'Publiek vergrijst, jonge generatie zapt weg, het roer moet om'

Jos Hermens is zeer kritisch over de internationale atletiekfederatie IAAF („die moet uit het moeras worden getrokken”) en de nationale atletiek („het blijft amateuristisch”).

01-09-2011: Atletiek: WK atletiek: Daegu (Zuid-Korea) Athletics Manager Jos Hermes IAAF World Championships 2011
01-09-2011: Atletiek: WK atletiek: Daegu (Zuid-Korea) Athletics Manager Jos Hermes IAAF World Championships 2011

Als Boeddha legt Jos Hermens de handpalmen tegen elkaar en smeekt hij, met een blik omhoog, Lamine Diack terug te treden als voorzitter van de internationale atletiekfederatie IAAF. „Laat er alsjeblieft een ander komen. Als het Sebastian Coe niet is, dan maar Sergei Boebka. Het liefst Coe zodra zijn werk voor de Olympische Spelen in Londen erop zit, want Boebka vind ik een Oekraïense straatvechter met weinig visie. Maar de IAAF moet hoe dan ook uit het moeras getrokken worden.”

De 78-jarige Sengalees Diack, die zich bij voorkeur in een djellaba vertoont, is voor Hermens de personificatie van het conservatisme binnen de IAAF. De federatie heeft volgens de 61-jarige Nederlandse atletenmanager en wedstrijdorganisator te weinig oog voor de noden van atletiek. Zijn belangrijkste klachten: de sport vergrijst, geen innovatie, veel incapabele trainers, te veel amateurisme, te veel managers, weinig aandacht van tv en slechte marketing.

„Geen leiding, geen visie, geen toekomst”, verzucht Hermens, die al zo’n dertig jaar zijn brood verdient in de sport waarin hij als langeafstandsloper redelijk succesvol was. Bij de wereldkampioenschappen in Daegu was hij afgelopen week de succesvolste manager. Met zijn atleten won hij drie keer goud, drie keer zilver en drie keer brons.

Eigenlijk wil Hermens de sport niet afbranden, omdat hij een liefhebber is en het uit hoofde van zijn functie zijn belang niet is. Maar hij kan zijn mond niet houden, omdat er volgens hem zoveel fout gaat dat zwijgen onverantwoord is.

„Atletiek vergrijst. Kijk naar de tribunes, die voornamelijk bezet worden door veertig- en vijftigplussers. Die mensen zijn nog bereid vier uur toe te kijken. Maar dat geldt niet voor de nieuwe generatie. Die zapt weg. Atletiek noem ik een geduld- en begrijpsport. En dat is in ons nadeel. Jongeren willen snelheid met start en finish, zoals in de Formule 1. En als de televisie van wedstrijden alleen maar de race van Usain Bolt uitzendt wordt atletiek vrijwel onzichtbaar. Zo trek je natuurlijk geen nieuw publiek.”

Nieuwe atleten komen er wel, dat is volgens Hermens niet het probleem. Wel de coaches. In tegenstelling tot voetbal zie je in de atletiek weinig jonge trainers. Hermens: „Omdat er geen droog brood in te verdienen is. Het is een schande dat Vince de Lange [trainer tienkamper Eelco Sintnicolaas] jarenlang op een houtje heeft moeten bijten. Of Ruben Jongkind bij Ajax moet werken om Bram Som te kunnen trainen. Zo blijft het amateuristisch.”

Neem Peter Winkel, de trainer van Yvonne Hak, vervolgt Hermens. „Die gaat als clubtrainer gewoon naar de WK en straks misschien naar de Olympische Spelen. Met alle respect voor Winkel, maar dat kan toch niet. Als mijn zoon van de voetbalclub in mijn woonplaats Boekel naar NEC zou gaan, dan gaat zijn Boekelse trainer echt niet mee. In de atletiek gebeurt dat wel. Hak kan een medaille op de WK winnen, maar dan moet er voor haar wel een professionele omgeving gecreëerd worden. Dit jaar was ze er van januari tot april uit, omdat ze als student geneeskunde co-schappen moest lopen. Hoe kun je dan prestaties verlangen?”

Hermens erkent dat hij zelf ook niet de oplossingen heeft, maar hij vindt dat de passiviteit bij de IAAF doorbroken moet worden. „In vergaderingen van de Diamond League zoeken we voortdurend naar nieuwe ideeën. We willen meer duels tussen de helden. Op de 100 meter tussen Bolt en Asafa Powell. Maar die twee ontlopen elkaar bij voorkeur.”

En sinds de sport schoon is kunnen de atleten ook minder wedstrijden lopen, weet Hermens. „Ze hebben hersteltijd nodig. Nee nee, dat is geen pleidooi voor doping, maar het is wel de realiteit. Vroeger liepen atleten wel vijftien wedstrijden per seizoen en ontstond er herkenning. Zoals bij voetballers, wier namen in één wedstrijd vaker genoemd worden dan van een atleet in één jaar. Ik ben tegen doping, begrijp me goed, maar nu vrijwel iedereen clean is zie je meer zwakke momenten en minder prolongatie van titels. In het dopingtijdperk bleven atleten langer gezond, hadden ze minder blessures.”

De veranderingen merkt Hermens in zijn werk. Er is een verschuiving in belangstelling van de baan- naar de weg. Zijn inkomsten uit de baanatletiek zijn gehalveerd, die uit de wegatletiek verdubbeld. Mede om die reden richt hij zich meer op marathons. En verder verlegt Hermens zijn aandacht naar nieuwe markten. Hij heeft al contracten in China en oriënteert zich in Vietnam, Singapore, India en Oeganda. Dat kan gaan om begeleiding van atleten, inrichten van trainingscentra, maar ook om de organisatie van wedstrijden, zoals in Singapore waar plannen bestaan om voor driehonderd miljoen dollar een stadion met van airconditioning voorziene stoelen te bouwen.

Hermens merkt in zijn contacten verbazing en verwondering over Diack en de IAAF. Vooral het laten voortbestaan van de bestaande situatie. „Wat wil je”, zegt Hermens. „Die mensen zijn niet bezig om de sport te verkopen. Negentig procent heeft geen idee over vernieuwingen, die hebben het niveau Botswana. Onze sport stamt uit de tijd van de Grieken, die twee weken uittrokken voor een toernooi. Voor de val van de Muur had het Oostblok met staatsamateurs geen belang bij professionalisme. En in de Verenigde Staten kwamen de goede atleten van de colleges. Dat hield elkaar in evenwicht. Pas na 1989 is atletiek een beetje geprofessionaliseerd. Veel andere sporten liggen lichtjaren voor.”

Maar waarom wordt Diack dan gedoogd? Hij begon vorige week aan zijn derde termijn als voorzitter. Voor Hermens, die heeft genoten van de WK, geen verrassing. „Diack profiteert van de ontwikkelingsprojecten van de IAAF. Een nieuwe hoogspringmat, een nieuwe baan en hup de 52 stemmen uit Afrika zijn binnen. Maar innoveren, ho maar. Om over marketing maar niet te spreken. Diack is best aardig, daar niet van, maar met een man in jurk kun je toch niet bij sponsors aankomen. Bovendien is hij amper te volgen. Ik spreek een aardig woordje Engels en Frans, maar ik kan Diack niet verstaan. Nee dan Coe, dan komt er echt iemand binnen.”