Het verwarde individu is nu een dictator geworden

Nieuwe technologie heeft eenzaamheid uitgebannen. En daarmee verloren we ook zelfstandigheid van geest.

Alleen in de theaterzaal is de strijd nog niet gestreden.

We leven in een eeuw waarin de drang om alleen te zijn in de kiem wordt gesmoord. Er moet een zekere koelbloedigheid en arrogantie aan de dag worden gelegd om te ontsnappen aan de boa constrictor-achtige wurggreep van de wereld; om ‘gedoopt te worden door de eenzaamheid’, zoals de Amerikaanse schrijver Paul Bowles de ervaring van solitude noemde.

Voor mij was het lezen van literatuur de manier bij uitstek om me af te scheiden van de drukke familie van acht waarin ik opgroeide. Ik werd wakker met een boek, ik ging naar bed met een boek. Het boek werd een fort, een manier om de wereld buiten te sluiten en een manier om een binnenwereld te creëren. De wereld was daar, ik was hier.

Ik begreep toen niet dat ik werkte aan mijn autonoom bewustzijn. Het autonome bewustzijn – de kroon op het hoofd van de moderne mens! – kan tot volle wasdom komen wanneer er genoeg ruimte is om zich over te geven aan het intellectuele spel. Het autonoom bewustzijn is een hondje dat met zichzelf speelt. Door het autonoom bewustzijn worden een kritische houding, argwaan ten opzichte van autoriteiten en zelfrelativering ontwikkeld.

Door globalisering is de wereld kleiner geworden. En de groei van technologie heeft die wereld binnen handbereik gebracht. De wereld is bezig om ons bewustzijn volop te koloniseren. Niets voor niets proberen grote concerns als Google ons klikgedrag te achterhalen: zo krijgen zij de informatie die ze nodig hebben om nog meer gewenste en ongewenste wereld bij ons binnen te doen dringen. We verklikken onze identiteit aan een anonieme derde persoon die ermee aan de haal gaat. We willen continu in contact staan met de wereld en zijn langzaamaan aan het verleren wat alleen zijn is.

Het lezen van een paar pagina’s in een boek kost me nu veel energie. Ik heb nog geen bladzijde omgeslagen of ik word gebeld, ge-sms’t of, het allerergste, ik grijp naar mijn iPhone om een Wikipedia-pagina open te slaan waar ik een feit, plaatsnaam of persoon kan controleren. Voordat ik het weet heb ik een boek besteld via Amazon of Bol en in een sweep door plaats ik een link over dat boek op mijn Facebook – maar wacht eens even, iemand heeft al gereageerd en ik moet terug reageren. Wanneer ik terugkeer naar het boek ben ik in een totaal andere state of mind geraakt. Ik kan het boek niet meer lezen. Ik ben uitgeput en smacht naar een strategie om de wereld op afstand te houden.

Dat we onszelf zo prijs hebben gegeven aan de wereld is onze eigen schuld. Het individu is de laatste twintig jaar flink verwend door de technologie. Een onvoorstelbare ontwikkeling heeft plaatsgevonden waarin de macht van de media, de macht van de staten, de macht van de militairen, de macht van de parlementariërs middels Twitter, Facebook, Skype, en YouTube naar het individu is verschoven.

Het individu is de keizer Nero van onze tijd. Het individu kan als een wispelturige Romeinse dictator met een knip van de vinger een beslissing nemen die de wereld op zijn grondvesten doet trillen. Het individu hoeft zich niet meer te schamen voor zijn perversiteit, de technologie fluistert hem in het oor dat hij juist pervers moet zijn. De oude machthebbers kunnen voorlopig alleen maar toekijken hoe de nieuwe spelers de spelregels aan het veranderen zijn.

De kracht van technologie is dat ze een ruimte heeft gecreëerd waarin alles wat we hopen en voelen onmiddellijk in verband kan worden met miljoenen mensen ergens anders. Het gaat ontzettend snel, het levert een prachtig gevoel op.

Keerzijde is dat we, zolang we onze valse macht niet onderkennen, in een illusie leven die ons dan wel een goed gevoel geeft, maar ons uiteindelijk niets oplevert dan een hoop tijdverspilling. Revoluties worden gemaakt door mensen, niet door tweets. Het is onmogelijk om op duizenden kilometers afstand slechts door te kijken een revolutie te veroorzaken.

Deze waarheid levert een diepe kater op. Gedesillusioneerd concluderen we dat wij het niet zijn die de bakens hebben verlegd, maar mensen van vlees en bloed die een deel van hun vrijheid hebben opgegeven om de vrijheid mogelijk te maken.

De instantmacht die de technologie ons biedt is problematisch geworden. Wat is er nog over van je autonomie wanneer die autonomie alleen maar gevoeld kan worden wanneer het onmiddellijk te zien is voor de duizend en nog wat Facebookvrienden? Wat betekent eenzaamheid nog wanneer ook dat gedeeld moet worden? Kun je een autonoom individu worden als je nooit alleen bent? Het ik kan niet meer alleen zijn en het wil het ook niet meer. Wie alleen wil zijn is dood. Of kan beter sterven.

De laatste plek waar het individu zijn autonoom bewustzijn kan beschermen, een reservaat, is het theater geworden. De afgelopen jaren zijn jonge theatermakers bezig met een offensief om het autonoom bewustzijn te rehabiliteren. Theater moet weer persoonlijk worden, het zoekt naar een intieme manier om grote politieke vraagstukken en identiteitsvraagstukken uit de tsunami van de informatie te redden. De eenzame theatermaker is de laatste kapitein op het schip Autonoom Bewustzijn geworden.

De voorwaarden om die redding te bereiken zijn gunstig. Op het podium is er geen sprake van een voortdurende nerveuze uitwisseling van databites die worden opgeleukt met advertenties en seksplaatjes. De theatermaker etaleert zichzelf als een held die in onze plaats – want wij hebben het te druk met vrienden maken – eenzaam de grote thema’s van de tijd tackelt. Niemand die hem kan helpen. Geen vrienden. Geen links. Geen tweets.

Maar de lijn tussen engagement en geweeklaag is dun. De theatermaker is net als iedereen hevig geïnfecteerd door de spiegels die om hem heen zijn gehangen. Hij praat ons naar de mond, hij wil onze goedkeuring. We kunnen er niet meer klakkeloos vanuit gaan dat de theatermaker nog baas is over die dunne grens tussen narcisme en authentieke zelfverwezenlijking.

Dus moeten de toeschouwers naast het uitzetten van hun mobiele telefoon nog iets anders doen bij het binnentreden van het theater: de held in de gaten houden. Anders zal er binnen enkele decennia van de mens niet meer over zijn dan een zenuw die alleen nog maar kan reageren op elektronische prikkels van buiten; de inwendige prikkels zijn dan uitgedoofd door een tekort aan intellectuele voeding.

Het theater is het laatste strijdtoneel van het autonoom bewustzijn geworden, of wat er nog van over is.

Abdelkader Benali (1975) is schrijver. Een langere versie van dit betoog sprak hij afgelopen vrijdag vanuit Skopje via Skype uit in de Stadsschouwburg Amsterdam. Dat was in het kader van de debattenreeks ComMotie, een initiatief van Fonds Podiumkunsten, Theater Instituut Nederland en Muziek Centrum Nederland.