De plek des onheils is nu een gewone plek

Andrea Bajani: De belofte. Vert. Yond Boeke en Patty Krone. Ath. – Polak & Van Gennep, 293 blz. € 18,95 ****

Pietro had een grootvader met een verleden als soldaat aan het Russische oostfront. Een grootvader die voor zijn moeder toch haar vader was, ondanks zijn geknakte geest en zijn onbeheerste gedrag. Een grootvader in het gesticht. Een grootvader over wie Pietro het nooit had. Een grootvader wiens dood een obsessie voor Pietro inluidt. Andrea Bajani beschrijft in De belofte, zijn vijfde roman, meeslepend en zonder larmoyant te worden hoe zo’n man andermans leven aanrandt. Al dan niet met een schuldgevoel vragen zijn naasten zich af of dit nog wel de man is van wie ze familie zijn.

Hij houdt de lezer aan het lijntje. In glijvluchten van taal, met uitbundige lange zinnen en wervelende metaforen, voert hij snippers op van verschillende geschiedenissen. Samen vormen die een uitwaaierend geheel, dat niet noodzakelijk compleet wordt. Juist niet, bedoelt Bajani.

Pietro neemt het op zich om zijn grootvader weer deel van de familie te maken. Hij dringt zich op aan een andere oorlogsveteraan, maakt hem tot zijn pseudo-opa. Zo kan hij op diens schreden terugkeren naar het Russische dorp waar Italiaanse soldaten lachend poseerden voor foto’s bij de bungelende lijken van de mannen die ze zojuist hadden opgehangen.

Het thema van Wie houdt dan stand, Bajani’s vorige in het Nederlands vertaalde roman, was het hermetische karakter van het verleden. In dat boek doorzoekt een jongeman de laatste sporen van zijn overleden moeder. Hij vindt niets. Ook Pietro, in wie Bajani opnieuw en even teder een moederszoon schetst, moet toegeven dat het verleden niet bestaat. In het hedendaagse Rusland is de plek des onheils een gewone plek geworden. Zelfs een ooggetuige kan hem niets bieden.

Einde verhaal? Nee. Zonder veel ophef heeft Bajani een tweede verhaal met de oorlogsgeschiedenis vervlochten. Wat Pietro werkelijk zoekt, bevindt zich in Italië. Wat hij zoekt is zijn huwelijk.

De lezer zou het bijna vergeten, maar De belofte begint met ‘het Wij’ van een echtpaar en het kind waar ze op rekenen. Het kind dat niet kwam, waarna het ‘Wij’ uiteenviel in tweemaal ‘Ik’. Pietro en zijn vrouw gaan uit elkaar op de dag dat zijn grootvader sterft, waarna De belofte verschuift naar het oorlogsverhaal. Maar niet helemaal. Kleintjes blijft Bajani aanduiden hoe de ‘persoonlijke pijn’ Pietro en zijn vrouw uiteendreef.

Pietro’s reis naar Rusland verhelpt zijn trauma niet, maar het is de omweg die hem terugbrengt naar zijn vrouw. Zwanger nu, van een kind dat Pietro zal accepteren als het zijne. Als hij geluk heeft.

Joyce Roodnat