'Broeder doodde 20 jongens'

In het katholieke internaat Sint Joseph stierven veel jongens. Verpleegkundige Van Hout hoorde hoe het zat. „Hier werden de jongens doodgemaakt.”

Wat de broeder bezield moet hebben om euthanasie te gaan plegen op jongens, weet Nico van Hout niet. De voormalig hoofdverpleegkundige van Huize Sint Joseph in Heel vertelde gisteren voor tv dat een geestelijke er begin jaren 50 twintig verstandelijk gehandicapte patiënten om het leven bracht. Hij lichtte zijn verhaal vanochtend toe aan deze krant.

Van Hout (75) werkte van 1969 tot 1995 in Sint Joseph, „in de periode dat er door de AWBZ steeds meer mogelijk werd”. Voor die tijd was de katholieke instelling „gesloten en zelfvoorzienend”, zegt hij. „Zelfs de doodskisten konden in de eigen timmerwerkplaats worden gemaakt.”

Van Houts verklaring komt op het moment dat justitie in Roermond de dood onderzoekt van 34 jongens in het internaat, tussen 1952 en 1954. In de door broeders geleide instelling lag het sterftecijfer toen hoger dan gemiddeld. De commissie-Deetman, die het seksueel misbruik van minderjarigen binnen de rooms-katholieke kerk nader bekijkt, stuitte bij archiefonderzoek op de zaak.

Hoe heeft u over de zaak gehoord?

„Toen ik net in de instelling werkte, leidde broeder Augustinus me langs twee linnenkamers. Hij zei: ‘Hier stonden ooit de kisten en hier werden de jongens doodgemaakt.’ Ik wist niet wat ik hoorde. De verantwoordelijke, Augustinus’ voorganger, zou met pap hebben gerommeld. Later is hij overgeplaatst naar een beschouwende orde elders.

„Augustinus moet er verschrikkelijk mee hebben gezeten. Die werd door iedereen geprezen voor zijn omgang met de patiënten. De kasteelheer hier was atheïst en zei altijd: ‘Als er geen hemel is, moeten ze er voor de broeder eentje bouwen’.”

Wat hebt u met de informatie gedaan?

„In eerste instantie heb ik met de geneeskundig directeur gesproken. Die was begin jaren 50 huisarts in Heel en vertelde hoe hij geworsteld had met het ondertekenen van valse overlijdensverklaringen. Midden jaren 80 heb ik het verhaal verteld aan een nieuwe directeur. Die moet ook statistieken voorgelegd hebben gekregen van artsen die naar de afwijkende cijfers hebben gekeken. Rond 1995 heb ik contact gehad met de voormalige voorzitter van de raad van toezicht, tevens oud-rechtbankpresident in Roermond. Al die keren is er geen onderzoek gestart.”

Had u niet de neiging verder te gaan?

„Ik heb de hiërarchische wegen bewandeld. Uit mezelf naar het Openbaar Ministerie stappen is nooit in me opgekomen. Wat voor onrust brengt dat ook bij nabestaanden teweeg? Nu dorpsgenoten tegen media vertelden dat ze zich niet konden voorstellen dat er in Sint Joseph iets verschrikkelijks is gebeurd, heb ik besloten om naar buiten te treden.”

Justitie gaat Van Hout horen. Ze denkt nog enkele maanden nodig te hebben voor het onderzoek.