Helder mij even op

Vorige week ging het in deze rubriek over een particuliere collectie spreekwoorden en zegswijzen, opgetekend uit de mond van een moeder. Ik sprak daarbij het vermoeden uit dat er veel meer van dit soort particuliere spreukenverzamelingen bestaan en dat bleek juist: diverse lezers stuurden me boekjes of lijstjes toe.

Zoals ik had verwacht, bevatten de meeste het taalgebruik van moeders. Niet dat vaders van nature minder kleurrijk spreken, maar we onthouden dergelijke uitspraken doorgaans uit onze opvoeding, en vrouwen spelen daarin van oudsher een grotere rol dan mannen. Toch werden er ook diverse uitspraken van vaders ingestuurd. Zoals deze twee levenslessen: nooit achter een man of een tram aanhollen, er komt altijd weer een volgende. En: het huwelijk is net een belegerde vesting: die erin zitten willen eruit en die erbuiten staan, willen erin.

Er zou een keer een bloemlezing moeten worden samengesteld met zegswijzen over verliefdheid, verloving, huwelijk, echtbreuk en scheiding. Liefde met Hollandse nuchterheid benaderd – ik voorspel weinig romantiek.

De opmerkelijkste inzending bevatte overigens geen zegswijzen van een vader of moeder, maar van een man die al ruim twintig jaar als verkoper werkt bij een groot kantoor ergens in Zuid-Holland. Ik houd de personalia opzettelijk vaag, want hij weet niet dat zijn uitspraken door zijn collega’s worden genoteerd.

Ze zijn er twee jaar geleden mee begonnen en ze hebben inmiddels een lijst van bijna driehonderd uitdrukkingen samengesteld. Bijna al die uitdrukkingen zijn gebruikt tegen klanten, meestal aan de telefoon. Zodra de man, laten we hem Henk noemen, een opmerkelijke uitspraak doet, wordt die genoteerd en toegevoegd aan de lijst – hij zal ze uiteindelijk in een boekje krijgen, als jubileumgeschenk.

Het zijn bijna allemaal verhaspelingen – incorrecte vermengingen van diverse beeldspraken. Nou circuleren er op internet lange lijsten van dergelijke contaminaties, ook wel verspreekwoorden genoemd. Het probleem met dergelijke verzamelingen is dat je niet weet of de verhaspelingen echt zijn gebruikt of dat ze met een paar borrels op zijn verzonnen.

Van Henk weten we, dankzij zijn collega’s, dat hij echt zegt: dat is een hoop dikke vingerwerk. Of: het kwartje schiet me te binnen. Dan wel: je loopt dan de sloffen uit je schoenen.

Hij zegt dit dus meestal tegen klanten, maar bij sommige verhaspelingen heb ik de indruk dat ze óver klanten gaan. Zoals bij: hij wil voor een briefkaart op de eerste rang zitten, die deed er nog een druppeltje bovenop, en: ik trok weer aan het kortste stukje.

Net als bij de uitspraken van vaders en moeders vind ik het bijzonder hoezeer iemand die je niet kent tot leven wordt gewekt door zijn uitspraken – of ze nu verhaspeld zijn of niet. Als Henk zegt niet te veel honden wakker maken, de plank niet te hoog leggen, dan zie ik hem voor me, net als bij zijn verzuchtingen: ik heb van de voorkant geen idee waar ik aan de achterkant moet beginnen en nu schiet mijn klomp vol.

Dat Henk ook coacht merk je aan uitspraken als: alle poppetjes in de juiste windrichting zetten, laten we de paal en het perk in het midden houden en – de kritische – je bent wel laat van stof en van een speld maak jij de hooiberg groter.

Nogmaals, dit is geen grap, ik heb de bron gecheckt, dit is hoe Henk (iedere keer steek ik mijn nek in mijn strot) praat.

Henk heeft weleens geopperd het dikke boek Van Dale erbij te pakken, maar ik ben blij dat hij dit niet vaak doet, want daarmee zou ook dit realistische staaltje van hedendaags Nederlands verloren kunnen gaan: helder mij even op.

Reacties naar post@ewoudsanders.nl