‘VS lieten terreurverdachten ondervragen door Libische inlichtingendienst’

Gaddafi op een archieffoto uit 1986. Hij geeft hier een persconferentie voor vrouwelijke Amerikaanse journalisten in zijn welbekende tent. Foto Reuters / Kate Dourian

De CIA en de Libische inlichtingendiensten ontwikkelden in de jaren na 11 september zo’n hechte relatie dat de VS terreurverdachten naar Libië stuurden voor verhoor. Dat schrijft The Wall Street Journal vandaag.

De Amerikaanse krant baseert zich op documenten die door Human Rights Watch zijn gevonden in het hoofdkwartier van het Libische kantoor voor Externe Veiligheid. De documenten zouden laten zien dat Washington en Tripoli gedurende een paar jaar zo’n goede band ontwikkelden dat de CIA in 2004 een “permanente vertegenwoordiging” in Libië kreeg. De VS zouden terreuverdachten naar Libië hebben mogen vervoeren en suggesties hebben gegeven voor vragen die de Libiërs hen moesten stellen.

De gevonden documenten laten volgens The Wall Street Journal zien dat de VS een aantal maal terreurverdachten naar Libië heeft gezonden voor ondervraging. Daarbij verzocht de CIA het Libische regime wel om de mensenrechten van de verdachte te respecteren. Een cruciale contactpersoon van Gaddafi’s regime was toenmalig chef van de Libische inlichtingendienst Moussa Koussa. Hij stapte in maart dit jaar op als Gaddafi’s minister van Buitenlandse Zaken.

Het nieuws over de nauwe samenwerking tussen de VS en Gaddafi’s regime komt een aantal maanden nadat de Amerikanen een van de aanjagers waren van het ondernemen van militaire actie tegen het Libische regime. De documenten laten zien dat Tripoli in de jaren na 11 september voor de VS een steeds meer geaccepteerde partner werd, omdat het regime van Gaddafi zijn massavernietigingswapenprogramma na de invasie van Irak stopzette en ook zijn steun aan internationaal (anti-Amerikaans) terrorisme beëindigde.