Scheuren in de pijlers van Europese vrede

Als de markt Frankrijk op de knieën brengt en Duitsland geeft geen steun, dan is de Europese ramp compleet, meent Joschka Fischer.

Langzaam dringt de boodschap door – zelfs in Duitsland – dat de financiële crisis weleens het Europese eenwordingsproject in zijn geheel zou kunnen vernietigen, doordat nu onverbiddelijk de zwaktes van de eurozone en de inrichting hiervan worden aangetoond. Deze zwaktes zijn niet zozeer financieel of economisch, als wel politiek.

Het Verdrag van Maastricht vestigde een monetaire unie, maar de politieke unie, die een onmisbare voorwaarde voor het succes van de gemeenschappelijke munt is, bleef niet meer dan een belofte. De euro, en de landen die deze hebben ingevoerd, betalen nu de prijs. De eurozone steunt nu op de wankele basis van een confederatie van staten die hechten aan een monetaire unie, maar ook aan het behoud van hun zelfstandige begrotingsbeleid. Ten tijde van een crisis kan dit niet werken.

Aan het begin van de crisis, in 2007-2008, hadden de fundamentele gebreken van de eurozone verholpen kunnen worden als Duitsland bereid zou geweest een gezamenlijke Europese reactie op de crisis te steunen. Maar de Duitse autoriteiten behielden liever een nationaal primaat – en gaven daarmee de voorkeur aan een confederatieve benadering van Europa.

Door de geschiedenis heen hebben confederaties nooit echt gefunctioneerd, omdat het vraagstuk van de soevereiniteit (en dus van de macht en de legitimiteit) onopgelost blijft. Neem bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Na de verwerving van de onafhankelijkheid verenigden de Amerikaanse koloniën zich losjes onder de Artikelen van Confederatie. Maar die opzet mislukte financieel en economisch, en algauw gingen de VS over op een volledige federatie.

Op het ogenblik staat Europa – of beter gezegd: de eurozone – voor vrijwel eenzelfde situatie, zij het dat de historische omstandigheden voor een verdere integratie veel complexer en moeilijker zijn dan in het Amerika van na de onafhankelijkheid.

Europa heeft drie keuzen. Blijft het aanmodderen zoals voorheen, dan zal de crisis alleen maar escaleren en langer duren. Beëindigt het de monetaire unie, dan haalt het ook een streep door het Europese project als zodanig en richt het een onhanteerbare verwoesting aan. Tot slot zou Europa kunnen overgaan tot echte economische en politieke integratie – een stap waarvoor de huidige leiders het zelfvertrouwen missen, omdat ze niet de benodigde steun van hun achterban denken te hebben.

Er is dan ook veel voor te zeggen om met een combinatie van de eerste en tweede keuze te beginnen. En als het Europese project dan eenmaal halverwege de helling is, zou alsnog het federalistische moment kunnen komen. Maar het sleutelwoord is ‘kunnen’: een duik in de afgrond zou net zo waarschijnlijk kunnen blijken.

De futloze Europese aanpak van de crisis heeft al zichtbaar nadelige gevolgen opgeleverd. De passiviteit van gekozen functionarissen heeft het wantrouwen onder de bevolking aangewakkerd waardoor het Europese project nu wordt bedreigd. De crisis zet nu zelfs de bijl aan de wortel – de Frans-Duitse en trans-Atlantische samenwerking – van een naoorlogse Europese orde die een periode van vrede en welvaart heeft gewaarborgd die in de geschiedenis van het continent ongeëvenaard is.

De druk van de financiële markt heeft inmiddels Frankrijk bereikt en vormt een gevaar dat nog lang niet voorbij is. Als Frankrijk op de knieën wordt gebracht en Duitsland zijn partner niet standvastig en met alles wat het te bieden heeft steunt, zal de Europese ramp compleet zijn. En dat zou eerder vroeg dan laat kunnen gebeuren: Frankrijk kan en zal het Middellandse-Zeegebied niet laten vallen, dus de exit-fantasieën waarmee de rijke Noord-Europeanen (en vooral de Duitsers) spelen, brengen de Frans-Duitse pijler van de Europese vrede in gevaar.

Aan de overkant van de Atlantische Oceaan zullen de begrotingscrisis en de zwakke economische groei Amerika dwingen zijn mondiale militaire verplichtingen te verminderen. Bovendien zullen de VS zich steeds meer op de Stille Oceaan dan op de Atlantische Oceaan richten. Voor de Europeanen, met onze woelige regio’s in het oosten en zuiden, betekent dit een extra veiligheidsrisico waarop wij materieel en intellectueel niet voorbereid zijn. Nog altijd ondermijnt de militaire zwakte van Europa de trans-Atlantische relatie.

Een extra bedreiging voor het trans-Atlantische bondgenootschap is het gevolg van de nieuwe wereldorde die ontstaat. De komende jaren, of zelfs decennia, zullen worden gekenmerkt door een steeds agressiever Amerikaans-Chinees dualisme, naarmate China sterker wordt en de Amerikaanse zwakte voortduurt. Zoals blijkt uit de enorme Chinese militaire ontwikkeling zal deze rivaliteit ook een militaire component hebben, maar ze zal toch vooral tot uiting komen in economische, politieke en normatieve invloedssferen. Hierbij zullen Oost- en Zuidoost-Azië en de Pacific de centrale rol spelen.

Maar China zal proberen Europa in dit nieuwe mondiale spel te betrekken. Het is daarmee zelfs al begonnen. Dit bleek opvallend duidelijk uit de recente bezoeken van premier Wen Jiabao aan de Europese crisislanden, die hij royale leningen en hulp aanbood. En de zwakte van Amerika, de groeiende afhankelijkheid van de Europese (en vooral Duitse) export van de Chinese markt en de verlokkingen van het Verre Oosten meer in het algemeen, zullen een nieuw en veelbelovend Euraziatisch perspectief bevorderen, terwijl het trans-Atlanticisme afneemt.

De Europese illusies over Azië zullen zich niet meer richten op Rusland, dat buiten zijn natuurlijke hulpbronnen eenvoudig niets te bieden zal hebben. Nee, ditmaal zal de verleiding afkomstig zijn uit China, dat terdege het belang van Europa begrijpt in het aanstaande geopolitieke gevecht met (en tegen) de VS.

Net als Duitsland met Frankrijk, moet ook Europa hier standvastig zijn trans-Atlantische partner steunen, om te vermijden dat het zichzelf in groot gevaar brengt. De twee pijlers van de zeventig jaar vrede in Europa vertonen scheuren. De reparatie vergt niets minder dan dat nu eindelijk wordt aangestuurd op een sterk en verenigd Europa.

Joschka Fischer was van 1998 tot 2005 Duits minister van Buitenlandse Zaken en vicekanselier, en was bijna twintig jaar voorman van de Duitse Groenen.

© Project Syndicate/Institut für die Wissenschaften vom Menschen, 2011. www.project-syndicate.org