Bolt is weer terug, en hoe

Na de misser op de 100 meter heeft Usain Bolt zijn lesje in nederigheid geleerd.

De sprinter lijkt bij de WK volwassener te zijn geworden.

Usain Bolt of Jamaica dances after winning their men's 4x100 metres relay final at the IAAF World Athletics Championships in Daegu September 4, 2011. Jamaica set a new world record with a time of 37.04 seconds. REUTERS/Dylan Martinez (SOUTH KOREA - Tags: SPORT ATHLETICS IMAGE OF THE DAY TOP PICTURE)
Usain Bolt of Jamaica dances after winning their men's 4x100 metres relay final at the IAAF World Athletics Championships in Daegu September 4, 2011. Jamaica set a new world record with a time of 37.04 seconds. REUTERS/Dylan Martinez (SOUTH KOREA - Tags: SPORT ATHLETICS IMAGE OF THE DAY TOP PICTURE) REUTERS

Usain Bolt heeft zich in Daegu van zijn respectabele kant laten zien. Op de baan zijn de poses, maniertjes en kleine vernederingen van tegenstanders niet verdwenen, maar daar buiten neemt de Jamaicaanse sprinter de verantwoordelijkheid die bij zijn sterrenstatus hoort. Na een week te hebben gezwegen over zijn geruchtmakende valse start op de 100 meter erkende Bolt dit weekend zijn fout. „Ik heb een dure les geleerd.”

Van alle discussies na zijn valse start nam Bolt openlijk afstand. Nee, hij was niet afgeleid door een bibberend been van zijn landgenoot en de latere wereldkampioen Yohan Blake – die verdiende de titel volgens hem ten volle. Nee, hij wilde de nieuwe startregel niet veroordelen. Hij is er geen voorstander van, maar een excuus voor zijn vervroegde aftocht was het zeker niet. „Ik heb nog maar eens geleerd dat ik kalm en geconcentreerd moet blijven. Net als mijn coach me voor de start nog op het hart had gedrukt: ‘Wacht en luister naar de commando’s van de starter.’ Dit zal me niet snel meer overkomen.”

Wat dan wel de oorzaak van zijn valse start was? Zijn gemoedstoestand, zei Bolt. Hij was te opgewonden, hij wilde te graag. Een vorm van overconcentratie. „Ik wilde alleen maar dat de wedstrijd begon, dat ik kon laten zien wat ik kan. In de aanloop naar de WK in Daegu had ik extra aandacht besteed aan mijn start. En dat was zo goed gegaan dat ik te gretig was. Ik dacht in de startzone alleen maar: ‘Let’s go.’ Eenmaal in de blokken, hoorde ik ‘set and go’. En weg was ik. Het was volledig mijn fout.”

Dat iedereen een mening over Bolts valse start heeft, glijdt als water van hem af. „Mensen houden nu eenmaal van negativisme. Maar zo kijk ik niet tegen de wereld aan. Ik heb een fout gemaakt en ik heb ervan geleerd. Die meningen over mijn gebaartjes? Geloof me, die zijn naturel, zo ben ik.”

Daar sprak een andere Bolt dan de speelse sprinter die in 2008 in Peking en in 2009 in Berlijn, op het arrogante af, zijn olympische titels en wereldtitels vierde. De Jamaicaan nam zijn presentatie na een race amper serieus. Hij dolde op persconferenties met de andere medaillewinnaars en gaf zelden fatsoenlijk antwoord op het spervuur aan vragen. Ja, dat hij ter voorbereiding kipnuggets had gegeten, dat niveau. De sprinter deed vooral zijn best cool over te komen.

Hoe anders was zijn gedrag in Daegu, nadat hij zaterdag wereldkampioen op de 200 meter was geworden en gisteren ter afsluiting van de titelstrijd op de valreep de estafetteploeg naar een wereldrecord (37.04 – was 37.10) leidde. De sprinter had zijn lesjes in nederigheid geleerd.

De 200 meter won hij overigens in ’s werelds vierde tijd (19,40) ooit. Een voortreffelijk prestatie, maar niet van het niveau dat Bolt in zijn wereldrecordraces bij de Spelen in Peking en de WK in Berlijn had getoond. Maar nog altijd goed genoeg om de rest van het deelnemersveld ruimschoots voor te blijven. De Amerikaan Walter Dix, die Bolt alvast uitdaagde – „in Peking won ik tweemaal brons, in Daegu tweemaal zilver, dus wordt het volgend jaar bij de Spelen in Londen tweemaal goud” – liep 19,70. De Fransman Christophe Lemaître werd derde in 19,80, een Frans record.

Zijn uitschieter bij de WK bewaarde Bolt voor de slotafstand, toen hij als estafetteloper alsnog een 100 meter mocht lopen. En die gelegenheid greep hij aan om zijn suprematie te tonen. Het voorwerk van Nestas Carter, Michael Frater en Yohan Blake maakte Bolt fenomenaal af. Zoals hij de avond ervoor tijdens de persconferentie na zijn gouden 200 meter al verteld had dat hij op de 100 meter ’s werelds beste is en blijft, wat er ook na zijn valse start gesuggereerd werd.

Op de vraag of Bolt een idee had welke tijd hij in Daegu op de 100 meter zou hebben gelopen zonder de diskwalificatie, zei hij zonder enige schroom: „Een lage 9,7 of een hoge 9,8.” Met andere woorden: ik zou wereldkampioen zijn geworden. Want zijn trainingsmaat Blake won de titel in 9.92 seconden. Zo is Bolt ook wel weer. Je bent The Greatest of je bent het niet.