Kom naar mijn stem. Kom naar het licht.

Toen Chris Hadej van de 82ste verdieping van het WTC beneden was gekomen, stortte de eerste toren in. „Ik dacht: dus zo ziet de dood eruit.”

Door Mars van Grunsven

Swoeoeoesjh.” Zo omschrijft Chris Hadej het geluid dat hij hoorde toen het eerste vliegtuig zich in Tower No 1 van het World Trade Center boorde. „Het duurde hoogstens twee seconden. Meteen daarna voelde ik het hele gebouw voorwaarts en toen weer achterwaarts bewegen. Ik zat met mijn rug naar het raam en zag hoe collega’s tegen de grond werden geslagen. Paperassen gleden van de bureaus af, archiefkasten wankelden. Ik stond op om uit het raam te kijken, dat overigens geen enkele barst vertoonde. Wat ik zag leek wel een ticker parade, met die enorme hoeveelheden papier, stukken metaal en glasscherven die naar beneden dwarrelden. Instinctief wendde ik me van het raam af en begon naar het midden van het kantoor te kruipen.”

Hadej, toen en nu transportanalist voor de staat New York, was dinsdag 11 september 2001 net als altijd om half acht aan het werk gegaan op de 82ste verdieping van Tower No 1, slechts acht verdiepingen onder de plek waar het vliegtuig binnen zou komen. Hij kan zich de gebeurtenissen vanaf het moment van inslag nog altijd helder voor de geest halen, mede dankzij zijn ingeving om enkele weken later zijn ervaringen tot in detail op te schrijven. „Ik wist dat ze me niet altijd zo helder zouden bijblijven”, vertelt hij in zijn huidige kantoor, op enkele straten van Ground Zero.

Daardoor weet Hadej bijvoorbeeld nog dat de verlichting in zijn kantoor op de 82ste verdieping het vlak na de inslag nog gewoon deed. De gangen daarentegen waren al donker en begonnen zich met rook te vullen. Toch was er in dat stadium nog geen paniek. „We verzamelden bij de receptie van onze verdieping, precies zoals we geleerd hadden tijdens de vele brandoefeningen die we hadden ondergaan sinds de eerdere aanslagen op het Trade Center in 1993. Daar wachtten we nadere instructies af.”

Die kwamen vanuit de duisternis van de hal. „Kom naar mijn stem, hoorde ik een collega herhaaldelijk roepen. Kom naar mijn stem! Hij stond in de hal, bij de deur naar de noodtrappen. Snel liepen we zijn kant op. Later zou blijken dat drie collega’s op dat moment besloten om achter te blijven.”

Hadej en zijn collega’s begonnen in hoog tempo de trappen af te dalen. Op de zestigste verdieping raakten de trappen echter verstopt. „Je kon niet vooruit of achteruit. We lieten twee hysterische mensen passeren, weet ik nog, om van hun geschreeuw af te zijn.”

Niemand wist op dat moment nog precies wat er aan de hand was, behalve dat ‘een vliegtuig’ het gebouw had geraakt en dat dit zeer waarschijnlijk geen ongeluk was geweest. „Mobiele telefoons werkten niet meer, maar er waren mensen met walkietalkies die met de autoriteiten spraken. De geruchten raceten door het trappenhuis; zelfs het Witte Huis zou zijn geraakt. Ik dacht: ik hoor het echte verhaal wel als ik straks thuis ben. Dat was, terugkijkend, het moment waarop het tweede vliegtuig Tower No 2 moet hebben geraakt. Maar wij hoorden of voelden daar niets van.”

Na een tijdje begonnen de eerste gewonden naar beneden te komen. „Een man was vanaf zijn middel geheel verbrand. Een vrouw, ook onder de brandwonden, liep als een mummie voorbij, haar armen pijnlijk gestrekt voor haar. Mijn baas begeleidde haar de trap af.”

Op de dertigste verdiepingen kwamen de eerste brandweermannen de trap op. „Dat was ongeveer 45 minuten na de inslag. Ze waren al helemaal kapot, en begrijpelijk: ze hadden al meer dan dertig trappen in complete uitrusting en beladen met apparatuur omhooggelopen. De man voorop leek elk moment dood neer te kunnen vallen.”

Op de twaalfde verdieping kwam er eindelijk weer wat vaart in. Samen met Jan en Larisa, twee collega’s uit zijn kantoor, liep Hadej de inmiddels kletsnatte laatste trappen af. Al met al had het een uur en tien minuten gekost om beneden te komen.

Opgelucht liep het drietal door de concours, de ondergrondse hal die de beide torens met elkaar verbond. Behalve dat alle winkels dicht waren, leek alles normaal en intact. Totdat Hadej achter zich opnieuw een geluid hoorde dat akelig veel leek op dat eerdere ‘swoeoeoesjh’, gevolgd door een alles overstemmend gerommel: Tower No 2 stortte in.

„Het vallende gebouw duwde een muur van lucht en puin door de concours, die als een tsunami op ons afkwam. Jan en Larisa doken plat op de grond, terwijl ik bescherming zocht tegen de marmeren zuil tussen de winkels Sephora en Banana Republic. Het gebroken glas van de winkelramen blies in de rondte. Ik werd letterlijk gezandstraald door de met fiberdeeltjes gevulde luchtstoten. Elke keer dat ik probeerde te ademen, vulde mijn mond zich met zand. Toen viel de elektriciteit uit en werd het pikzwart om ons heen. Ik dacht: dus zo ziet de dood eruit.”

Na enkele minuten kon Hadej weer ademhalen. In de verte ontwaarde hij zowaar een zwak licht: de ingang naar de metro. Zachtjes hoorde hij Jan kermen, die net als Larisa door de kracht van de explosie over de vloer was geslingerd. Jan was zijn bril kwijt en kon nauwelijks nog iets zien, Larisa was lichtgewond aan haar been. Elkaar vasthoudend strompelde het drietal richting de metro. Daar bleek echter zoveel rook vandaan te komen dat ze rechtsomkeert maakten.

„Kom naar het licht!” klonk het plots. „Kom naar het licht!” Die oproep kwam, zo bleek na enig turen, van een agent met een zaklamp, die hen de weg wees naar de straat. Ook daar was het gevaar nog niet geweken, want drie blokken verderop kwam iets anders naar beneden: Tower No 1. Zonder nog om te kijken zetten de drie het op een lopen.

„We hielden pas halt toen we zeker wisten dat we veilig waren”, zegt Hadej. „Toen Jan ons herinnerde aan de 35 brandweermannen die we de trap hadden zien opgaan, barstten we in tranen uit.”

Ze hebben extreem veel geluk gehad, weet Hadej. „Later zou blijken dat het eerste vliegtuig op het laatste moment extra gas had gegeven, waardoor het hoogte won en de 82ste verdieping miste. En hoewel het in de concours geen pretje was, wat als we iets sneller of langzamer waren geweest? De mensen voor ons in de concours hebben het niet overleefd. Als we er daarentegen langer over hadden gedaan, dan zouden we onder de andere toren zijn bedolven. De vijfentwintig minuten tussen de twee instortingen waren precies wat we nodig hadden om te overleven.”

Bij binnenkomst in zijn huidige kantoor (op Water Street, 22ste verdieping, redelijk dichtbij Ground Zero): „Het is prachtig weer. Helder, crispy. Hetzelfde weer als op 9/11. Dit weer zal me voor altijd aan 9/11 doen denken.

„Ik ben niet het type dat droomt over 9/11. De enige droom die ik ooit heb gehad, is dat ik op de trappen achter Osama bin Laden aanren. Ik was woedend op de man die me zoveel trappen liet af rennen.

„Ik ben ook nooit geïnteresseerd geweest in remakes, reconstructies. Ik kijk wel alle documentaires. Ik heb zelfs de band van de Naudet-broers, de Franse broers die als enige hebben vastgelegd hoe het eerste vliegtuig binnenkwam.”

Chris Hadej was 41 toen de torens omvielen, hij is nu 51. „Mijn vijftigste verjaardag voelde echt als een prestatie. Een mijlpaal. Ik weet niet of dit door 9/11 komt, maar vijftig is goed voor me geweest. Afgelopen Kerst kreeg ik van mijn enige dochter – toen 10, nu 20 – een steen van het Memorial Park. En ik dacht dat ik al alles had.” Als vrijwilliger voor Tribute, een project van de 9/11 Families Association, geeft Hadej vier keer per maand een rondleiding op Ground Zero. „Zo houd ik de herinnering aan die dag levend. En zo houd ik mijn eigen verhaal vers.”