MI6 en CIA werkten nauw met Gaddafi samen

In Tripoli duiken stukken op over de Britse en Amerikaanse inlichtingendiensten die het nieuwe Libische bewind niet bevallen. Commandant Abel Hakim Belhaj eist excuses.

De Britse buitenlandse inlichtingendienst MI6 gaf de Libische regering van Moammar Gaddafi gedetailleerde informatie over dissidenten in ballingschap, waaronder telefoonnummers en e-mailadressen. Bovendien hielp de geheime dienst bij de arrestatie van dissident Abdel Hakim Belhaj, nu een militaire commandant in Tripoli, en bij zijn uitlevering aan Libië, waar hij vervolgens werd gemarteld.

Dat blijkt uit documenten die zijn gevonden in het kantoor van Moussa Koussa, de Libische oud-minister van Buitenlandse Zaken en vertrouweling van Gaddafi. Deze zijn ingezien door onder andere de Britse krant The Independent en de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. Ze dateren uit de laatste jaren van de regering van Tony Blair.

Dat de Britten een goede verhouding hadden met de Libiërs was bekend, en werd nog eens bevestigd toen Moussa Koussa in maart overliep naar het Verenigd Koninkrijk. Toenmalig premier Blair haalde eind 2003 de banden met het Libische regime aan en had in maart 2004 een eerste ontmoeting met Gaddafi.

De relatie tussen de Britse geheime dienst en de Libiërs was zo goed en de samenwerking zo uitgebreid, dat andere landen de Britten om hulp vroegen, zo blijkt uit de documenten. Ook Nederland heeft volgens The Independent MI6 gevraagd als schakel met Tripoli te fungeren.

In Moussa Koussa’s kantoor werden ook documenten gevonden waaruit blijkt dat de Amerikaanse inlichtingendienst CIA tussen 2002 en 2007 terreurverdachten arresteerde en overleverde aan Libië om daar ondervraagd te worden. De Libiërs stonden bekend om hun hardhandige ondervragingsmethoden.

De documenten kunnen de relatie van het Verenigd Koninkrijk en de VS met het nieuwe bewind ondermijnen. Onder de uitgeleverde verdachten bevond zich Abdel Hakim Belhaj van de Libische Islamitische Strijdgroep, die herhaaldelijk poogde Gaddafi om te brengen.

Belhaj vroeg in 2004 asiel aan bij de Britse High Commission in Maleisië, werd vervolgens opgepakt door de CIA en uitgeleverd aan Libië. Daar zat hij tot begin dit jaar gevangen in de beruchte Abu Salim-gevangenis, waar hij werd gemarteld. Hij zou er door de Britten zijn ondervraagd.

In een van de gevonden brieven schrijft een MI6-agent over de uitlevering van Belhaj: „Dit was het minste dat we voor u en voor Libië konden doen om onze speciale relatie die we de laatste jaren hebben opgebouwd te tonen.” De agent herinnert Moussa Koussa eraan dat de dissident op basis van Britse inlichtingen kon worden oppakt, en vraagt dan om informatie die Belhaj tijdens „versterkte ondervragingstechnieken” heeft losgelaten.

Belhaj eist nu excuses, en zei gisteren dat hij overweegt de VS en het Verenigd Koninkrijk aan te klagen.

Human Rights Watch vermoedt dat de documenten met opzet zijn achtergelaten uit wraak voor de Britse en Amerikaanse steun voor de rebellen. „Het is alsof ze zeggen ‘jullie klootzakken, we zullen jullie eens in verlegenheid brengen’”, zei Fred Abrahams van de organisatie tegen The Times.

Een Britse woordvoerder verdedigde de acties van de veiligheidsdiensten gisteren. Het ging om „ministerieel goedgekeurd overheidsbeleid” en er was oprechte angst dat Libische dissidenten een bedreiging waren voor de nationale veiligheid.