Superslimme hagedissen

Kom, laten we eens kijken of reptielen echt zo simpel zijn als iedereen denkt. Dat dachten Amerikaanse onderzoekers. Ze lieten tropische hagedissen uit het wild meedoen aan een test voor slimme vogels. En ze raakten onder de indruk.

De knalgroene hagedissen, Evermanns anolissen heten ze, kregen een steen met twee ronde holtes voorgezet. Eén holte was open, op de andere zat een dekseltje. De hagedissen leerden heel snel dat er steeds een smakelijke dikke insectenlarve onder dat deksel lag. Zo’n deksel leerden ze los te wippen door er heel precies met hun kop tegen te stoten.

Verrassend. Want van nature doen ze dat helemaal niet – ze verzonnen het. Natuurlijk na het uitproberen van dingen die niet werken, zoals bovenop het deksel duwen.

Om het te leren hadden ze zelfs minder pogingen dan vogels nodig. Wel meer tijd. Terwijl de vogels maar probeerden en probeerden, zaten de hagedissen na elke poging stil. Dan keken ze eens even naar iets heel anders. Alsof ze er met de kop niet bij waren. En dan: opnieuw een poging, en nóg beter.

Het leken wel denkpauzes. Of in ieder geval: er gebeurde iets onder het groene hersenpannetje.

Twee van de slimste anolissen kregen bijnamen: Plato en Socrates, naar oude wijze mannen. Zij blonken uit bij een echt moeilijke test. Daarin kregen allebei de holtes een dekseltje. De ene bontgekleurd, de andere effen. De hagedissen leerden al snel dat het hapje steeds onder het ene soort deksel lag, bijvoorbeeld het bontgekleurde. Onder het andere deksel keken ze niet eens meer.

Maar toen werd de boel omgedraaid. Het hapje lag voortaan juist onder het andere deksel. Veel dieren – en sommige mensen – hebben daar moeite mee. Maar de hagedissen? Die hadden de truc snel door.

Knap van Plato. En Socrates. Geslaagd voor de vogeltest, met vlag en wimpel. Vogelonderzoekers zijn nu heel kinderachtig aan het protesteren, maar het was toch echt zo.

Frans van der Helm