'The Greatest' steekt hand in eigen boezem

Op indrukwekkende wijze won Usain Bolt dit weekeinde twee gouden medailles bij de WK atletiek. En gaf hij een reden voor zijn valse start op de 100 meter, een week eerder: hij wilde te graag.

Usain Bolt heeft zich in Daegu van zijn respectabele kant laten zien. Op de baan zijn de poses, de maniertjes en de kleine vernederingen van tegenstanders niet verdwenen, maar daarbuiten neemt de Jamaicaanse sprinter de verantwoordelijkheid die bij zijn sterstatus hoort. Na een week te hebben gezwegen over zijn geruchtmakende valse start op de 100 meter erkende Bolt dit weekeinde nederig zijn fout. „Ik heb een dure les geleerd.”

Van alle discussies die na afloop van zijn valse start ontstonden nam Bolt openlijk afstand. Nee, hij was niet afgeleid door een bibberend been van zijn landgenoot en latere wereldkampioen Yohan Blake – die verdiende de titel volgens hem ten volle. Nee, hij wilde de nieuwe startregel niet veroordelen. Hij is er weliswaar geen voorstander van, maar een excuus voor zijn vervroegde aftocht was het pertinent niet.

„Ik heb nog maar eens geleerd dat ik kalm en geconcentreerd moet blijven. Net als mijn coach me voor de start nog op het hart had gedrukt: ‘Usain, wacht en luister naar de commando’s van de starter.’ Dit zal me niet snel meer overkomen”, zei Bolt na afloop van de WK.

Wat dan wel de oorzaak van zijn valse start was? Zijn gemoedstoestand, zei Bolt. Hij was te opgewonden geweest. Hij wilde te graag. Een vorm van overconcentratie. „Ik wilde alleen maar dat de wedstrijd begon, dat ik kon laten zien wat ik kan. In de aanloop naar de WK in Daegu had ik extra aandacht besteed aan mijn start. En dat was zo goed gegaan dat ik te gretig was. Ik dacht in de startzone alleen maar let’s go, let’s go. Eenmaal in de blokken, ik zweer het, hoorde ik set and go. En weg was ik. Het was volledig mijn fout.”

Dat de goegemeente een mening over Bolts valse start heeft, glijdt als water van hem af. „Mensen houden nu eenmaal van negativisme. Maar zo kijk ik niet tegen de wereld aan. Ik heb een fout gemaakt en ik heb ervan geleerd. En die meningen over mijn gebaartjes? Geloof me, die zijn naturel, zo ben ik. Dat is mijn persoonlijkheid.”

Daar sprak een andere Bolt dan de speelse sprinter die in 2008 in Peking en in 2009 in Berlijn, op het arrogante af, zijn olympische en wereldtitels vierde. De Jamaicaan nam zijn presentatie na een race amper serieus. Hij dolde op persconferenties met de andere medaillewinnaars en gaf zelden fatsoenlijk antwoord op de vele vragen. Ja, dat hij ter voorbereiding kipnuggets had gegeten, dat niveau. De sprinter deed vooral zijn best cool over te komen.

Hoe anders was Bolts gedrag in Daegu, nadat hij zaterdagavond wereldkampioen op de 200 meter was geworden en gisteren ter afsluiting van de titelstrijd op de valreep de estafetteploeg naar een sensationeel wereldrecord (37.04, was 37.10) leidde. De sprinter had zijn lesjes in nederigheid geleerd.

Hij won overigens de 200 meter met ’s werelds vierde tijd (19,40) ooit. Een voortreffelijk prestatie, maarniet van het niveau dat Bolt in zijn wereldrecordraces bij achtereenvolgens de Spelen in Peking en de WK in Berlijn had tentoongespreid.

Maar nog altijd goed genoeg om de rest van het deelnemersveld ruimschoots voor te blijven. De Amerikaan Walter Dix, die Bolt alvast uitdaagde – „in Peking won ik tweemaal brons, in Daegu tweemaal zilver, dus wordt het volgend jaar bij de Olympische Spelen in Londen tweemaal goud” – liep 19,70 en de Franse Europese kampioen Christophe Lemaître werd derde in 19,80, een nieuw nationaal record.

Zijn uitschieter bewaarde Bolt voor de slotafstand toen hij als estafetteloper alsnog een 100 meter mocht lopen. En die gelegenheid greep de sprinter aan om alsnog zijn suprematie te tonen. Het voorwerk van achtereenvolgens Nestas Carter, Michael Frater en Yohan Blake maakte Bolt fenomenaal af.

Hij had de avond ervoor, tijdens de persconferentie na zijn gouden 200 meter, al verteld dat hij op de 100 meter ’s wereld beste is, wat er ook na zijn valse start gesuggereerd werd. In zijn nederigheid wilde Bolt ook weer niet zover gaan dat hij zich tot een figurant kleineerde.

Op een vraag of Bolt een idee heeft welke tijd hij in Daegu op de 100 meter zou hebben gelopen, zei hij zonder enige schroom: een lage 9,7 of een hoge 9,6. Met andere woorden: ik zou wereldkampioen zijn geworden. Want zijn trainingsmaat Blake won de titel in 9.92 seconden. Zo is Bolt ook wel weer. Je bent The Greatest of je bent het niet.