Op dak van de wereld geboren

Uitgestorven wolharige mammoeten en al even harige neushoorns kwamen misschien uit het Himalayagebergte. Dat zegt een Chinese onderzoeker.

Jammer, dat er nog steeds geen tijdmachine bestaat. Anders kon je even terugreizen. Naar een van de IJstijden bijvoorbeeld. Die waren er, met tussenpozen, tussen 2,8 miljoen en 10.000 jaar geleden. De ijskappen van de Noordpool strekten zich dan uit tot over Engeland en soms zelfs tot aan het midden van Nederland toe.

Tijdens zo’n tijdreis had je de ijzige wind kunnen voelen die toen over de steppes gierde. Je had kuddes rendieren kunnen zien. En zware wolharige mammoeten en neushoorns – al grazend, hun lange haren zachtjes wiegend in de wind. Lekker, zo’n warme jas!

Maar ja, tijdreizen is onmogelijk. Juist daarom is het zo lastig om een groot raadsel op te lossen: waar kwamen die langharige beesten eigenlijk vandaan?

Sommige onderzoekers zeggen: ze kwamen voort uit de zoogdieren die hier in eerdere, warmere tijden al leefden. Toen het kouder werd, kregen sommige van die beesten van moeder op dochter en van vader op zoon steeds meer spek en een steeds dikkere vacht.

Maar Xiaoming Wang heeft een ander idee. Hij is onderzoeker bij het Natuurhistorisch Museum in Los Angeles in Amerika. En hij schrijft erover in het tijdschrift Science.

De wieg van de wolharige neushoorns stond op het dak van de wereld, zegt Xiaoming Wang. Hij bedoelt: de eerste wolharige neushoorns leefden niet in Noord-Europa en ook niet in het noorden van Rusland, maar in het Himalayagebergte in Tibet.

Dat was nog ver voordat de IJstijden aanbraken, zegt Xiaoming Wang. De wolharige neushoorns bleven toen altijd boven, waar het koud genoeg was voor hun warme jas (iets onder het vriespunt). Pas toen de IJstijden aanbraken daalden ze af en trokken ze het koude Azië en Europa in.

Hoe komt Xiaoming Wang daarbij? Doordat hij een fossiel heeft gevonden. Het lag diep in de bodem onder dat ‘dak van de wereld’. Dat dak is eigenlijk de hoogste en grootste hoogvlakte op aarde – 2,5 miljoen vierkante kilometer en gemiddeld ruim 4,5 kilometer hoog!

Het fossiel dat Xiaoming Wang er vondwas wel 3,8 miljoen jaar oud. Het was heel mooi bewaard gebleven. Zo kon Xiaoming Wang zien dat het oeroude beest haast even groot was als de neushoorns die nu in Afrika rondwandelen. De grote hoorn op zijn neus was zo plat als een sneeuwschuiver, denkt hij. Zo kon het dier het ondergesneeuwde gras schoonvegen.

Xiaoming Wang noemde hem Coelodonta thibetana. Andere onderzoekers zijn enthousiast. Er is tot nu toe haast nooit naar fossielen gezocht in deze streek. Veel onderzoekers willen dat nu wel gaan doen. Misschien vinden ze dan wel meer bewijzen voor het idee van Xiaoming Wang.