Duits patriottisme heeft niets met neonazi's te maken

Met zijn uitspraken raakt de Nederlandse politicus een gevoelige snaar in Duitsland.

Vooral zijn kritiek op de ‘Verenigde Staten van Europa’ en de Griekse steun viel goed.

Binnen een jaar twee keer in Berlijn – wat is er voor de Nederlandse politicus Geert Wilders zo aantrekkelijk aan de Duitse hoofdstad? Het moet meer zijn dan de jonge Duitse zusterpartij van de PVV, Die Freiheit, die over twee weken meedoet aan lokale verkiezingen en waarvan het nog maar de vraag is of ze de kiesdrempel zal halen.

Wilders gaf afgelopen zaterdag zelf het antwoord, in een zaal van een Berlijns hotel waarin zes- tot zevenhonderd mensen zaten. Het gaat hem om Duitsland, dat „jammer genoeg niet in dezelfde gelukkige situatie” verkeert als Nederland en geen „fatsoenlijke rechtse partij” heeft die op grote schaal stemmen wegtrekt bij de zittende politiek. Die Freiheit hoopt in die Duitse lacune te voorzien. Maar de leider ervan – de oncharismatische Berlijnse politicus René Stadtkewitz – is geen Geert Wilders. Hij is minder uitgesproken, oogt flets en zoek de confrontatie niet op.

Toch krijgt hij de volle steun van Wilders, die net als vorige keer in Berlijn als een buitenlands stemmenkanon optreedt. „René, je gaat het redden”, roept hij enthousiast. Die Freiheit, in september 2010 opgericht, heeft op papier de potentie om de partij te worden die Wilders voor ogen staat: „Een rechtse partij die niet belast is door neonazisme of anti-joodse sentimenten.”

In heel Europa zijn rechtse populisten in opmars, behalve in Duitsland. „Duitsland verdient een beter lot”, zei Wilders. „Als Duitsland ziek is, zijn we in Europa allemaal een beetje ziek.” Hij zegt het „unfair” te vinden om „het Duitse patriottisme te reduceren tot het nationaal-socialisme.” Daarmee raakt de politicus een gevoelige snaar. Rechtse populisten worden in Duitsland snel vereenzelvigd met neonazi’s. Het donkerbruine verleden van het land is er de oorzaak van dat de nuance wat dit betreft snel zoek is. „Nazi's raus”, roepen ongeveer vijftig antifascistische demonstranten, die zich buiten het hotel verzameld hebben.

Twee van hen wisten zich zaterdag toegang te verschaffen tot de zaal waar Wilders optrad. Ze hadden zich kennelijk als belangstellenden ingeschreven, riepen halverwege Wilders’ toespraak antifascistische leuzen en werden snel door bewakers het hotel uitgezet. „Nazi’s raus”, riepen vervolgens aanhangers van Die Freiheit en Wilders. Waarmee de paradox compleet was: beide groeperingen maakten elkaar voor „nazi’s” uit.

Het is het lot van Duitsland dat alles wat naar rechtse, populistische of nationalistisch getinte politiek ruikt, vroeg of laat in de hoek van fascisme of (neo)nazisme wordt gezet. Voor Duitse politici en ook voor kiezers is dit beladen thematiek. Wilders, als historisch onbelast buitenlands politicus, zoekt het pijnpunt en zegt dat de Duitsers trots op hun land mogen zijn. „Patriottisme is geen fascisme.”

Anders dan een jaar geleden stond Wilders’ betoog dit keer voor minstens de helft in het teken van de verdienste van vaderlandsliefde en van de strijd van de nationale staat versus de door hem beschimpte „Verenigde Staten van Europa”. Wilders’ kruistocht tegen de islam is niet naar de achtergrond verdrongen, maar duidelijk is dat er een tweede front is bijgekomen: „Het gevaar van opgaan in één grote pan-Europese staat.”

We hebben, zegt hij, „genoeg voor Europa betaald. We willen niet borg voor andere landen staan.” Waarna een donderend applaus volgt. Zulke woorden vallen goed in Duitsland. De Duitsers moeten verhoudingsgewijs het meeste bijdragen aan de financiële hulp aan schuldenlanden als Griekenland; tot grote ergernis van een meerderheid van de bevolking.

Met een impliciet dreigement aan de door hem gedoogde Nederlandse minderheidsregering zegt Wilders dat zijn partij „een Europese bail out-politiek” niet zal steunen. Later verklaart hij ter toelichting dat hij „geen rode kaart” bij zich draagt, maar dat de PVV tegen grootschalige Europese kredietverlening „is en blijft”.

Het publiek klapte zaterdag enthousiast voor Wilders. Sommigen waren van ver gekomen en hun motieven waren zo verschillend als de mensen zelf: „de islamisering van Duitsland”, „de onbegrijpelijke politiek van draaikont Merkel”, „de vrijheid om te zeggen wat je denkt” en „het gevaar dat Duitsland de kant van de DDR opgaat”.

Die laatste uitlating is van de 60-jarige Manfred Wehder. Hij is geboren en getogen in Oost-Duitsland, kreeg een afkeer van het communistische regime, zat jarenlang in de cel en kon in 1981 de DDR verlaten. „Wat ik om me heen zie, herinnert me aan vroeger: de opkomst van een rode kliek.” Hij is noch fan van Freiheit-chef Stadtkewitz noch van Wilders. „Ik ben voor de vrijheid – dat is alles.”