Chanel: vrouw met een luchtje

Er dook belastend materiaal op uit het oorlogsverleden van Coco Chanel.

Ze heulde met de vijand.

‘Coco mademoiselle’: jong maar niet kinderlijk, vrouw maar onafhankelijk. Een nieuw parfum dat je wilt hebben voor je het geroken hebt. De promotie volgt de sfeer die Gabrielle Bonheur ‘Coco’ Chanel (1883- 1971), ontwerpster en zakenvrouw, muntte sinds de start van haar modehuis, begin jaren ’20 . Toen schiep ze de stijl waarop het bedrijf met haar naam tot op de dag van vandaag voortborduurt.

Over Chanel zijn de laatste jaren verschillende bioscoopfilms gemaakt en door de jaren heen verscheen een aantal biografieën over haar. Want Chanels geschiedenis is ideaal voor een goed verhaal. Een moeizame, armoedige jeugd; opkrabbelen als de maintenee van een steenrijke playboy op basis van wiens sportieve garderobe ze haar eerste ideeën voor de garçonne uitwerkt; een grote liefde die verongelukt, maar wel goed is voor haar startkapitaal; een creatief grootse carrière; flirts en liefdes en vriendschappen in de hoogste kringen; plus een flamboyant wispelturig karakter.

Er kleeft één dikke smet op al die glans: Chanels oorlogsgedrag. Daar werd in de boeken en de films snel overheen gehobbeld. Soms verwijzen ze naar de mogelijkheid dat ze uit de wind werd gehouden door Sir Winston Churchill zelf. Hal Vaughan ploos Chanels oorlogsverleden uit. Zijn boek In bed met de vijand is niet het relaas van Coco Chanel het modegenie, maar van een machtige vrouw die heulde met de vijand. En niet zo maar, ze had er een verhouding mee.

Vaughan heeft getuigen gesproken, archieven gelicht en documenten opgedoken. Hij beschrijft Coco Chanel als een overlever en een egomaan. Dus nee, ze at geen hap minder bij Hôtel Ritz waar ze woonde op invitatie van de nazi-autoriteiten. En nee, ze gaf geen klap om de Parijzenaars die werden uitgehongerd door de bezetter of de joden die onder haar neus verpletterd werden. De joodse grootaandeelhouders van haar parfum Chanel no. 5 bejegende ze antisemitisch. En ze ging in op de avances van een hoge Duitse inlichtingenofficier. Om haar neef uit Spaanse krijgsgevangenschap te verlossen, bood ze via die geliefde haar diensten aan Berlijn aan: Operatie Modellhut was geboren van deze Parijse agente F-7124 met de codenaam ‘Westminster’. Daarmee is meteen Chanels attractie voor bepaalde nazi-Duitsers aangegeven: haar hechte banden met de Britse adel en in het bijzonder met Winston Churchill. De operatie mislukte, maar er volgden meer acties die, daar hamert Vaughan op, landverraad betekenden, ook al liepen ze niet in de laatste plaats door Chanels arrogantie op niets uit.

Het curieuze van dit boek is de weerzin die Vaughan onafgebroken tegen zijn onderwerp tentoonspreidt. Zijn afkeer uit zich in onversneden misogynie. Hij walgt van het belang dat ze stelt in het uiterlijk (niet zo vreemd voor een ontwerpster) en verwerpt haar liefdesleven, vooral als dat jongere minnaars behelst. Al snel heet ze een ‘monstre sacré’ en ‘speelde ze met haar tweeënveertig jaar nog vaak de sexy stoeipoes’. In zijn ijver haar moreel af te schrijven, beschuldigt hij haar uitdrukkelijk van homohaat. Maar hij beschrijft ook hoe Chanel toesnelde toen Serge Diaghilev te midden van zijn minnaars op sterven lag en hoe dik ze bevriend was met het koppel Jean Cocteau en Jean Marais. Zo driftig etaleert hij haar als nachtvlinder en feestganger, dat hij alleen schoorvoetend laat blijken dat ze een workaholic is die haar werk altijd voor laat gaan, en een invloedrijke persoon voor wie het woord ‘icoon’ te zwak is. Letterlijk vanaf bladzijde 1 wil Vaughan Chanels verwerpelijkheid aantonen. Daartoe walst hij suggestief door haar leven en over haar heen. Dat is menselijk misschien, maar het verzwakt zijn boek. Want het ondermijnt zijn pretentie: het laatste woord over Coco Chanel.

Hal Vaughan: In bed met de vijand. Coco Chanels geheime oorlog. Vert. Hanneke Bos en Liesbeth Hensbroek. 325 blz. Contact. € 24,95.