Onderbuikgevoel wint het in Turkije van de rede

Ankara reageert boos, wetend dat Israël een groeiende regionale grootmacht als Turkije nu harder nodig heeft, dan andersom.

Er waren rationele redenen genoeg waarom de Turkse regering er verstandig aan had gedaan zijn koudeoorlogsretoriek van de afgelopen twee jaar met oud-bondgenoot Israël te staken. Als gezamenlijke buren van Syrië had een warm diplomatiek contact tussen Ankara en Tel Aviv in deze onrustige tijden niet misstaan. Of anders wel de sluimerende oorlog met de Koerdische militanten in het zuidoosten van Turkije, die het Turkse leger met Israëlische wapens uitvecht. Een aantal van de beloofde tanks en spionagevliegtuigen moeten de Israëli’s nog leveren, alsook het advies over hoe die dingen eigenlijk werken.

Maar in de Turkse buitenlandpolitiek wint het onderbuikgevoel het vaak van de reden. Zeker als het gaat om de negen Turkse activisten die vorig jaar mei werden gedood door Israëlische commando’s, toen ze probeerden humanitaire hulp te brengen naar de Gazastrook. In die zaak overheerst de rauwe woede, zoals gisteren duidelijk werd toen Turkije de Israëlische ambassadeur in Ankara het land uitzette, zijn eigen ambassadeur in Tel Aviv terughaalde en zwoer Israël voor het Internationaal Strafhof in Den Haag te slepen.

De aanleiding was de voor de Turken teleurstellende uitkomst van een commissie van de Verenigde Naties die onderzoek deed naar de gebeurtenissen van 31 mei vorig jaar. In het rapport dat uitlekte naar de New York Times oordeelt de commissie weliswaar dat de Israëlische commando’s „buitensporig geweld’’ tegen de Turkse activisten hanteerden. Maar de commissie negeerde de drie voorwaarden van Turkije voor volledig herstel van de warme banden die Turkije decennialang met Israel onderhield. Turkije wilde excuses van Israël voor het optreden, compensatie van de slachtoffers en een eind aan de Israëlische blokkade van Gaza.

Premier Erdogan proefde voor het eerst aan de vruchten van anti-Israël sentiment in Davos begin 2009, toen hij wegliep uit een discussie over Gaza met oud-premier Shimon Peres. Erdogan werd ineens een naam op spandoeken in de Arabische straat. Gevoed door dat succes zorgde de Turkse regering er weliswaar voor dat er geen wapens aan boord waren van de Mavi Marmara voor het vertrok naar Gaza, maar niemand poogde het schip te stoppen. Ook de rapporteur voor de Verenigde Naties oordeelde dat de Turkse regering meer had kunnen doen. Maar volgens buitenlandcommentator Kadri Gürsel us is de executie van de negen activisten „een schandvlek waarvoor Israël de prijs moet betalen.’’