Tropisch North Sea met sterren én verrassingen

Curacao 03-09-2011. Concert van Stevie Wonder tijdens de tweede editie van North Sea Jazz Curacao. Foto: Andreas Terlaak
Curacao 03-09-2011. Concert van Stevie Wonder tijdens de tweede editie van North Sea Jazz Curacao. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

North Sea Jazz Curaçao. Gehoord: 2 en 3/9 Willemstad, Curaçao. ****

Daar lag hij dan. De gigant was letterlijk geland op Curaçao en lag op het immense podium te soleren op zijn ‘keytar’. Funky riffs klonken in My Eyes Don’t Cry. Zijn buik deinde mee op de maat.

Het was een droombegin op het hoofdpodium, waar Stevie Wonder de tweede editie van Curaçao North Sea Jazz zaterdag afsloot. Wonders veertienkoppige band zette de hitcarrousel in volle vaart: Master Blaster (Jammin’), We can Work it Out, Higher Ground, For Once in My Life.

Wonder, voor het eerst op Curaçao, laveerde ontspannen door zijn funk- en soulcollectie. De klanken waren vertrouwd, het niveau opwekkend. En er waren verrassingen: zangeres Dionne Warwick werd toegezongen en met zanger Philip Bailey reeg Wonder diens Earth Wind & Fire-hit Shining Star aan zijn eigen I Wish.

Curaçao North Sea Jazz 2011 was een uitverkocht spektakel, met 21.000 mensen in en rond het WTC Willemstad. Er was op deze ‘Djes’ in de tropen weinig nodig om het deels van ver ingevlogen, deels lokale publiek (dat de kaartjes à 185 dollar per dag eventueel via een spaarsysteem kon betalen), in extase te brengen. Dat begon al bij de van sterrenstof zinderende line-up: Wonder, Sting, Earth Wind & Fire, Chic, Branford Marsalis en Dionne Warwick. Maar ook met in de vooral in dit Caraïbische gebied bekende sterren als Juan Luis Guerra en Ruben Blades.

Verrassend waren de ontmoetingen. Zo had in de show van Sting – stevig Police-werk naast ingetogen ballades – saxofonist Branford Marsalis een grote rol. Na ruim 25 jaar was hij weer terug in Stings band. Samen met de gespierde drums van Vinnie Colaiuta bleek het een bundeling van energieën en geïnspireerd spel. Al leek Sting voor dit publiek ook wat afstandelijk en koelbloedig.

Een dergelijk massaal opgezet festival in North Sea Jazz-stijl (meer podia, overlappende optredens) was hier vorig jaar nieuw. Toen was de overdaad wennen, nu was de publieksstroom vloeibaar – al bleek het tweede buitenpodium een fuik waar het dringen was bij gloedvolle shows van Chic en Blades.

Paartjes dansten in elkaars armen, de dames op hoge hakken. En dan waren er de zouk-klanken van Kassav’, de discohits van Chic, de soulstamp-romantiek van Earth Wind & Fire en de meezingers van Warwick. Zij bleek nog over een behoorlijke timing te beschikken, met – eenmaal warm gezongen – steeds meer bereik. Glorieus hoogtepunt was een herziene, lui-swingende versie van I Say a Little Prayer for You.

Marsalis, met trompettist Terence Blanchard te gast voor een potje New Orleans-impro, was leidend in de jazzacts. De energie in zijn groep greep schitterend in elkaar: opjuttend, vrij en bevlogen. Ook een nieuw nummer klonk met een parelende melodie. Marsalis had er nog geen titel voor. De zaalsuggestie Curaçao werd prompt aangenomen. Nog een plekje voor het eiland in de jazzgeschiedenis.