaarheid van de tijd bevalt de meeste mensen wel. Vooral moderne Nederlanders willen niet dat het verleden ooit nog verandert. Ze zijn moe, werken minder hard dan andere Europeanen, laten het onderwijs versloffen, willen met pensioen, zoeken rust, gaan in retraite, laten zich aanpraten dat het leven achterwaarts moet worden begrepen – en zijn dus dol op dingen die al voorbij zijn en waaraan gelukkig niets meer valt te doen.

Eindelijk stilte. Geen hoop, verdriet of moordzucht die nog roet in het eten kunnen gooien, zoals de dichter Emerson zegt in zijn gedicht The Past. ‘Nor haughty hope, nor swart chagrin / Nor murdering hate, can enter in. / All is now secure and fast; / Not the gods can shake the Past’

De modernste Nederlanders hebben zelfs nog meer behoefte aan zekerheid. Ze zijn zo moe dat ze nu ook de toekomst niet meer willen veranderen. Je ziet het aan die vreemde mode van de laatste tijd – de gretige overtuiging waarmee hoogopgeleiden zich vastklampen aan de gedachte dat de vrije wil niet bestaat. Eeuwenlang is uiterst genuanceerd gesproken over de situatie dat de mens tegelijk vrij is en gebonden aan zijn concrete, lichamelijke bestaan – en nu opeens bekeert iedereen zich tot het fatalisme.

Eindelijk van al onze taken en opdrachten ontslagen! De toekomst ligt onveranderlijk voor ons uitgestrekt. We zijn deel van de natuur en worden voortgedobberd. Het enige wat we nog hoeven te doen, is achterwaarts verklaren – niet langer voorwaarts leven. We redeneren terug vanaf onze dood.

Halverwege de zomer werd aan spindoctors gevraagd wat de minister-president moet doen. Vooral niets, zeiden ze. „Zo lang mogelijk zijn mond houden.”

Maar! Nu! Nu gaan de fysici een middel maken om het verleden aan te pakken. Middeleeuwse theologen droomden ervan, Cher zong erover, en nu gaat het werkelijkheid worden. We gaan de melk uit de koffie halen. De maagdelijkheid van de vrouw herstellen, nadat zij is gevallen. Als we het verleden eenmaal kunnen veranderen, wordt het vast ook weer mogelijk de toekomst te veranderen. Zou dat niet fantastisch zijn?

Kom dus weer in beweging. Luister niet naar de spindoctors. Luister naar de romanschrijvers. Lodewijk Asscher gaf zojuist in de krant het advies de roman The Plot Against America van Philip Roth te lezen en daaruit te leren dat de geschiedenis niet is opgebouwd uit onvermijdelijkheden. „Machthebbers proberen vaak hun plannen te presenteren als onvermijdelijk. Bezuinigingen, veiligheidsmaatregelen, kapitaalinjecties; het kan niet anders, burgers.” De roman van Roth laat zien dat die onvermijdelijkheid niet bestaat. De toekomst ligt niet vast. Ze ligt open.

Er zijn mogelijkheden. Er zijn keuzes. Is kernenergie onvermijdelijk? Nee, er valt over te praten. Is de euro onmisbaar? Nee, sommige landen functioneren prima zonder. Laat je niet uit vermoeidheid verleiden tot neurologisch fatalisme en tot de gedachte dat we beslissingen niet meer hoeven te baseren op argumenten. Spindoctors mogen onze minister-president voorhouden dat hij vooral niets moet doen en hoog boven het land moet blijven hangen als een glimlachende zon; in feite is de politiek een toekomst vol mogelijkheden.

Het was dat het zo heet was en dat ik zo zorgeloos verloren was geraakt in mijn submicroscopische moment. Anders had ik de geleerde naast me gewezen op het verhaal Tramrace van F.B. Hotz. Daarin verongelukt in de verschrikkelijke hitte een tram en bidt boer Boon: „God, laat het niet waar zijn; laat het gisteren zijn. God, keer de tijd terug.”

God, in het Eeuwig Wachthuis, vraagt zich af of hij de zaken nog kan terugdraaien zonder dat hij in de knoop raakt met de rest van de geschiedenis. „In een letterlijke bliksemfits combineerde Hij Zijn Intuïtie met de verkleinde schaal van Z’n Gedachte, de noodwendigheid, tot voor menselijke denkvorm inschuifbare proporties die beneden ‘realiteit’ schenen te heten.” Kon het nog? Ja, besloot God. Het kon nog.

Over pakweg een paar jaar kunnen wij het ook – het verleden veranderen, en daarna de toekomst.