Denker over moderne tijd en secularisatie

Jan Sperna Weiland scheef even makkelijk over de Bijbel als over Kierkegaard. Hij inspireerde een generatie filosofen en theologen.

Wie de filosoof en theoloog Jan Sperna Weiland, die donderdag op 86-jarige leeftijd overleed, ooit had ontmoet, kreeg zijn gestalte niet meer van het netvlies. Zijn lange, statige lichaam werd bekroond door een ernstig gezicht met vorsende blik en een mond waaruit gebeeldhouwde zinnen vloeiden. Voor ieder was onmiddellijk duidelijk dat deze man nooit iets anders dan een dominee had kunnen zijn.

Dat was Sperna Weiland dan ook lang geweest. Na zijn studies theologie en filosofie in Groningen was hij tien jaar zielzorger in Brouwershaven en Rotterdam. In 1962 keerde hij terug naar de universiteit, in eerste instantie de theologische faculteit van de Universiteit van Amsterdam. Vanaf begin jaren zeventig tot 1990 was hij hoogleraar wijsbegeerte aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam en van 1979 tot 1983 was hij daar rector magnificus.

Sperna Weiland zal vooral worden herinnerd door zijn bijdragen aan het secularisatiedebat van de jaren zestig. Scherp zag hij in dat het geloof waarin hij was opgegroeid een nieuwe oriëntatie behoefde. „Is saecularisatie de bevrijding van de mens tot zijn historische verantwoordelijkheid in een open wereld, saecularisme is de totalitaire afronding van de wereld tot een overzichtelijk geheel, waarin geen sprake meer is van een vragend niet-weten”, schreef Sperna Weiland in Oriëntatie, zijn klassieke werk uit 1966. Die zin was kenmerkend voor zijn positie. Het geloof moet openstaan voor het moderne leven, maar mag niet zwichten voor de verleiding volledig op te gaan in het hier en nu.

Helemaal gerust was Sperna Weiland daar niet op. In zijn in 1999 verschenen filosofische overzichtswerk De mens in de filosofie van de twintigste eeuw, dat vele malen werd herdrukt, toonde hij zich uiterst sceptisch over de recente ‘postmoderne’ filosofie en technologie.

Sperna Weiland was typerend voor de generatie Nederlandse filosofen die vanuit de theologie trachtten een nieuw levensperspectief te ontwerpen dat beantwoordde aan de eisen van de tijd. Hij deed dat voor verschillende generaties op een hoogst inspirerende wijze, zonder zich illusies te maken. „Het is mogelijk dat je in het labyrint een Minotaurus tegenkomt”, schreef hij in 1999, „en er is niet altijd een Theseus bij de hand om hem te doden.”