Virusuitbraak in roeiploeg is goede les voor 'Londen'

De Nederlandse roeiers verlieten de WK in Bled met vier olympische startplekken en één medaille. Ziekte in de equipe dwingt technisch directeur René Mijnders nog eens te kijken naar hygiëne.

René Mijnders maakte in bijna dertig jaar wel eens mee dat één roeier bij de WK ziek werd, of twee. Maar afgelopen week zag de technisch directeur van de Nederlandse roeibond liefst dertig procent van zijn roeiers geveld door een norovirus en een voedselvergiftiging. „De les is dat we nog eens heel goed moeten kijken naar de risicofactoren rond het eten”, zei hij gisteren vanuit het Sloveense Bled.

Mijnders verliet de WK met een dubbel gevoel. De Nederlandse roeiers behaalden vier volle olympische nominaties (Holland Acht, vrouwenacht, vier zonder stuurman en twee zonder stuurman) en één medaille (brons voor de niet-olympische vier zonder stuurvrouw, die titelverdediger was). Een luxe, want in het verleden kwam het vaak aan op het laatste olympische kwalificatietoernooi, omdat het bij de WK was misgegaan. Dat lot treft nu alleen de mannen van de lichte vier, die een rampseizoen vol blessures in stijl besloten, en de lichte vrouwentwee.

Maar de technisch directeur zag ook dat geen van de ploegen in de olympische bootklassen in de buurt van een medaille kwam, minder dan een jaar voor de Zomerspelen van Londen. „En dat geeft een bittere smaak. We hebben potentie en ook in de breedte zit het wel goed, maar het zegt ook dat het op beslissende momenten is misgegaan. We zullen het komende jaar nog het nodige huiswerk moeten doen, willen we in Londen meedoen om de knikkers.”

Mijnders’ grootste teleurstelling betrof de zesde plaats van de Holland Acht in de finale van donderdag, na het sterke optreden van een dag eerder. Ook de roeiers spraken van een deceptie, ondanks hun olympische nominatie. „Dit ging nergens over”, liet Roel Braas weten. „We zijn de beste ploeg van Nederland, maar waren niet in staat de boot enigszins recht te houden bij een beetje wind. Dan doen we iets verkeerd, toch?”

Wat bij Mijnders overheerste was de ziekte bij zijn roeiers, die eerst alleen leken getroffen door een voedselvergiftiging in het hotel. Zo’n dertig deelnemers aan de WK – onder wie de Nederlanders Braas, Roeland Lievens en Nienke Kingma – hadden last van misselijkheid en braakneigingen. „Dat was snel verholpen. Maar bij ons werden juist meer roeiers ziek, vooral bij de vrouwen. We denken dat we ook een virus hebben opgelopen bij het laatste trainingskamp, in Mantova. Met een verminderde weerstand door training en stress kan het dan hard gaan.”

De technisch directeur verzocht de wereldroeibond FISA afgelopen dinsdag zelfs om uitstel van de wedstrijden, maar vond geen gehoor omdat het percentage zieken op meer dan duizend roeiers te laag was. Hij wilde echter niet spreken van vertekende uitslagen op het golvende Meer van Bled. „Natuurlijk is roeien een fysieke sport, maar het blijft gissen of we zonder het virus wel hadden meegedaan voor de medailles.”

Mijnders was verrast door de incubatietijd van het virus, dat anderhalve week na het trainingskamp toesloeg. „Sommigen dragen het, worden niet ziek, maar verspreiden het wel. Ik denk dat we na de uitbraak al het mogelijke hebben gedaan om de schade te beperken, met hygiënemaatregelen bij het eten. Maar we moeten bekijken wat we in het voortraject beter kunnen doen in ons voedingsbeleid, zodat we de kans op een uitbraak minimaliseren.”

Hygiëne in een eetzaal met tientallen roeiers heeft volgens Mijnders twee voorwaarden. „Ten eerste moeten ze goed kijken welk eten ze kunnen vertrouwen. Ik denk dan vooral aan de kwaliteit van rauwe producten en drinkwater. Moeilijker is het tweede: de besmetting via bijvoorbeeld opscheplepels. Eigenlijk zouden roeiers na elke aanraking hun handen moeten desinfecteren.”

De roeibond, die ironisch genoeg zaterdag DSM als innovatiepartner op het gebied van materiaal en voeding presenteerde, heeft geen eigen kok voor regatta’s in het buitenland. „Maar dat zou wel een overweging kunnen zijn. Nu bekijken we vooraf hoe de keuken eruit ziet en wie daar werken. Meestal is het in orde, maar als we een saladebuffet willen, zouden we dat in de toekomst door een eigen kok kunnen laten bereiden. Deze ellende willen we zeker in Londen niet nog eens meemaken.”