Verjaardag langs de A-15

Joris en zijn vrienden kijken mij verbaasd aan. Wat wilt u precies? Even overweeg ik om te draaien. Slecht idee misschien, partycrashen op een kinderpartijtje bij de McDonalds in Geldermalsen. Op weg naar Veghel kwam ik hier patat halen, zag acht kinderen met ballonnen om een grote tafel zitten en vroeg me af hoe het eigenlijk stond met de gastvrijheid van de Nederlandse jeugd. Maar een jongetje tegenover Joris schuift op om plaats te maken. Ik mag gaan zitten.

Het is Joris’ tiende verjaardag. Liever was hij twaalf geworden, zegt hij als ik hem feliciteer. Dan mag je zonder ouders naar het zwembad.

Een rond meisje aan het hoofd van de tafel kijkt mij wantrouwend aan. Ben jij alleen hier? Ik knik. Heb je geen vrienden? Niet in Geldermalsen. Het meisje wijst met een dikke vinger het terras rond. Wij kennen elkaar hier allemaal. Haar vinger wijst uitdrukkelijk niet mijn kant op. Ik probeer onaardige gedachten te onderdrukken en glimlach naar haar. Leuk, zeg ik. Joris schudt zijn hoofd. Het is hier saai. Ik vraag wat hij zo saai vindt. Hij rolt met zijn ogen. Alles. Alles is hier altijd hetzelfde. Dat is niet zo, spreekt het dikke meisje hem tegen. Zij is niet hetzelfde. Dit keer wijst haar vinger wel mijn richting op. Joris negeert zijn vriendin, vraagt of ik wat patat wil. Hij hoeft niet meer. Hij zucht. Ik verveel me. Ik vraag wat hij zou willen doen. Hij haalt zijn smalle schouders op.

Ik kijk het terras rond. Als ik mijn verjaardag moest vieren langs de A-15 met als enig vertier een plastic glijbaan in de vorm van een vijfderangs kasteeltoren zou ik ook zuchten. Een diep medelijden met alle Jorissen van Nederland overvalt me.

Ik stoot hem aan. Zal ik je dan maar gewoon naar Amsterdam rijden? Heel even breekt er een glimlach door op zijn gezicht. Ik maak een foto.

Wissen! Nu wissen! Een magere vrouw met kort bruin haar staat aan de andere kant van de tafel. Niemand, sist ze, maakt foto’s van mijn kind. Ik kijk verbaasd naar Joris, maar die heeft zijn hoofd diep in zijn Happy Meal doos gestoken. Misschien hoopt hij er aan de andere kant uit te komen, op een plek hier ver vandaan.

Wat zit jij hier met die kinderen te doen? briest de vrouw.

Ik zeg dat ik feestjes afga, dat het me om de ontmoeting tussen vreemden gaat, dat –
onder haar priemende blik klinkt alles ongeloofwaardig.

Het zou handig zijn als iemand nu zou zeggen dat ik geen oneerbare voorstellen heb gedaan en niemand de alarmcode van het ouderlijk huis probeerde te ontfutselen.

Maar de Happy Meal dozen blijken naast het verpakken van slappe friet nog een andere functie te hebben. Alle acht kinderen zitten nu met hun hoofd in de doos. Op zoek naar een geheime vluchtroute. De vrouw komt dichterbij. Dit zijn kinderen, zegt ze, alsof ze het over een zeldzame plantensoort heeft die sterft bij contact met vreemde elementen. Ontmoeten doe je niet met kinderen.

Ontmoeten klinkt plotseling als iets smerigs. Ze grist de telefoon uit mijn handen en scrollt door mijn foto’s.

Zo. Die zijn weg. En nu jij, anders haal ik mijn man.

Het hele terras kijkt nu mee.

Ik sta op, loop naar de auto, voel de blikken in mijn rug. Als ik de A-15 opdraai zie ik de kinderen nog steeds met hun hoofden in de dozen zitten. Ik hoop dat ze de ontsnappingsroute snel vinden. Vooral Joris. Wie weet kom ik hem dan nog eens tegen. Aan de andere kant.