DNB onderzoekt ook cultuur bij pensioenfondsen

Bankiers moesten er niets van hebben. Drie weken nadat De Nederlandsche Bank vorige maand een enquête had verstuurd onder directieleden en commissarissen van Nederlandse banken over elkaars functioneren, trok de toezichthouder die weer in. De bankbestuurders weigerden de in hun ogen veel te persoonlijke vragen over hun directe collega’s te beantwoorden.

In de begeleidende brief die zij begin augustus kregen, schreef De Nederlandsche Bank dat zij „een soortgelijk onderzoek onder pensioenfondsen” had gehouden. Kwamen die dan niet in verzet?

Klopt, zeggen woordvoerders van de twee grootste pensioenfondsen ABP en Zorg & Welzijn. Zij stellen dat de bestuurders van beide pensioenfondsen hebben meegewerkt.

Volgens een voorzitter van een groot bedrijfspensioenfonds, die anoniem wil blijven, ging het onderzoek in zijn sector lang niet zo ver als bij de banken, maar was het wel indringend. „DNB heeft met bestuurders van een aantal grote fondsen lange gesprekken gevoerd over gedrag en cultuur.” Daarbij kwamen volgens hem „interessante thema’s”  aan de orde: wat zijn de afwegingen van de directie om bepaalde dingen te doen of juist te laten? Is de baas dwingend? Zijn diens collega’s kritisch of gedwee? „Het was een nuttig onderzoek.”

DNB zegt al langer bezig te zijn om, bij álle financiële instellingen waar zij op toeziet, inzicht te krijgen in gedrag- en cultuuraspecten van hun beleidsmakers. „Naast het gewone toezicht op het functioneren en de gezondheid van de instellingen willen we weten hoe beslissingen en strategiewijzigingen tot stand komen”, aldus de woordvoerder. „Bij de pensioensector hebben we in het afgelopen jaar wel drie onderzoeken uitgevoerd waarbij cultuur en gedrag van hun governance centraal stonden. Eén daarvan is, net als dat bij de banken de bedoeling was, onafhankelijk uitgevoerd door de Rijksuniversiteit Groningen.”

Volgens een betrokkene komt de behoefte aan onderzoek naar bestuursculturen voort uit twee traumatische precedenten: het faillissement van DSB Bank in 2009 en het uiteenvallen van ABN Amro in 2007. In beide gevallen speelde de combinatie van een dominante bestuursvoorzitter (Dirk Scheringa en Rijkman Groenink) met een weinig kritische raad van commissarissen een cruciale rol.