Dichte kraan voor Assad

Europa kán wel eensgezind zijn. Sinds zaterdag probeert de Europese Unie één lijn te trekken met haar sancties tegen het Syrische regime van Assad.

In Polen, dat nu het roulerende halfjaarlijkse voorzitterschap van de Europese Raad vervult, hebben de ministers van buitenlandse zaken besloten tot een olie-embargo van Syrië. Ook zal een aantal hoge functionarissen de toegang tot de EU worden ontzegd, om het isolement van het bewind te vergroten.

Eerder vorige week lag Italië, dat met Duitsland de meeste olie van alle EU-lidstaten uit Syrië importeert, nog dwars. De Italiaanse regering wilde het embargo pas laten ingaan in november, als de oliecontracten op hun einde liepen. Maar de rest van de EU wilde het bewind van Assad geen respijt geven.

En terecht. Het geweld in Syrië, waar afgelopen weekeinde weer enkele tientallen burgers en soldaten zijn omgekomen, duldt geen uitstel.

Veel alternatieve pressiemiddelen voor een olie-embargo heeft Europa ook niet. De Franse regering mag dan structurele contacten leggen met de Syrische oppositie, dergelijke acties hebben vooral politiek-symbolische betekenis. En een interventie naar analogie van Libië is uitgesloten. In Syrië is geen sprake van een brede rebellenbeweging – hooguit van sektarisch geweld – maar van een gevarieerd verzet van burgers die de straat willen veroveren en geen gewapende strategie hebben.

Een embargo kan bovendien wel degelijk effectief zijn. Al is Syrië geen groot energieproducent, een kwart van de Syrische economie draait op export van olie. Circa 90 procent van al die olie gaat naar de EU. Daarmee is ruim 3 miljard euro gemoeid. Het bewind in Damascus kan de uitvoer van die olie niet in een handomdraai omleiden naar bijvoorbeeld China of India. Daar gaat wat tijd overheen.

Assad zou zich kunnen oriënteren op Rusland, dat van oudsher banden heeft met Syrië. Minister Lavrov van Buitenlandse Zaken hekelde het embargo dit weekeinde onmiddellijk. Maar Rusland heeft weinig beslissende hulp te bieden. Moskou uit zich wel contrair jegens het Westen, het kijkt wel uit om als energiegrootmacht echt partij te kiezen. De haastige erkenning van de Nationale Overgangsraad Libië vorige week illustreerde deze dubbelzinnigheid.

De EU kan daarentegen wel snel opereren. Ze moet namelijk kunnen rekenen op de medewerking van de grote energieconcerns. Shell, na het Franse Total de tweede olie-exploitant in Syrië, heeft vorige week in de Tweede Kamer bij monde van de Nederlandse directeur Benschop toegezegd een politiek boycotbesluit van de EU te volgen.

Juist omdat Syrië qua olie-export grotendeels is verbonden met de EU en Europese bedrijven daarbij een sleutelrol spelen, is er een logische basis voor een gezamenlijk embargobeleid.

Het is een begin. Al is het vermoedelijk niet het einde van Assad.