Intensieve teelt kan bossen redden

Hoe intensiever de landbouw in de tropen, hoe beter dat is voor de biodiversiteit. Als de gewasopbrengst in de landbouw wordt gemaximaliseerd kan nog zóveel ongerepte natuur worden behouden dat die het onvermijdelijke soortenverlies redelijk compenseert. Voor biologische landbouw (‘organic farming’) is te veel grond nodig.

Dat concluderen onderzoekers van de universiteit van Cambridge op grond van veldonderzoek in Ghana en India. Hun conclusies gelden alleen voor landbouw die ten koste gaat van tropisch regenwoud. Dus – vooralsnog – niet voor het ontginnen van savannen en natuurlijk grasland. De biologen, aangevoerd door Ben Phalan, publiceerden in het tijdschrift Science (2 september).

Phalan en collega’s onderzochten de vraag hoe de toenemende mondiale behoefte aan voedsel het best kan worden opgevangen: met zeer intensieve landbouw, die meestal natuuronvriendelijk is, of met biologische landbouw die doorgaans wat meer biodiversiteit op de akkers in stand houdt – maar die zó’n slechte opbrengst heeft dat er extra natuur voor moet worden ontgonnen. ‘Land sparen of land delen’, heet het dilemma. Doorslaggevend in de afweging is de vraag hoeveel ongerepte natuur voor een bepaalde voedselvraag moet worden ontgonnen en hoeveel soorten er dan netto (landbouw plus resterende natuur) overblijven.

Zowel in Ghana als India werden gebieden onderzocht waar natuurlijk regenwoud werd afgewisseld met meer of minder intensieve landbouw en alle overgangen daartussen. In Ghana bestond de landbouw uit oliepalmcultures, in India uit natte rijstbouw, tarwe en suikerriet. In beide landen zijn op een twintigtal vierkante stukken grond van 1 km2 oppervlak alle soorten vogels en wilde bomen geteld. De kwadranten omvatten puur regenwoud, pure landbouw en mengvormen.

De uitkomsten van de tellingen werden afgezet tegen de landbouwopbrengsten die in elk kwadrant werden gehaald. Sommige soorten gingen altijd in aantal achteruit als natuur werd opgeofferd aan landbouw (‘losers’), andere gingen juist vooruit (‘winners’). Sommige waren erg gevoelig voor intensivering van de landbouw, andere minder. De soortenrijkdom van de oorspronkelijke bossen van Ghana en India (en waarschijnlijk heel de tropen) blijkt zo hoog dat die bossen zoveel mogelijk gespaard moeten blijven: door de landbouw te intensiveren. De onderzoekers hopen dat de gewenste intensivering mogelijk is zonder al te zware mechanisatie en de inzet van al te veel chemicaliën.

Een commentator in Science sluit zich behoedzaam aan bij de conclusies, maar hij vreest dat de bossen sowieso voor de bijl gaan. Dan is er alleen nog maar intensieve landbouw over.