VN-chef verliest hoop op nieuw klimaatverdrag

De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, gelooft niet meer dat er op korte termijn een nieuw klimaatverdrag wordt gesloten. De kans daarop is heel klein, zei hij afgelopen weekeinde tijdens een bezoek aan Kiribati en de Solomon-eilanden in de Stille Oceaan. Ban noemt het gebrek aan vooruitgang in de klimaatonderhandelingen „zeer betreurenswaardig”.

De VN-chef zei dat hij de laaggelegen eilanden, die door klimaatverandering onder de zeespiegel dreigen te verdwijnen, heeft bezocht om zich een beeld te vormen van „de frontlinie” van de opwarming van de aarde.

Volgens Ban worden de eilanden in hun „voortbestaan bedreigd”. Het onderwerp blijft daarom voor hem hoog op de internationale agenda staan. Ban riep industrielanden op hun „morele en politieke verantwoordelijkheid te nemen”.

De onderhandelingen over een nieuw klimaatakkoord zitten sinds de klimaattop in Kopenhagen eind 2009 muurvast.

De geïndustrialiseerde landen, de snel groeiende economieën zoals China en India, en de armere ontwikkelingslanden kunnen het niet eens worden over een vervolg op het huidige verdrag, het Kyoto-protocol, dat volgend jaar afloopt. Daar komt bij dat de economische crisis in westerse landen de aandacht voor klimaatverandering heeft afgeleid.

Ontwikkelingslanden eisen voortzetting van het Kyoto-protocol. Maar in dit verdrag wordt China, inmiddels de grootste ‘klimaatvervuiler’ ter wereld, nog als een ontwikkelingsland gezien, waardoor het geen verplichting op zich hoeft te nemen.

Daarnaast hebben de VS het Kyoto-protocol nooit geratificeerd. Geïndustrialiseerde landen als Japan en Rusland willen daarom een nieuwe verdrag waar alle landen aan meedoen. Volgens de arme ontwikkelingslanden, die het zwaarst worden getroffen door de gevolgen van klimaatverandering, komt zo’n akkoord te laat. Ze vrezen dat zonder ‘Kyoto II’ de druk op de rijke landen om actie te ondernemen alleen maar afneemt.

Op de Solomon-eilanden heeft Ban Ki-moon onder andere een landbouwproject bezocht dat wordt gefinancierd met geld uit het klimaatfonds dat deel uitmaakt van het Kyoto-protocol. Een van de grootste problemen met de landbouw op de eilanden is verzilting van het grondwater door de stijgende zeespiegel.