Doe eens wat vaker aan haken

Tweemaal voorproeven. 1: „In het dopingtijdperk bleven atleten langer gezond, hadden ze minder blessures.” 2: „Met een man in jurk kun je toch niet bij sponsors aankomen?”

Jos Hermens, de Nederlandse atletenmanager en oud-atleet, zegt dit verderop in dit sportkatern. Sla om en lees.

Dan weet u nu dat de moeder van alle sporten aan het vergrijzen is. Alleen: in Nederland heeft atletiek zelden een hogere status bereikt dan die van het ondergeschoven kindje. In atletiek toont Nederland meestal waarin een klein land klein kan zijn, individuele uitzonderingen ten spijt.

Op de WK die afgelopen twee weken in Zuid-Korea werden gehouden, bleven aansprekende Nederlandse prestaties goeddeels achterwege. Dat belooft niet veel goeds voor de Olympische Spelen in Londen, 2012.

Op alle Spelen samen haalden Nederlandse atleten deze en vorige eeuw vijftien medailles, een totaal dat sterk positief is beïnvloed door het glansjaar 1948: zes medailles, vooral dankzij Fanny Blankers-Koen en Wim Slijkhuis. Op de vijftien Spelen nadien haalden Nederlanders vijf atletiekmedailles; de laatste in 1992 (Ellen van Langen).

Vandaar wellicht de licht euforische stemming toen de 19-jarige Dafne Schippers donderdag het dertig jaar oude nationale record op de 200 meter verbeterde. Weliswaar haalde ze de WK-finale niet, maar ‘opeens’ was het daar: een talent om te koesteren.

Wel een van de eigenzinnige soort. Want omdat ze speerwerpen en verspringen nog wel zo leuk vindt, blijft ze zich liever specialiseren in de zevenkamp dan op de sprint. Ook gedroeg ze zich aangenaam afwijkend in Zuid-Korea. Want welke atleet volgt in de voorbereiding op een wedstrijd een workshop handenarbeid, inclusief haken en patchwork? Dafne Schippers dus.

Wat Jos Hermens hiervan vindt, is niet bekend. Maar misschien brengt het Bram Som, Churandy Martina en die andere atleten wier prestaties op deze WK tegenvielen op een idee: doe eens wat vaker aan figuurzagen.

John Kroon