Herman Koch: ‘wij gooiden Amnesty-speldje weg’

Net als veel andere Nederlandse schrijvers die deelnamen aan de boekenbeurs in Peking „heb [ik] mijn speldje [van Amnesty International] in de prullenbak gegooid”. Dat stelt schrijver Herman Koch aan het einde van de boekenbeurs in Peking.  

Met zijn uitspraak keert Koch zich tegen de Nederlandse kritiek, ook van Amnesty International, dat de schrijvers te weinig stelling hebben genomen tegen de Chinese censuur.

Volgens Henk Pröpper, directeur van het Nederlands Letterenfonds en leider van de Nederlandse delegatie, hebben de Nederlandse schrijvers in Peking juist „openhartig” voor en achter de schermen indringend met Chinezen gesproken, „in open dialoog”. „Mensenrechten en censuur zijn aan de orde gesteld. Dick Swaab sprak openlijk over homoseksualiteit, Adriaan van Dis sprak over de multiculturele samenleving en heeft ook de hand in eigen boezem gestoken.”

Volgens Pröpper is de gisteravond afgesloten beurs zowel „cultureel als economisch” een succes. Er zijn zo’n 60 titels verkocht, vooral non-fictie en kinderboeken. Nederlandse uitgevers willen volgend jaar weer naar de Boekenbeurs in Peking. Om de kritiek uit Nederland te pareren gaf het Letterenfonds vandaag een persbericht uit met citaten van schrijvers:

Herman Koch: „Amnesty International vroeg alle schrijvers die naar de Boekenbeurs van Peking afreisden een speldje op te doen waarmee tegen de schending van de mensenrechten werd geprotesteerd. […] Wij zijn hier als een groep schrijvers, maar ook als vrije individuen die in vrijheid met iedereen moeten kunnen spreken, zonder dat onze gesprekspartners door een speldje van een actiegroep worden afgeschrikt of in verlegenheid gebracht. Alle collega’s die ik hier sprak hadden het speldje, net als ik, direct na ontvangst in de prullenbak gegooid. Ook ik weet dat China geen democratie is, maar ik vind dit een fascinerend land dat ik het liefst zo snel mogelijk opnieuw zou willen bezoeken [...] En ook dan weer niet gehinderd door een infantiel, belerend en naïef speldje, dat namens mij zegt hoe ik over de dingen zou moeten denken, nog voordat ik zelf mijn mond heb kunnen opendoen.”

Adriaan van Dis: „In de schaduw van de beurs sprak ik in alle openheid met enkele schrijvers en geleerden [...] Het zijn moedige mensen, die de mazen en grenzen opgelegd door het oude communistische establishment behendig weten op te rekken. Maar als ik de inhoud van die gesprekken hier onder de Hollanders [...] luid ga rondbazuinen, breng ik die mensen nodeloos in gevaar. Vreemde positie. Die week in China zal me langer heugen dan de kortstondige deining in Nederland. De contacten die ik hier leg zijn ook duurzamer van aard. [...] In Peking heb ik in één week meer moedige mensen ontmoet dan in Nederland in jaren. Zou me met laf thuisblijven niet zijn gelukt.”