Neus voor verlangens

Parfumeur Alessandro Gualtieri ontwikkelt luxe nichegeuren, met vreemde ingrediënten. ‘Parfums maken lijkt op koken.’

Een deurbordje met ‘The Nose’ vormt het enige houvast voor hen die jacht hebben gemaakt op parfumeur Alessandro Gualtieri (43). De broedplaats van ‘de neus’ ligt verscholen aan een Amsterdamse gracht en het liefst zou hij het adres van zijn atelier geheim willen houden. Zelfs zijn website brengt belangstellenden nauwelijks dichterbij. Daar afficheert de ruim tien jaar in Nederland levende Italiaan zich als Nasomatto oftewel ‘gek geworden neus’. Hij is alleen via zijn site op afspraak te bezoeken, maar voor het zover komt, moet eerst worden gemotiveerd waarom de parfumeur gestoord zou mogen worden. Een slotzin stelt weinig bemoedigend: „Mails worden lang niet altijd beantwoord.”

Welkom in de wondere wereld van een man die aan elke vinger een forse ring meetorst en in één zin afwisselend Italiaans, Engels en Nederlands – hij is getrouwd met een Nederlandse modeontwerpster – spreekt. In zijn door donkere gordijnen gesloten werkdomein oogt hij een beetje als de romanfiguur uit Patrick Süskinds boek Das Parfum. Muren met daaraan de behuizing van schildpadden en een stolp met enkele beenderen worden verlicht door een gietijzeren kandelaar. Een bezoek aan zijn atelier voelt als een val in de tijd.

Veelkoppig monster

Veel parfumeurs van naam krijgen het métier mee via hun vader die werkzaam is in de geurbusiness. In het geval van Gualtieri lagen de zaken anders. Zijn vader, grootvader en overgrootvader waren slagers. Ooit heeft hij geëxperimenteerd met een parfum op basis van bloed, maar tot een bevredigende creatie is dat niet gekomen.

Rond zijn twintigste belandde Gualtieri via een advertentie van chemieconcern Bayer in de internationale parfumindustrie. Aanvankelijk testte hij parfums, maar later creëerde hij zelf geuren voor Italiaanse modeontwerpers als Valentino, Versace, Trussardi en Romeo Gigli.

Gevraagd naar zijn mass fragrances-verleden, kijkt Gualtieri alsof hij in de houdgreep wordt genomen. „Basta, basta!” Gualtieri wil niet terugdenken aan de periode dat hij door marketing gedicteerde geuren moest brouwen. Hij ziet de industrie als een veelkoppig monster dat met snel in elkaar gedraaide niemendalletjes, wereldwijde sniff tests en reusachtige advertentiecampagnes een nieuw succes hoopt te lanceren. Het ontbrak hem aan vrijheid: „Vaak moesten wij parfumeurs een ‘nieuw’ reukwater maken dat geënt was op een eerdere hit. Molto boring.”

Nichegeuren worden geuren zoals Gualtieri ze maakt genoemd, een verzamelnaam voor persoonlijke, uitgesproken en meestal kleinschalig geproduceerde creaties. Nasomatto wordt verkocht bij bekende warenhuizen als Liberty in London, Barneys New York en Neiman Marcus in San Francisco, waar ze te boek staan als ‘under-the-radar luxuries’. Daarnaast zijn ze verkrijgbaar bij een paar gespecialiseerde parfumwinkels en via zijn eigen site. Met pittige prijzen mikt Gualtieri op mensen die weten dat er onder de dop van de kleine flesjes iets schuilt dat zij elders niet kunnen bemachtigen. Ook maakte hij geuren voor de Nederlandse modemerken Orson+Bodil en The People of the Labyrinths, en ging hij een geurverband aan met een balletgezelschap.

Uitwerpselen

Gualtieri is ervan overtuigd dat geuren invloed uitoefenen op het menselijk gedrag. Met zijn creaties denkt hij bepaalde sensaties of verlangens op te kunnen roepen. Zo belooft zijn parfum Narcotic Venus in te spelen op „de verslavende intensiviteit van vrouwelijke seksualiteit” terwijl de geur Duro „mannelijke kracht zou kunnen stimuleren”. Het naar gebrand hout en wierook ruikende Absinth voel je bij het opsnuiven in de maag . Het parfum kan leiden tot „onverantwoordelijk en buitensporig gedrag”, aldus de maker. Veel milder, maar niet minder complex is Hindu Grass, dat juist „universele liefelijkheid en vrede” poogt te ontlokken. In dit parfum strijden tabak, exotische grassoorten en ook wat patchouli om de aandacht.

Parfums maken lijkt op koken, zegt Gualtieri. „Goede ingrediënten zijn de helft van een parfum.” Hij haalt ze op de vreemdste plekken. Zo wandelde hij eens met een emmer door Artis voor de nodige uitwerpselenresearch. Aan ingedroogde poep en ook bepaalde houtschimmels vallen volgens de neus interessante essences te onttrekken. Als geurende cultuuruiting stelde hij een paar jaar geleden voor kunstenares Birthe Leemeijer L’Essence de Mastenbroek samen, een parfum met daarin alle aroma’s van de boerenpolder.

Waanzin

Ook menselijk zweet kan rekenen op Gualtieri’s interesse. „Als je na een douche in de auto stapt, dan kan de eerste transpiratiegeur heel intrigerend zijn. Het is de kunst van een parfumeur om die fase op te pakken en in een parfum te verwerken.’”

Zelf zweet hij wat af voor research en verre reizen. Zoektochten naar bijzondere grondstoffen brengen hem in exotische oorden en leiden tot contacten met handelaren in zeldzame ingrediënten.

Als voorbeeld zwaait Gualtieri de ijskastdeur open, laat een flesje met wasachtige substantie ruiken en een intense wolk jasmijn vult de neusvleugels. Met trots grijnst hij over deze duizelingwekkende concentratie van veertig mille per kilo: „Het is de allermooiste Franse jasmijn die je kunt vinden; ik moest me eraan vergrijpen want wie weet komt het in deze vorm voorlopig niet meer terug.”

Soms is de opwinding over een ingrediënt Bij Gualtieri zo groot dat het leidt tot „een milde vorm van waanzin”. Ooit reisde hij rond in Sokotra, een geïsoleerde archipel, zo’n 350 kilometer ten zuiden van Jemen. Boven zijn hoofd ontspon zich een gevecht tussen twee adelaars waardoor uit hun klauwen een wilde civet neerviel. Het werd voor Gualtieri letterlijk een geschenk uit de hemel: het dier heeft tussen anus en geslachtsorganen een klier die een harsachtige geur produceert die geliefd is bij parfummakers. „Ik had geen mes bij me, maar heb meteen mijn tanden gezet in het dooie dier om die klieren open te scheuren.”

Meer informatie op nasomatto.com