'Arseenbacterie was pr-stunt van NASA'

Een ‘buitenaardse bacterie’ die met arseen zijn DNA maakt was groot nieuws. Rosie Redfield vond het onderzoek ‘troep’ en probeert de bacterie nu zelf te kweken.

De arseenresistente bacterie GFAJ-1 komt uit het Mono Lake in Californië. NASA-onderzoekers beweerden begin dit jaar dat de bacterie ook arseen inbouwt in zijn DNA. Foto AFP Mono Lake in California, U.S.A.
De arseenresistente bacterie GFAJ-1 komt uit het Mono Lake in Californië. NASA-onderzoekers beweerden begin dit jaar dat de bacterie ook arseen inbouwt in zijn DNA. Foto AFP Mono Lake in California, U.S.A. Jupiterimages

„Op dit moment groeien of sterven ze. Ik weet het eerlijk gezegd niet.” Professor microbiologie Rosie Redfield van de University of British Columbia heeft het over haar GFAJ-1-kolonie, een bacterie die kan groeien in giftige concentraties arseen. Al een paar maanden probeert ze deze arseenbacterie te kweken in haar laboratorium in Vancouver, om een controversieel onderzoek over te doen. Ze wilt zelf kijken of de resultaten van dat onderzoek kloppen. Redfield vertelde erover op Science Online, een congres dat dit weekend werd gehouden in Londen.

De NASA maakte de GFAJ-1-bacterie wereldberoemd in december vorig jaar. De ruimtevaartorganisatie belegde toen een persconferentie om een ontdekking aan te kondigen die ‘relevantie heeft voor de zoektocht naar buitenaards leven’. De NASA genereerde zo extra aandacht voor een publicatie in Science. Science-auteur en microbioloog Felisa Wolfe-Simon vertelde de verzamelde pers dat haar GFAJ-1 niet alleen tegen arseen kan, maar dat de bacterie het element zelfs inbouwt in de ruggengraat van zijn DNA. In plaats van fosfor, zoals al het andere leven op aarde doet.

Al een paar dagen na de persconferentie kwam er kritiek op het onderzoek van Wolfe-Simon. Cruciale controle-experimenten waren niet gedaan. Ook theoretisch rammelde het onderzoek. Redfield was een van de wetenschappers die in het openbaar kritiek leverden, op haar blog.

„Het artikel was troep van begin tot eind”, zegt Redfield nu. „Technisch gezien klopte het wat de auteurs opschreven, maar hun betoog was intellectueel oneerlijk. Ze schreven bijvoorbeeld dat hun kweekmedium naast arseen wel wat fosfor bevatte, maar dat dat niet voldoende zou zijn om GFAJ-1 op te laten groeien. Een snelle berekening liet zien dat het wél genoeg was. De bacterie hoefde fosfor helemaal niet te vervangen met arseen.”

Redfield, die zelf onderzoek doet aan de ziekmakende bacterie H. influenzae, beschreef op haar blog wat er mis was met het artikel. „Dat deed ik in eerste instantie meer voor mijzelf dan voor iemand anders.” Collega’s verspreidden Redfield’s kritiek via twitter, waar het snel werd opgepikt door kranten en websites. Met hulp van lezers van haar blog verwerkte ze haar kritiek tot een technisch commentaar dat in mei in Science verscheen.

Waarom neemt Redfield nu ook nog de moeite om in haar ogen slecht onderzoek over te doen? „Wetenschappelijk gezien is het tijdverspilling natuurlijk, maar iedereen vond het jammer dat er niemand was die de resultaten probeerde te reproduceren. Ik realiseerde me dat de belangrijkste experimenten simpel zijn om uit te voeren. Ik kweek de bacteriën onder dezelfde omstandigheden als Wolfe-Simon en isoleer dan het DNA. Collega’s bepalen later of er ook echt arseen in het DNA is ingebouwd.”

Met name Science is behoorlijk beschadigd door de hele affaire, vindt Redfield. Als het tijdschrift het principe van peer review zuiver had toegepast, had dit onderzoek de drukpersen niet gehaald. Ook andere wetenschappelijke controlemechanismen faalden. Redfield: „In de eerste plaats hadden de begeleiders van Felisa Wolfe-Simon haar ervoor moeten behoeden dit artikel te publiceren. Haar collega’s hebben zich als aannemers gedragen. Ze leverden hun werk af, zonder verantwoordelijkheid voor het hele artikel te dragen.”

Maar de grootste verliezer van deze hele onderneming is uiteindelijk Wolfe-Simon zelf, vindt Redfield. „Op zichzelf betekent dit niet het einde van haar carrière”, zegt Redfield. „Dit is ten slotte wetenschap, waar we werken op de grenzen van onze kennis. Iedereen maakt fouten. Als Wolfe-Simon had toegegeven dat er vergissingen waren gemaakt en haar experimenten opnieuw had gedaan, zou iedereen haar beschouwen als een solide wetenschapper die een ongelukkige misstap heeft gemaakt.”

Dat is niet wat er gebeurde. Felisa Wolfe-Simon hield voet bij stuk. Terwijl ze aanvankelijk gretig inging op verzoeken uit de media, is het inmiddels al een paar maanden stil rond haar persoon. „Het is eigenlijk tragisch”, zegt Redfield. „Ze was van meet af aan gedoemd. Zij had veel te veel geïnvesteerd in haar hypothese en heeft zich dieper en dieper laten ingraven in de PR-stunt die NASA voor haar had voorbereid.”