Ofehe: Nederlandse aanklacht ‘bevooroordeeld’

De Nigeriaanse mensenrechten- en milieuactivist Sunny Ofehe. Foto NRC Handelsblad / Bas Czerwinski

De Nigeriaanse activist Sunny Ofehe heeft de rechtbank in Rotterdam maandag gevraagd de aanklachten van terrorisme, mensensmokkel en fraude tegen hem ongegrond te verklaren. Volgens Ofehe zijn de beschuldigingen ‘vooropgezet en komen ze voort uit vooroordelen en stigmatisering’.

Update 21:00 uur:
De rechtbank in Rotterdam heeft het verzoek van Ofehe afgewezen, meldt persbureau Novum.

Officier van justitie Gert Veurink deed die claim af als een ‘samenzweringstheorie’. Hij drong er bij de Rotterdamse rechters op aan de zaak voort te zetten. Justitie beweert wettig en overtuigend te kunnen bewijzen dat Ofehe onder meer een aanslag op een oliepijpleiding heeft beraamd. Het is voor het eerst sinds de Wet terroristische misdrijven in 2004 van kracht werd, dat het Openbaar Ministerie iemand aanklaagt voor medeplichtigheid aan het beramen van een terreuraanslag in het buitenland.

‘Karaktermoord’

Volgens Ofehe steunt de aanklacht echter slechts op drie afgeluisterde telefoontjes met een Nigeriaanse contactpersoon. Ofehe benaderde hem om een aanslag op een pijpleiding te kunnen filmen en zo dergelijke aanslagen onder de aandacht te brengen, aldus Ofehes raadsman Ed Manders. Manders noemde de aantijgingen ‘karaktermoord’ en zei te vrezen dat die de Nederlandse verblijfsvergunning van zijn cliënt in gevaar brengen.

Ofehe kreeg in 2006 in Nederland asiel en voert sindsdien vandaaruit campagne voor vrede in de olierijke Nigerdelta in zijn vaderland. De plaatselijke bevolking profiteert niet of nauwelijks van de oliewinning, maar kampt wel met milieuschade. In 2006 begonnen ontevreden militanten in de Nigerdelta een naar eigen zeggen ‘politieke campagne’ en pleegden sindsdien aanslagen op oliepijpleidingen.

Het Brits-Nederlandse Shell baat het leeuwendeel van de oliebronnen in de Nigerdelta uit.