Libanon is anders dan dit clichébeeld

Een correspondent ter plaatse is zeker nuttig.

Maar dan moet die wel goed kijken.

Volgens Sjoerd de Jong draagt het hebben van een verslaggever ter plaatse niet altijd bij tot de belangrijkste taak van de krant: de lezer informeren (Metamedia, 30 augustus). Want, concludeert hij, „je kunt heel goed ergens bij zijn zonder te begrijpen wat er eigenlijk gebeurt”. Dit geldt zeker niet alleen voor oorlogsverslaggevers.

Neem Monique Samuel, die een serie schreef over het nieuwe Midden- Oosten. Het lijkt alsof zij het ‘oude’ Midden-Oosten niet kent. Over Libanon (Opinie, 30 augustus) weet ze in elk geval niets dan de bekende clichés op te halen. Een paar voorbeelden.

„Vanaf hier kunnen we niet verder”, zegt de buschauffeur. „Dit is Hezbollah country”. Samuel suggereert een verband dat er niet is. Dahyeh is geen no man’s land waar niemand zonder toestemming van Hezbollah mag komen. Dahyeh is een buitenwijk van Beiroet, qua inwoners even groot als de stad zelf, waar shi’ieten wonen die Hezbollah aanhangen en waar shi’ieten wonen die misschien Hezbollah niet aanhangen, maar vanwege racisme geen woonruimte kunnen vinden in andere buurten van de stad. De bus stopt in Jisr el-Matar omdat dat zijn route is – als je een minibus met een ander nummer neemt, kun je rechtstreeks Dahyeh inrijden.

Ze beschrijft hoe iedereen vecht voor een plekje in het land, en wie daarbij steun krijgt uit het buitenland. Ze gaat daarbij niet in op het feodale systeem dat in Libanon voor politiek doorgaat, waarbij rijke mannen aan het hoofd staan van hun volgelingen en namens hen een deel van het geheel (de staat) opeisen om dat vervolgens onder hun aanhangers (meestal geloofsgenoten) te verdelen. Ze beschrijft alleen hoe dat er in de praktijk uitziet in het deel waar Hezbollah populair is, met de bebaarde ‘Hezbollah-politie’, maar niet hoe dat er de wijk Qoreitem in het hartje van Beiroet uitziet, waar beveiligingsmensen van Saad al-Hariri de wegen afzetten en bezoekers controleren. Waarom niet schrijven over de ‘Mustaqbal-politie’?

Het cliché van de dure auto’s naast kapotgeschoten gebouwen kan ook niet ontbreken, net als de mensen die ervan overtuigd zijn dat het binnenkort weer oorlog wordt. Helaas schrijft Samuel de uitspraken alleen maar op, zonder te kijken waar deze ‘voorspellingen’ vandaan komen en wat ze voor (psychologisch) doel dienen. Was ze er langer geweest, dan had ze waarschijnlijk ontdekt dat Libanezen over oorlog praten zoals Nederlanders over het weer: als je er altijd over klaagt en je op het ergste voorbereidt, dan kan het alleen maar meevallen. Het is wel degelijk beter om iemand ter plaatse te hebben – maar dan moet diegene wel weten waar ze moet kijken.

Walid el Houri is afkomstig uit Libanon en is promovendus Mediastudies aan de UvA. Nicolien Kegels is antropologe en woonde 3 jaar in Libanon.