New York

Op de hoek van Thompson en Spring ligt een sportveldje van beton. Het is een kooi; hoge hekken brengen een scheiding aan tussen sporters en niet-sporters. Op twintig vierkante meter kun je hier op Manhattan basketballen, tennissen en joggen.

Een jongen met een tennisracket loopt via een deur van kippengaas de kooi binnen. Op de enige muur die grenst aan het sportveld is een blauwe streep geschilderd. Dat is de rand van het net. Meer dan de helft van de ballen komt er niet overheen. Welbeschouwd gaat er geen enkele bal over het net.

De avond ervoor zag ik in mijn hotel de Amerikaanse tennisster Serena Williams op televisie. Ze werd geïnterviewd na afloop van haar partij op Flushing Meadows in de wijk Queens. Ze had het eenvoudig tegen de Nederlandse Michaëlla Krajicek: 6-0 en 6-1.

„Ze maakte het me niet erg moeilijk”, zei Serena. Na afloop van de match kreeg de Amerikaanse een nederig handje van onze landgenote. Waar was het vuur van Krajicek gebleven?

Een bejaarde New Yorker maakt stramme pasjes op het beton. Het bloed lijkt al jaren weggetrokken onder zijn huid. Wat is hij angstaanjagend wit. Dat hij nog beweegt is een wonder. Hij gaat in gewone pas het veldje rond, dan een keer met zijwaartse stappen en als laatste – his finest moment – het hele stuk achteruitlopend.

Waarom wil de man nog sporten? Het leven zit er voor hem zo goed als op.

Het jonge volk uit de stad holt aan de kooi voorbij. Gespierde jongens en meisjes met dopjes in hun oren lopen op de beat van de muziek en Manhattan. Hun glanzende, bruine kuiten zijn klaar voor een nachtje stappen of ze worden juist verstopt in een powersuit voor hun werk in het Financial District.

Er komt een man van middelbare leeftijd het veld op, in een basketbaloutfit. Hij heeft een bal bij zich. Het is te heet om te hollen. Hij blijft op een paar meter van het bord staan, stuitert en gooit. Mis. De balt rolt rakelings langs de achteruitlopende man. Nog een keer. Weer mis.

Een sms uit Nederland. 11-0 voor Oranje. O ja, die moesten voor de EK-kwalificatie tegen een kleintje. Dat wereldnieuws was hier in NY nog niet doorgedrongen. Van Persie scoorde vier keer, lees ik. Hij zal geprikkeld zijn geweest door de vernedering van zijn club Arsenal door Manchester United.

Maak een topsporter boos en hij haalt het uiterste uit zijn lichaam.

Een vrouw met oosters gezicht houdt zich beet aan het hek van de kooi om haar evenwicht te bewaren als ze met haar benen één voor één heen en weer zwaait. De oude man gaat achteruitlopend aan haar voorbij.

Dan, het lijkt geregisseerd voor een modefoto, stoppen alle mensen op het veld met bewegen. Ze doen even niets en staren voor zich uit. Vanaf mijn bankje kijk ik naar de rust die ze nemen.

In het stenen blad van de tafel is een schaakspel verwerkt. Straks gaan de afgebroken partijen van vannacht weer door. Het is 29 graden en benauwd. Op het betonnen veldje staat de ambitie van de joggers op een laag pitje.

Niets hoeft, niets moet.

Het is bewegen om niet stil te zitten, sporten om de tijd door te komen.

Wilfried de Jong