Israëliërs eisen hun welvaart terug

Niet alleen in de Arabische wereld, ook in Israël heerst diep ongenoegen over de sociale verhoudingen. Maar het ongekend brede straatprotest is tandeloos.

TOPSHOTS Some of an estimated 400,000 Israelis demonstrate in the center of Tel Aviv on September 3, 2011 to protest against rising housing prices and social inequalities in the Jewish state. The estimated figures were record-breaking, exceeding even the 300,000 people who took part in similar demonstration on August 6, and lending new life to the six-week old movement calling for sweeping economic reforms. TOPSHOTS/AFP PHOTO / MENAHEM KAHANA
TOPSHOTS Some of an estimated 400,000 Israelis demonstrate in the center of Tel Aviv on September 3, 2011 to protest against rising housing prices and social inequalities in the Jewish state. The estimated figures were record-breaking, exceeding even the 300,000 people who took part in similar demonstration on August 6, and lending new life to the six-week old movement calling for sweeping economic reforms. TOPSHOTS/AFP PHOTO / MENAHEM KAHANA AFP

Als Itamar Harel in een bar een biertje bestelt, „voelt het alsof ik een nier moet afstaan”. Harel (29) is geschiedenisleraar op een middelbare school en komt niet rond. Terwijl hij op amper 40 vierkante meter woont in een haveloze wijk in Tel Aviv, en sober leeft. Zelfs als hij van barbezoek afziet, moet hij zich in de schulden steken. Harel rekent voor. Huur: omgerekend 700 euro. Boodschappen: 500 euro per maand. Netto salaris: 1.100 euro. Daarom demonstreerde hij afgelopen zaterdagavond. Alweer.

Wat in juli begon met zes tentjes op de Rothschild Boulevard in Tel Aviv als protest tegen de hoge huren, groeide deze zomer uit tot een ongekend breed verzet. In steden en dorpen over het hele land zijn tentenkampen opgezet. Zeven zaterdagen achtereen gingen Israëliërs de straat op. In Tel Aviv en Jeruzalem zijn het vooral twintigers en dertigers. In middelgrote steden als Modi’in families, compleet met grootouders en kinderen. De leuze is gelijk: het volk eist sociale gerechtigheid.

Het volk, dat is in deze context de middenklasse. Sociale gerechtheid laat zich lastiger definiëren. Inmiddels hebben de organisatoren 65 concrete eisen genoteerd, zoals wetgeving om de huizenprijzen te beteugelen, een lagere btw en belastingverhoging voor de topinkomens. Maar wat de activisten beogen is een ware systeemverandering. Weg van het neoliberalisme. Een einde aan de privatisering. Een welvaartsstaat naar Scandinavisch model.

Naar het radicale socialisme uit de beginjaren van de staat Israël wil hij heus niet terug, zegt Itamar Harel, die zaterdag met vrienden aan de protestmars deelnam. „Ik geloof in kapitalisme en liberalisme. Maar de staat heeft de verantwoordelijkheid om zijn burgers basisvoorzieningen en sociale zekerheid te bieden. De Israëlische regering heeft die kerntaken deels uit handen gegeven en deels verwaarloosd. Het onderwijs, de zorg- en de transportsector, eens trots der natie: er is niets van over. Nutsvoorzieningen zijn duur en slecht. We werken hard, maar krijgen er niets voor terug.”

En dat is mede de schuld van de Israëlische bevolking, vindt Harel. Die roerde zich niet. „Wij waren eerst te bang dat we weer een oorlog zouden verliezen als we protesteerden. En later verloren we interesse in de politiek en vertrouwen in politici. Sinds de moord op premier Rabin [in 1995] hebben we geen natuurlijke leider meer. En ook geen kandidaten. Onze huidige politici zijn dik, arrogant en corrupt. Ze dansen naar het pijpen van een handjevol magnaten die de markt domineren.”

De nieuwe protestbeweging noemt zich apolitiek. Oppositiepartijen die bondgenoten roken en op de Rothschild Boulevard kwamen buurten, zijn weggestuurd. De activisten willen zich niet in een politiek kamp laten trekken. Er is geen enkele partij meer die de middenklasse vertegenwoordigt, meent Harel. „De ene partij is voor de stichting van een Palestijnse staat, de andere is tegen. Dat is onze keus. De dreiging van buitenaf was decennialang het excuus van alle politici om interne sociale kwesties te negeren.”

Daarom scanderen de betogers: ‘Bibi, wordt wakker’ en niet: ‘Bibi, vertrek’. Al denken ze dat Bibi, zoals premier Benjamin Netanyahu wordt genoemd, toch niet luistert. Hij is een neoliberaal in hart en nieren, weten de betogers nog van zijn jaren als minister van Financiën. En een machtspoliticus. „Die wordt pas wakker als er aan zijn stoelpoten wordt gezaagd”, meent Harel.

De protesten hebben Netanyahu niet eens doen wankelen. De premier heeft beterschap beloofd, de bouw van duizenden appartementen aangekondigd en een commissie ingesteld die verbeteringen moet aandragen. En dat was dat, wat de premier betreft. Van opponenten in het parlement heeft hij weinig te duchten. Het straatprotest is tandeloos.

Hoe fragiel het protest is, bleek toen bij een aanslag bij Eilat drie weken geleden acht Israëliërs om het leven kwamen. De meest dodelijke aanslag in jaren, en de Israëlische vergelding in de Gazastrook, drukten de sociale protesten onmiddellijk naar achteren in de kranten. De zaterdagen daarna kwamen er maximaal 20.000 mensen op de been. Een fractie van de 300.000 man die vóór de aanval de straat op gingen.

Om het momentum te herwinnen wilde de organisatie afgelopen zaterdag 1 miljoen mensen trekken. Het werden er zo’n 450.000 – hetgeen toch fors is, met een bevolking van ruim 7 miljoen. Het lijkt voorlopig in elk geval het hoogst haalbare.

Want nu september is aangebroken kampt Israël met een nijpender probleem: de geplande uitroeping van de Palestijnse staat bij de Verenigde Naties, eind deze maand. Het Israëlische leger bereidt zich voor op straatprotesten van het kaliber Tahrir-plein, waar Egyptenaren eerder dit jaar hun woede uitten.

Dit is ons Tahrir-plein, zuchtte een moeder van twee bij een betoging vorige maand op een grasveld in nieuwbouwstad Modi’in. „Het is zo romantisch, we zijn allemaal samen. Zelfs de Arabieren doen mee.” En inderdaad hebben elders in het land ook Arabische Israëliërs zich bij de protesten aangesloten. Maar over sociale gerechtigheid in de door Israël bezette Palestijnse gebieden – ook een aanzienlijke kostenpost – hoor je de betogers niet. Het defensiebudget wordt niet aangekaart. Evenmin als de fikse subsidies voor kolonisten op de Westelijke Jordaanoever.

Dat is een bewuste keuze van de – links georiënteerde – organisatie, weet Harel. „De Palestijnse kwestie ligt nog veel te gevoelig. Als we dat in dit protest opnemen, verliezen we hoe dan ook de steun van een flink deel van de bevolking die meent dat de bezetting volstrekt legitiem is.” Dan zou Netanyahu het protest kunnen wegzetten als dat van een stelletje verwende, wereldvreemde, vaderlandshatende hippies.

De Palestijnse kwestie heeft hier gewoon niets mee te maken, vindt de moeder in Modi’in. „Dit gaat om ons, doorsnee Israëliërs. Het gaat altijd al over de Palestijnen. Mogen we het nu eens een keer over onszelf hebben?”