Sunny Ofehe: illegaal, activist, verdachte

De Nigeriaan Sunny Ofehe woonde jaren illegaal in Nederland en groeide desondanks uit tot een gerespecteerd activist. Maar nu wordt hij verdacht van mensensmokkel en terrorisme. Maandag begint zijn rechtszaak.

Je zou er een diavoorstelling van kunnen maken. Sunny met vicepremier Maxime Verhagen. Sunny met de Nigeriaanse president Jonathan Goodluck. Sunny met de Franse presidentskandidaat Eva Jolly.

Daarna nog tientallen foto’s van Sunny Ofehe (39) met volksvertegenwoordigers en hoogwaardigheidsbekleders. Sunny met de Nigeriaanse Nobelprijswinnaar voor literatuur Woye Soyinka. Sunny met SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen. Sommige hangen levensgroot in de huiskamer van zijn huurwoning in de Rotterdamse deelgemeente Charlois, waar hij met zijn vrouw Dorothy en hun vier zonen woont.

Niet gek voor een man die tien jaar illegaal in Nederland woonde voor hij zich opwerkte tot gerespecteerd mensenrechten- en milieuactivist. Belangenbehartiger van de Niger Delta, de verarmde, vervuilde olieregio van Nigeria. Plaag voor Shell, het grootste olieconcern in dat gebied, en voor corrupte Nigeriaanse autoriteiten.

Maar aan zijn opkomst dreigt abrupt een einde te komen. Maandag moet Sunny Ofehe in Rotterdam voor de rechtbank verschijnen. Het Openbaar Ministerie beschuldigt hem van mensensmokkel, medeplichtigheid aan terroristische activiteiten in Nigeria en valsheid in geschrifte. Het is voor het eerst dat in Nederland iemand terechtstaat voor het beramen van een terreuraanslag in het buitenland. Zijn advocaten noemen die aanklacht „absurd”.

Vluchteling

Wie zich verzet, loopt gevaar. Dat weet Ofehe sinds hij als student in 1993 werd opgepakt bij protesten tegen het ongeldig verklaren van presidentsverkiezingen in Nigeria. Drie dagen werd hij gemarteld. Hij lag een maand in het ziekenhuis.

In Nederland waande hij zich veilig. Maar steeds als hij naar Nigeria terugging, was hij op zijn hoede. Hij bleef nooit langer dan een week. Hij sliep nergens langer dan een nacht. Toch werd hij verhoord door de SSS, de Nigeriaanse veiligheidsdienst. Vier jaar geleden werd zijn moeder in Nigeria gewurgd. Hij laat twee foto's van haar levenloze lichaam zien. „Vermoord door de Nigeriaanse regering”, zegt Sunny Ofehe. „Om mij het zwijgen op te leggen.”

Dat Ofehe in 1995 naar Nederland kwam vluchten is puur toeval. Het was in de tijd dat Nigeriaanse militairen schoten op studenten die demonstreerden voor democratisering. Ofehe was studentenleider in Benin City. Hij wist dat hij in de zuidelijke Niger Delta werd gezocht. Hij vluchtte naar het noorden, naar de stad Kano. Tot de militairen op 10 november 1995 zijn grote voorbeeld vermoordden, samen met acht anderen. De legendarische Ken Saro-Wiwa, dichter, voorvechter van zijn Ogonivolk in de Niger Delta, activist tegen Shell.

Twee weken later zat Ofehe in een KLM-vliegtuig naar Amsterdam, de enige westerse bestemming vanuit Kano. Hij vroeg politiek asiel aan op Schiphol.

Geen schijn van kans. Hij had geen documenten om zijn verhaal te staven. Ofehe leerde dat een vluchteling die in Nederland asiel vraagt, beter voorbereid moet zijn.

Bijna tien jaar werkte hij als illegaal. Eerst in slachterijen in Gouda en Bodegraven. Later als schoonmaker in een hotel bij Schiphol. Hij trouwde met zijn landgenote Dorothy, ook een Nigeriaanse illegaal. Het ging hem steeds beter. Hij begon een uitzendbureau dat bij de Kamer van Koophandel stond ingeschreven. Op een vals Portugees paspoort kon hij reizen. Hij richtte zijn eigen mensenrechtenorganisatie op: Hope for Niger Delta Campaign, Europees belangenbehartiger van de mensen in de Niger Delta.

Als activist reisde hij in 2005 naar Groot-Brittannië voor een politieke bijeenkomst. Op de terugweg werd hij aangehouden op Schiphol: zijn paspoort was vals. Opnieuw vroeg Ofehe asiel aan. Dit keer wist hij precies wat hij moest vertellen en hoe aan de vereiste papieren te komen.

„Dankbrief aan de IND.” Gedateerd 4 februari 2006. „Het belang van uw positieve besluit is dat het me de ruimte geeft om openlijk mijn campagne te voeren voor een beter leven voor de mensen in de Niger Delta. Ik beloof dat ik deze kans zal aangrijpen voor verheffing van de hele mensheid. (..) De wereld heeft mensen nodig die opkomen voor rechtvaardigheid.” Getekend: Sunny Ofehe.

En hij maakte zijn belofte waar. Hij werd hij een bekende, gerenommeerde mensenrechten- en milieuactivist. Zijn opkomst is te volgen aan de hand van vijf videofragmenten. De meeste zijn te vinden op YouTube en ofehe.com

16 mei 2007: Ofehe in zijn Rotterdamse woning. Op de achtergrond zijn trouwportret. Actualiteitenprogramma EenVandaag laat hem aan het woord omdat hij heeft bemiddeld bij de vrijlating van twee ontvoerde Nederlanders in de Niger Delta. Hij veroordeelt de ontvoeringen. Hij zegt dat de belangen van de bewoners daarmee niet zijn gediend.

12 december 2008: Ofehe in het kamp van Mend, een van de grootste milities in de Niger Delta. Een commandant met een kap van camouflagestof over zijn hoofd vertelt over de wijdverbreide armoede in het gebied. Hij beschuldigt de Nigeriaanse regering en olieconcerns als Shell. Ofehe nodigt hem uit voor vredesoverleg in Nederland.

25 februari 2010: Crown Plaza Hotel in Den Haag. Ofehe opent de tweedaagse conferentie die zijn organisatie Hope for Niger Delta Campaign heeft georganiseerd met financiële steun van onder meer Oxfam/Novib (73.520 euro) en Cordaid (40.725 euro). Doel is bijdragen aan een blijvende vrede in de Niger Delta. Ofehe werkt ook samen met organisaties als Amnesty International en Milieudefensie. Ze twijfelen niet aan zijn betrouwbaarheid.

21 december 2010: Ofehe begeleidt het SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen op onderzoeksmissie in de Niger Delta. Ze zien hoe gestolen olie uit een afgetapte pijpleiding wordt afgevoerd. Aanwezige militairen grijpen niet in. „Shell en de Nigeriaanse autoriteiten wassen elkaars handen”, zegt het Kamerlid.

26 januari 2011: Tweede Kamer. Parlementaire hoorzitting over Shell in Nigeria. Ofehe is de enige Nigeriaanse spreker. „Vroeger kregen baby’s in mijn dorp de naam van de oliemaatschappij die er werkte”, vertelt Ofehe. „Tegenwoordig voelt iedereen zich slachtoffer.”

Verdachte

Het was 22 februari 2011. Twee dagen later zou hij naar Nigeria vliegen om zijn moeder te begraven. Dat was provisorisch gebeurd in de tuin bij haar huis nadat ze in 2007 was vermoord. De familie eiste al jaren een echte begrafenis. Ze zeiden dat zijn moeder geen rust vond. Ze zagen haar dolen in hun dromen. Ofehe had als oudste zoon de plicht om voor een waardige teraardebestelling te zorgen. Hij moest daarbij aanwezig zijn.

Jaren had hij het herbegraven voor zich uitgeschoven. Vanwege de hoge kosten. Omdat hij vreesde voor zijn veiligheid. Nu zou hij het risico nemen. Het was voor het eerst zijn dat hij aangekondigd naar Nigeria zou reizen en langere tijd in dezelfde plaats zou blijven. Het vooruitzicht benauwde hem.

Nog geen zes uur in de ochtend: gebons op de voordeur van het huis in Charlois. Zijn kinderen schrokken huilend wakker. De marechaussee kwam hem arresteren. Op verdenking van mensensmokkel en valsheid in geschrifte. Meer dan twintig politiemensen waren bij de inval betrokken. Hij mocht zich aankleden en zijn tanden poetsen. Daarna werd hij afgevoerd naar het detentiecentrum bij Schiphol.

Als ze me maar op tijd vrijlaten zodat ik naar de begrafenis kan. Dat was zijn eerste gedachte. Die gedachte drong zich telkens op. Zijn verweer tijdens het verhoor moest de marechaussee toch overtuigen.

Pas langzaam begon het te dagen: ze zagen hem als zware crimineel. Ze vertelden dat ze hem al sinds november 2009 verdachten. Sinds hij een afspraak had op Schiphol met een Nigeriaanse jeugdvriend, die in 2010 voor mensenhandel zou worden veroordeeld. Destijds hadden ze Ofehe niet verhoord, niets ten laste gelegd.

Nu werd hij behandeld als grote vangst. Het gebruikelijke voorarrest van drie dagen werd verlengd tot twee weken. Hij kreeg beperkingen opgelegd: behalve zijn advocaat mocht hij niemand spreken.

Zijn vrouw Dorothy had aanvankelijk geen idee waar hij zich bevond en hoe het met hem was. In paniek belde ze het SP’er Sharon Gesthuizen. Misschien werd haar man wel gemarteld of vermoord? Het Kamerlid probeerde haar gerust te stellen. „Dat gebeurt niet in Nederland.”

Aan Nigeriaanse journalisten vertelde Dorothy verontwaardigd over de politie-inval „in Gestapostijl”. En over de puinhoop die agenten tijdens vijf uur huiszoeking hadden aangericht „in het bijzijn van de kinderen die de schrik nog steeds niet te boven zijn”. Wie achter de arrestatie zat was duidelijk, volgens een persbericht van de familie: „Een multinationaal olieconcern (..) dat veel invloed heeft binnen de Nederlandse regering en dat steeds meer hinder ondervindt van Ofehe’s campagne in Europa”.

Op 8 maart kwam Ofehe op vrije voeten. Drie dagen nadat zijn moeder ter aarde besteld had zullen zijn. De begrafenis was uitgesteld voor onbepaalde tijd.

Daarna bleef het stil rond Ofehe. Hij sprak in april nog wel in het Europees Parlement. Grijs streepjespak. Glimmend gepoetste zwarte schoenen. Zwart Ray Ban-montuur. Het was tijdens de ‘rondetafelbijeenkomst in de strijd tegen corruptie in de Niger Delta’.

Ofehe pleitte voor een Europees inreisverbod voor alle Nigeriaanse overheidsvertegenwoordigers die betrokken zijn bij corruptie. Hij schudde handen, maakte foto’s, wisselde visitekaartjes uit. Breed glimlachend. Als een activist met onbevlekt blazoen.

Maar hij kreeg minder bezoekers, minder telefoontjes, minder mails. Hij was besmet. Organisaties die eerder met hem samenwerkten, stelden zich terughoudend op in afwachting van de uitkomst het proces.

Zijn vrouw Dorothy lag op de sofa, haar voorhoofd masserend. Elke dag belde ze met haar moeder in Nigeria die haar gerust moest stellen. De hoofdpijn bleef.

Op Facebook vormde zich een openbare steungroep: ‘Stop de vervolging van Comrade Ofehe’. Bijna 1.300 leden. Op Nigeriaanse weblogs verschenen anonieme tegenreacties: „Net goed dat hij gepakt is. Iedereen weet dat hij een mensenhandelaar is en fraudeur.”

Drie maanden na de arrestatie wees de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zijn aanvraag van het Nederlands staatsburgerschap af. Omdat er een rechtzaak tegen hem liep. „Er zijn machten die mij kapot willen maken”, zei Ofehe in zijn Rotterdamse kantoor – drie hoog, geen lift – dat hij van een woningbouwvereniging huurde. Achter zijn monumentale bureau stonden twee manshoge vlaggen: de Nigeriaanse en de Nederlandse.

Hij had net drie dagen gevast. Hij wist zeker dat de Heer hem bijstond. En toch. Zijn stem stokte. „Ik ben bang dat mijn gezin mij vroeg kwijt raakt. Ik slaap met één oog open.” Dikke tranen rolden over zijn wangen. „Ik heb mijn vrouw gewaarschuwd: als ik plotseling overlijd, laat dan onderzoeken of ik vergiftigd ben.”

In Nigeria is het gebruikelijk dat activisten de strijd in de Niger Delta gebruiken om er zelf beter van te worden. „Ik heb dat nooit gedaan” , bezwoer Ofehe Nigeriaanse journalisten. Tijdens het verhoor na zijn arrestatie had hij al verteld over zijn geldnood. „We staan altijd rood.” Hij ontving een gezinsuitkering van ruim 1.200 euro plus 300 euro huursubsidie. Hij reed een zwarte Honda Accord uit 1996. Als hij sprak op conferenties kreeg hij een onkostenvergoeding. „U kunt zich niet voorstellen hoe weinig ik te besteden heb”, zei hij tijdens het verhoor.

Het proces

In het kantoor van zijn Rotterdamse advocaten Ed Manders en Michiel Pennings bereidt Ofehe zich voor op zijn proces dat komende maandag dient. „Politie en justitie hebben alle tijd genomen en alle middelen ingezet om iets tegen mijn cliënt te vinden”, zegt Manders. Ze hebben een jaar lang „buitensporig” veel bijzondere opsporingsbevoegdheden gebruikt. Telefoons en internet van zijn cliënt werden afgetapt. De verslagen beslaan alleen al 2.500 van de 7.500 pagina’s in het dossier. Ofehe’s woning is drie weken met een video-auto geobserveerd. Zeker 25 opsporingsambtenaren waren betrokken bij het onderzoek, zegt Manders.

„Wie heeft er belang bij om mijn cliënt uit te schakelen en monddood te maken?”

Uiteindelijk wordt zijn cliënt één geval van mensensmokkel ten laste gelegd. Hij zou in de zomer van 2010 een Nigeriaanse illegaal hebben geholpen vanuit Groot-Brittannië naar Nederland te komen. Hij zou zijn landgenoot hebben voorgekauwd welk verhaal hij moest vertellen bij zijn asielaanvraag

Ofehe is nu eenmaal mensenrechtenactivist, zegt Manders. Ofehe geeft vaker advies aan politieke vluchtelingen die door organisaties als Amnesty International naar hem zijn verwezen. Gratis. Niet uit winstbejag.

Aan de tenlastelegging voegde het Openbaar Ministerie op het laatste moment, in augustus, een misdrijf toe. Meteen de zwaarste aanklacht. Ofehe zou hebben samengespannen om oliepijpleidingen op te blazen in de Niger Delta. Met terroristisch oogmerk. Daarop staat een maximumgevangenisstraf van achttien jaar.

Volgens Manders is die beschuldiging gebaseerd op vier pagina’s in het dossier: verslagen van drie afgetapte telefoongesprekken in mei 2010. Ofehe informeerde bij een zekere Chicago of het illegaal aftappen van olie ook ’s nachts gefilmd kon worden. Manders: „Mijn cliënt filmt al jaren alles wat er mis is in de Niger Delta. Hij maakte de afgelopen jaren 32 tapes aan video-opnames van vervuilde kreken, oliediefstal en illegale raffinaderijen. Beelden die door diverse Europese omroepen werden gebruikt. De aanklacht is alleen toegevoegd om dit een grote zaak te laten lijken.”

En het Openbaar Ministerie? Het kan niet toelichten, het kan zich niet rechtvaardigen. Het Openbaar Ministerie zwijgt, zoals dat hoort voor een proces. De tenlastelegging spreekt voor zich. Van mensenrechtenactivist tot mensensmokkelaar en terrorist? Het oordeel is aan de rechter.

    • Dick Wittenberg